Woningbouw in Rotterdam: goed en/of goedkoop

Het referendum op 30 november de Woonvisie van de gemeente Rotterdam lijkt zich vooral toe te spitsen op de sloop van 20 duizend goedkope woningen. Van de afgelopen honderd jaar woningbouw in Rotterdam valt een hoop te leren.

Begin vorige eeuw was de stad nog niet bezig met het binden van hogere inkomens aan (wijken in) Rotterdam. Het aantal inwoners is tussen 1880 en 1920 ruimschoots verdrievoudigd van 150 duizend naar een half miljoen. De stad breidt uit op Zuid en woningspeculanten stampen met de zogenaamde revolutiebouw vooral alkoofwoningen uit de grond. Goedkope, donkere en bedompte woningen voor een maximale opbrengst, maar zonder aandacht voor een gezond leefklimaat.

Rol gemeente
De gemeente houdt zich lang afzijdig van deze ontwikkeling en problemen. Tot de woningbouw stilvalt door economische stagnatie rond het eind van de Eerste Wereldoorlog. In 1917 wordt de gemeentelijke woningdienst opgericht en wordt in korte tijd een groot aantal woonwijken gebouwd of in voorbereiding genomen. Het gros daarvan op Zuid. Door de dikke kleilaag hoefde daar niet geheid te worden en dat scheelde veel geld.

Woningnood, ook kwalitatief
Het ging niet alleen om een tekort aan woningen, maar ook om 'kwalitatieve woningnood'. Als het de arbeiders beter verging, verhuisden ze naar een betere woning. De paupers bleven achter in krotten. Er was een groot gebrek aan goede goedkope huisvesting. De gemeente zocht naar oplossingen en dat leidde, met dank aan vooruitstrevende denkers en moderne architecten, tot een aantal opmerkelijke woonvormen in Rotterdam.

Experimentele woningbouw
Een van de voorbeelden is het Justus van Effenblok dat in 1921 wordt opgeleverd. Het blok is een dorp in het klein met centrale gemeenschappelijke voorzieningen zoals was- en droogruimtes, centrale verwarming en een brede galerij die de oplossing vormt voor de toegang bij stapeling van woningen. Tien jaar later verrijst de Begrpolderflat, de eerste galerijflat ter wereld. De woningen zijn compact en slim ontworpen en trekken een mix van vrijgezellen, werkende vrouwen, oudere alleenstaanden en pasgehuwden.

Galerijflats
Inmiddels zijn we gewend aan hoogbouw en is het moeilijk voor te stellen dat de Bergpolderflat ooit een hypermoderne indruk heeft gewekt. Tot in de jaren zeventig werden galerijflats gebouwd, vooral in buitenwijken. In het centrum van Rotterdam zij de Lijnbaanflats en de Zuidpleinflat er een voorbeeld van. Daarna raakte het uit de gratie. Nieuwe - en duurdere - vormen van hoogbouw zijn inmiddels wel weer populair in het centrum van de stad.

Ideale minimumwoning
De ideale minimumwoning blijft een ideaal. De huren van goede en goedkope woningbouw zijn vaak toch wat hoger en dat betekent dat de onderlaag van de bevolking is veroordeeld tot goedkoop en minder goed wonen. Terugkijkend op een eeuw woningbouw ligt de geschiedenisles niet per se in wat goed of fout is geweest in de aanpak, maar wel in de noodzaak om te kijken naar waar nu en in de nabije toekomst behoefte aan is.

In Museum Rotterdam is dinsdagavond 29 november een debat over de woonvisie. Centraal staat de vraag of en hoe de woonvisie bijdraagt aan de dromen van alle stadsgenoten: https://museumrotterdam.nl/ontdek/rotterdamse-clich%C3%A9-arena-2
Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: