(advertentie)

Veel jonge criminele allochtonen in Rotterdam

Meer dan de helft van Marokkaans-Nederlandse jongemannen van 18 tot 24 jaar in Rotterdam is wel eens in aanraking geweest met de politie op verdenking van een delict.

Dat zegt hoogleraar criminologie Frans Bovenkerk in De Volkskrant. Ook Antilliaanse en Surinaamse Rotterdammers zijn sterk vertegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Van hen is 40 procent weleens verdachte geweest. Van de autochtone jongeren in de leeftijd van 18 tot 24 is achttien procent in aanraking gekomen met justitie.

Bovenkerk spreekt van 'schrikbarende cijfers'. Volgens de criminoloog wordt misdaad al jaren verkeerd berekend. Die cijfers zijn volgens Bovenkerk nu 'aan de lage kant', omdat per jaar wordt gemeten. Een 18-jarige die in 2006 een roofoverval pleegde, komt daardoor niet voor in de statistieken van 2007.

Volgens Bovenkerk is er geen verbetering in zicht. De criminaliteitcijfers onder bepaalde allochtone groepen zijn al 20 jaar constant hoog en gaan maar niet omlaag.

De criminoloog stelt dat het aanpakken van criminaliteit op basis van afkomst en etniciteit niet werkt. Twee factoren zijn volgens Bovenkerk kenmerkend voor de jonge criminelen: de groep jongeren van 12 tot 24 jaar komen uit de laagste economische positie. Maar vooral het gebrek aan sociale controle werkt in de hand dat deze jongeren keer op keer in de fout gaan.

Bovenkerk stelt dat hulpverlening en strafrechtspleging op grond van etnische achtergrond niet werkt: "Op Marokkanen wordt een Marokkanenwerker gezet en Antillianen krijgen een Antillianencoach".

Volgens Bovenkerk zijn deze jongens vooral zijn het product van Noord-Europese steden en de heersende straatcultuur. De wetenschapper stelt daarom vraagtekens bij het sec registreren op basis van afkomst.