Vergeten Verhalen: oproer in Barendrecht

Waar nu restaurant Diggels is in Barendrecht, is lang geleden de plaatselijk herberg. De herberg aan de Dorpsstraat neemt een belangrijke plek in in het leven van de bevolking. Er worden raadsvergaderingen gehouden, de jeugd komt er voor een drankje en er zijn allerhande bijeenkomsten.

Op een decemberavond in 1866 gaat het helemaal mis bij de herberg. Uiteindelijk wordt de heleboel aan diggelen geslagen.

Het is zondag 18 december 1866 en in de Dorpsstraat is het druk met jongeren die naar het dorp zijn gekomen. Het zijn boerenarbeiders en 'zwingelaars' (arbeiders die in de vlasindustrie werken). Het is koud op deze winteravond en de jongeren willen in de herberg iets drinken.

De herberg is open en herbergier Bastiaan van den Berg heeft de lantaarns aangestoken en de kachel opgestookt. Maar de jongeren mogen niet naar binnen. Deze avond zijn de twee zalen van de herberg verhuurd aan de ‘letterlievende vereniging Tollens’. De leden van de vereniging komen bij elkaar om te lezen en te zingen. De avond is alleen toegankelijk voor ‘letterlievende’ mensen die lid zijn van de vereniging. Geen plaats dus voor boerenknechten en zwingelaars.

Ravage
De steeds groter worden groep jongeren buiten wordt ontevreden. Ze kunnen in de paardenstal achter de herberg iets te drinken krijgen, maar dat willen ze niet. Uit het niets vliegt er een steen door de ruit van de herberg. Daarna loopt het uit de hand. Er vliegen nog meer stenen door de lucht. Alle ruiten van de herberg gaan aan diggelen.

Veldwachter Westerman en dominee Van Gulpen proberen de jongeren tot bedaren te brengen, maar staan macheloos. De groep haalt een polderboom. Dat is een lange balk waarmee je hooi op een wagen bijeen kunt houden. Met de polderboom rammen ze de deur van de herberg in. Binnen slaan ze de stoelen en tafels kort en klein. De brandende kachel wordt opgepakt en in de kerksloot gegooid. Als de jongeren later op de avond naar huis gaan, laten ze een ravage achter.

Burgemeester
Burgemeester Hendrik Swank komt naar de herberg en schrijft verklaringen op van getuigen. Dat leidt tot veertien verdachten, hoewel er veel meer relschoppers geweest zijn. De burgemeester vraagt direct hulp van het leger en de rijksveldwacht in Dordrecht.


Herbergier Bastiaan van den Berg neemt ondertussen de schade op. Er zijn 112 ruiten (formaat 50 bij 60), 11 ruiten (formaat 25 bij 25) vernield. Een spiegel, het wapen van ambachtsheer Mijnheer De Kat, 35 stoelen, het dak van de oven, 1 tafel, 1 kachel, 7 grote stalgordijnen, 7 grote overgordijnen, 7 stel ‘ramen in ’t hout’, 1 deurkozijn, 1 pomplamp en 6 ijzeren gordijnroeden zijn kapot. We weten dat nu nog zo nauwkeurig dankzij stukken die bewaard zijn gebleven bij de Historische Vereniging Barendrecht.
 
De veertien verdachten worden op maandag thuis opgehaald. Ze moeten lopen naar het Huis van Arrest in Dordrecht. Van daaruit worden ze overgebracht naar de strafgevangenis in Hoorn. De straffen die ze krijgen zijn zwaar: tussen 78 dagen voorarrest en twee en een half jaar gevangenisstraf.
Van hun verhoor wordt later in Barendrecht verteld dat ze allemaal ontkennen de brandende kachel in de sloot gesmeten te hebben. “Laat de binnenkant van jullie handen maar eens zien”, vraagt de officier van justitie daarop. De brandblaren vertellen wie met de hete kachel hebben gesjouwd.

Nu zit in het pand van de herberg aan de Dorpsstraat dus restaurant Diggels. Het logo is aan kapot gevallen bord.

Foto: Hendrik Vogelaar, één van de veroordeelden - hier met zijn vrouw Maaike Nooteboom rond 1900 (collectie Historische Vereniging Barendrecht) en restaurant Diggels nu (foto: Arco van der Lee.

Meer over dit onderwerp:
madm
Deel dit artikel: