Opinie: Rotterdamse lerarenbonus is een farce

De bonus om leraren naar Rotterdam te trekken is een farce. Dat stelt docent Engels en geschiedenis Sonja Flipsen.

De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge lanceerde afgelopen week de startersbonus van 5000 euro voor Rotterdamse leraren. Hiervoor trekt de gemeente Rotterdam 7,7 miljoen euro uit om het lerarentekort, vooral bij de vakken wiskunde, scheikunde, natuurkunde en Duits aan te pakken. De maatregel ligt gevoelig in het onderwijs.

Sonja Flipsen staat inmiddels tien jaar voor de klas in Rotterdam waarvan acht jaar bevoegd. Hieronder haar ingezonden stuk.

Startersbonus voor Rotterdamse leraren is een farce

De bonus om leraren naar Rotterdam te trekken is een farce. De echte pijn is dat er niet zorgvuldig wordt omgegaan met docenten. Met de lerarenbonus wordt een flinke bruidsschat gegeven, terwijl investeren in het huwelijk ontbreekt. Het kapitaal van de leraar wordt niet op waarde geschat en de leraar wordt overbelast. Wat betekent die eerstegraads wiskundedocent voor jouw school? Wat heeft hij allemaal in huis? En wat zou hij in de toekomst willen doen? Zelden worden deze vragen gesteld. Docenten gemotiveerd houden speelt nauwelijks een rol.

Startende docenten worden niet effectief begeleid en worden overvraagd. Een beginnende jonge docent heeft formeel het recht op een vermindering van de lestaken en hij krijgt extra begeleidingsuren. Deze docenten worden te vaak als stopverf gebruikt. Ze krijgen moeilijke en volle klassen. Begeleiders zijn er wel, het ontbreekt niet aan goede wil in het onderwijs, alleen die staan zelf ook voor de klas. Dus van coaching in de les komt het vaak niet. Niet zelden draait de startende leerkracht binnen drie tot vijf jaar stuk en kiest hij, gedesillusioneerd, voor een andere carrière. Hoe zorg je dat jonge professionals wel zelfvertrouwen kweken en blijvend voor het onderwijs kiezen?

Zorg voor een professioneel vangnet bij ziekteverzuim. Als een docent nu ziek wordt, vangen collega’s die lessen op; omdat de leerlingen anders naar huis gestuurd worden. Er wordt dus een beroep gedaan op de docent met een al te vol takenpakket. De druk die directies daarbij uitoefenen op docenten, vind ik ongepast.

Onderwijs concurreert met het bedrijfsleven; wil je goed gekwalificeerde docenten aan je binden, zorg dan voor een behoorlijk salaris. De overheid speelt geen sinterklaas nu er eindelijk een loonsverhoging is, we hebben jaren op de nullijn gestaan.

Een bron van frustratie bij veel docenten zijn de jaarlijkse lesbezoeken van het management. Een lid van het managementteam komt in de les kijken met een afvinklijst of de docent wel voldoet aan de criteria van de inspectie. Niemand vraagt hoe effectief dat is. ''Het hoort er nu eenmaal bij" of "we doen het al jaren zo". Het kan positief uitpakken, maar ook aanleiding zijn voor een 'veroordelingsgesprek' over wat er allemaal niet goed gaat. Natuurlijk, er zijn docenten die niet functioneren. Zorg dat zo'n leraar zelfvertrouwen opbouwt, scholing en ondersteuning krijgt om wel goed onderwijs te bieden. Maar blijf niet doormodderen.

We zijn in het Nederlandse onderwijs kampioen in "veel". Veel leerlingen in de klas, veel lesuren, veel niet les gebonden taken, veel regels en ja veel vakantie. Het korte ziekteverzuim en de burn-outfactor zijn hoog, evenals de werkdruk. Onderwijs geven is topsport. Dat vergt een gedetailleerde voorbereiding, een dosis humor en enorme discipline. Als de klassen zo groot blijven, als de werkdruk zo hoog blijft, als er zo weinig tijd is om professioneel na te denken over lesgeven dan blijven we in deze vicieuze cirkel van hollen en stilstaan verkeren.

Lok docenten niet met een bonus van 5000 euro, maar kies eens voor echte oplossingen en geen lapmiddel. Wees zuinig op je professioneel kapitaal, geef eens een schouderklop en maak keuzes die niet door financiën zijn ingegeven. Zorg dat jongeren voor het Rotterdamse onderwijs kiezen en dat de oude rotten graag in het Rotterdamse onderwijs blijven.
Deel dit artikel:

Reageren