Brugwachtershuisjes in schijnwerpers gezet

Brugwachters. We zien ze bijna nooit meer van de ene naar de andere brug fietsen. Maar wat te doen met de achtergebleven brugwachtershuisjes? Stichting Brugwachtershuisjes wil de geschiedenis laten zien van de trekvaart in Zuid-Holland en de nu leegstaande huisjes een nieuwe bestemming geven.

De huisjes werden vroeger gebruikt door de brugwachter die de brug bediende. Tegenwoordig worden de meeste bruggen op afstand bediend in een bedieningscentrale. Veel huisjes staan daarom leeg.

Doodzonde, vindt Lotti Hesper van de Stichting Brugwachtershuisjes. Op haar initiatief worden de gebouwen deze maand in de schijnwerpers gezet om voorbijgangers enthousiast maken en te laten nadenken over een eventuele nieuwe bestemming van de leegstaande huisjes.

Bij acht huisjes in onder meer Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen is een informatiepaneel neergezet. Daarop is de geschiedenis van het brugwachterhuisje te lezen. Die gaat onder meer over wat het huisje heeft betekend voor de trekvaart in onze regio.

"De trekschuit die werd getrokken door een paard was vooral in de zeventiende eeuw hét openbaar vervoer in Nederland", aldus Hesper. "Zo'n schuit ging 7 kilometer per uur. Van Rotterdam naar Delft duurde twee uur. Als je dan van Delft naar Leiden wilde, was je nog eens meer dan drie uur onderweg."

Het eerste informatievenster werd woensdagochtend onthuld bij de Achterhaven in Rotterdam-Delfshaven. Andere huisjes in de regio Rijnmond staan bij de Kortedijk in Vlaardingen en de Ooievaarsbrug in Schiedam.
Deel dit artikel:

Reageren