ARCHIEF RIJNMOND 14 mei 2017 – Massa

Afgelopen week heb ik een kleine botsing van culturen meegemaakt. Een botsing van culturen, op de terugweg naar huis, van Rijnmond.

Ik was vorige week zondag om twaalf uur al klaar met de uitzending, de sport nam het over, met een lange aanloop tot de wedstrijd Excelsior-Feyenoord, de wedstrijd die, zo was toch wel de verwachting, Feyenoord landskampioen zou maken.
Op de tribunes van Excelsior is maar beperkt ruimte, menig supporter toog alvast naar de Rotterdamse binnenstad om de wedstrijd daar op de een of andere manier mee te maken.

Op weg van Rijnmond naar huis, langs de rand van de binnenstad, kwam ik ze tegen, in kleine clubjes, die supporters. Feyenoord-shirts aan, vlaggen bij zich, en biertraytjes bungelend in de hand. Geen grote voortekenen van de rotzooi die een deel van de teleurgestelde supporters later die middag zou trappen, maar ik vond het al onprettig.

Iets in het wat uitgelaten, balorige gedrag van die enthousiastelingen op weg naar het centrum zei me dat ze zich opmaakten om zich onder te dompelen in een opgewonden massa. Een opgewonden massa van gelijkgestemden waarin de individuele verantwoordelijkheid gauw op de achtergrond raakt.
Groepen mensen – zekere groepen mensen met opgelaaide emoties en een hoop alcohol erin - kunnen rare dingen doen. Dingen die mensen in hun eentje wel uit hun hoofd zouden laten.

Wat er aantrekkelijk is aan dat opgaan in een menigte en aan het opgaan in zo’n roes van alcohol snap ik geloof ik wel. Je bent even verlost van jezelf. Je bent deel van iets groters. Er is een groter verband. En in het gevoel van verbondenheid waarmee dat gepaard gaat, schuilt denk ik iets van, welja, zingeving. Zoals in een intens beleefde religie. Of in een oorlogssituatie.

Het talent dat mensen hebben voor groepslidmaatschap verschilt nogal. En dat ik er zelf maar heel weinig aanleg voor heb, dat proeft u denk ik al uit de manier waarop ik praat over voetbalsupporters op weg naar een verwacht feestje.
Ik voel me vooral verbonden met mijn vrouw, met de hond, met wat dierbare mensen daaromheen, verder in zekere zin met verstandige mensen in het algemeen, met mensen die kunst en cultuur weten te waarderen, ik ervaar enige mate van verbondenheid met Nederland, maar ik voel me op geen enkele wijze deel van een groep die zich heel duidelijk als groep manifesteert. Ik hang niks aan. Ik sta niet snel ergens voor te juichen. En als er ergens competitie heerst, zoals in voetbal of het songfestival, vind ik het al gauw nergens over gaan.

Het is helemaal niet zo dat ik me verheven voel of zo.
Er zijn mensen die ik graag mag en die ik serieus neem die hartstochtelijk aanhanger zijn van Feyenoord. Of van Sparta. Of van Excelsior. Of van, welja, Ajax.
Het heeft denk ik meer te maken met karakter, en emotiehuishouding.

Van de week heb ik eens diep nagedacht of ik ooit wèl deel heb uitgemaakt van een grotere groep, en daarvan heb genoten.
En toen kwam ik op een ervaring waar ik niet heel erg trots op ben.

Het was in de jaren zeventig, in Spanje.
Ik heb toen een paar zomers gelogeerd bij Spaans-Nederlandse vrienden in de buurt van Valencia, en op zeker moment waren er stierenrennen in de straten van hun dorpje, Picasent.
U kent misschien beelden van het stierenrennen in de straten van Pamplona. Op een stratenparcours worden allemaal stieren losgelaten en durfals rennen voor de opgefokte en paniekerige dieren uit. Nu en dan struikelt er een waaghals, of wordt er eentje op de hoorns genomen. Het is een soort flirt met de dood. Er vallen ook wel eens slachtoffers.

In dat kleine plaatsje ging het zo’n beetje toe als op die tv-beelden, alleen iets minder massaal. Er was een bescheiden parcours afgezet. Maar wel zodanig dat de dieren een blokje konden nemen en hun plaaggeesten onverwachts van twee kanten konden belagen. En: ik maakte het ’s avonds mee. Met iets van vijf of zes stieren of meer met fakkels op hun hoorns. Waar die beesten natuurlijk stapelgek van werden.

Ik heb werkelijk gerènd voor mijn leven. Samen met allemaal andere opgeschoten jongens en met brave huisvaders die even hun maatschappelijke verantwoordelijkheid hadden laten varen. In het vuur van het evenement heb ik me met hen herhaaldelijk opgetrokken aan het traliewerk van ramen om te ontkomen aan een aanstormende kolos. Ik ben tussen een rijtje vastgeklemde bouwstempels door een garage ingevlucht en zag achter me een stier zó die stempels omver beuken en de garage binnenstampen. En ik heb de poten uit mijn lijf gehold om nèt voor een stelletje stieren een opgetrokken barricade te bereiken.

Ik ging kortom helemaal op in het massaspektakel, een spektakel dat ook bepaald niet van gevaar ontbloot was. De adrenaline gierde door mij lijf. Als ik ooit geweten heb dat ik leef, dan was het toen.
Het was ge-wel-dig.

Maar na een tijdje drong ook het besef door: dit nooit meer.

Vanmiddag, tijdens de wedstrijd Feyenoord-Hercales, zit ik in het theater.
Bij een fijn moederdagconcertje.

SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

2. Hand in hand, kameraden – Kalimba

BOMBARDEMENT 1940
3. Wortbericht Sepp Dietrich & uitleg Paul Smits
4. Bombardement – Theatergroep De Kern
5. Jules Deelder & Kurt Student – Mike Boddé

6. Oh! You sweet thing – Louis de Vries
7. Blijdorp – Joris Lutz

AANKONDIGINGEN
8 Americanas – Metropole Orchestra Big Band

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: