Zo Ben Ik Groot Geworden: Setkin Sies

Hij werd dertien, veertien misschien, en stapte als jarige job in een huis dat alleen door kaarsen werd verlicht. De lichtjes brandden tot op de wc. "Voor de gezelligheid", zeiden zijn ouders vrolijk. En dat nam Setkin Sies (Capelle aan den IJssel, 1972) zonder gefronste wenkbrauwen aan.

In werkelijkheid was het kaarslicht bittere noodzaak. Want juist die dag had het Gemeentelijk Energiebedrijf de toevoer van gas en elektriciteit afgesloten.

Zijn ouders hadden een eigen zaak gehad. Een kledingwinkel met zelfontworpen jurken en bruidsjaponnen. Maar door een gepeperde navordering van de belasting ("foutje van de boekhouder'') was een torenhoge schuld ontstaan. De zaak ging over de kop en de familie kon de eindjes daarna amper aan elkaar knopen.

Toch herinnert Setkin Sies, tegenwoordig "eenpitter" van de Christen Unie/SGP in de Rotterdamse gemeenteraad, zich die periode niet als een aaneenschakeling van kommer en kwel. Zijn ouders waren creatief en wisten overal iets van te maken, er gleed af en toe een envelop met geld van een anonieme afzender door de brievenbus en ach, in merkkleding was hij toch al niet geïnteresseerd. Bovendien was er het geloof als grote steunpilaar.

Geen starre religie met louter passieve consumptie van bijbelteksten en preken, maar een zichtbaar en sociaal geloof. Of, zoals Setkin Sies het omschrijft: "Als ik tegen mijn vrouw zeg 'ik hou van je' en ze merkt het niet, dan is het niks waard."

Jaren later, toen hij al lang en breed de deur uit was, zouden zijn ouders in Rotterdam de Voedselbank oprichten. Als ervaringsdeskundigen.
.
Luister hierboven naar de audio-verhalen van Setkin Sies.
Meer over dit onderwerp:
madm zbigg
Deel dit artikel:

Reageren