Boek over 'eentje van foute ouders'

"Kinderen van NSB-ouders moesten achter in de klas zitten. Mochten niet praten, 'van jou hebben we al genoeg gehoord.' Niet meezingen in het koor. Kinderen van NSB-ouders kregen bijna nooit een beurt. Voor klasgenoten bleef deze behandeling niet verborgen. Als ze ruzie kregen op het schoolplein, of ook wel zonder ruzie, zomaar, steeg er gejoel op en scholden leerlingen de kinderen uit voor NSB'er."

(uit: De Barones van Janny de Heer)

Mien Bezemer is er "eentje van foute ouders". In de Tweede Wereldoorlog, als Mien nog maar een kleuter is, staan haar pa en ma aan de kant van de NSB. Een gegeven dat Mien's leven dramatisch zal beïnvloeden.

Voor de buitenwereld is de NSB-dochter besmet, bezoedeld, fout en onbetrouwbaar. Thuis, in het gezin, regeert na de oorlog de verbittering. Als Mien iets probeert te bereiken in het leven noemt haar moeder haar smalend 'De barones.'

In het gelijknamige boek vertelt de nu 76-jarige Zwijndrechtse haar persoonlijke verhaal. "Mijn leven is niet helemaal prettig geweest", zegt ze. "Of liever: mijn leven is helemaal niet prettig geweest."

Mien loopt zes keer een zware depressie op en belandt vier keer in een psychiatrische inrichting. Ook haar broers gaan gebukt onder de slagschaduw van de NSB.

Janny de Heer heeft De Baronesgeschreven om een stem te geven aan alle "Mienen" van Nederland, personen die er tot heel ver na de oorlog moeite mee hebben gehad om zichzelf niet minder te voelen dan anderen.

Of, zoals Mien het verwoordt in het boek: "Sien zei: je moet van jezelf houden. Ik heb ervaren hoe moeilijk dat is. Lach naar buiten, doe me vrolijker voor dan ik me voel, maar kan niet vermijden dat ik, als ik over mijn leven begin in gezelschap, in huilen uitbarst."
Deel dit artikel:

Reageren