Kunstenaar in het verzet

De Rotterdamse kunstenaar Gust Romijn (1922) is bekend van zijn beeldhouwwerken en schilderijen. Nog altijd is er op verschillende plekken in de regio werk van Romijn te zien.

Wat veel mensen niet weten, is dat Romijn tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet heeft gezeten.

Op vijfjarige leeftijd hij verhuist Gust Romijn met zijn ouders naar Rotterdam. Zijn vader is huis- en tandarts en het gezin gaat aan de Randweg in Rotterdam-Zuid wonen. De zolder is het domein van de jonge Gust, hij kan er naar hartelust schilderen en knutselen. Van afgedankte tandarts tangetjes maakt hij z'n eerste sculturen.

Architectuur

Na de HBS wil Romijn niet verder studeren en gaat aan de slag als machinebankwerker bij een scheepswerf in Delfshaven. Een paar jaar later wil hij naar de Kunstacademie. Dat vinden zijn ouders geen goed idee. Het compromis is dat Romijn architectuur gaat studeren aan de Hogere Polytechnische School.

Hij ligt al snel in de clinch met zijn docenten en na overleg met zijn ouders, schrijft hij zich in voor de opleiding binnenhuisarchitect bij de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten. Wat zijn ouders niet weten, is dat Gust Romijn zich inschrijft bij de afdeling boetseren en beeldhouwen.

Oorlog

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is Romijn getuige van het de aanval op Vliegveld Waalhaven. Hij zoekt het avontuur en gaat met vrienden naar de Waalhaven om naar de gevechten te kijken. Vier dagen later ziet hij vanaf het dak van zijn ouderlijk huis het bombardement op het centrum van Rotterdam.

Op de Academie gaat het niet vlekkeloos. Hij wordt weggestuurd en pas dan komen zijn ouders erachter dat hij een andere studierichting doet dan dat hij hen heeft verteld. Dat leidt tot ruzie thuis.

Katendrecht

In 1941 vestigt Gust Romijn zich op Katendrecht. Hij huurt er een klein atelier. Voor zijn beeldhouwwerk haalt hij stenen uit 'de puin', zoals de Rotterdammers zeggen. Het puin dat overblijft na het bombardement.

Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen vlucht Romijn in 1943 naar Brussel en later naar Maastricht. Daar wordt hij in 1944 bij een razzia opgepakt door de Sichterheitsdienst. Romijn ontsnapt en vlucht naar Rotterdam.

Dorus


Net als zijn ouders en zus sluit hij zich aan bij het verzet. De familie Romijn heeft onderduikers in huis. Gust Romijn neemt deel aan overvallen op distributiekantoren. Hij heeft een vals persoonsbewijs met de naam Willem Boutkan en gebruikt de schuilnaam Dorus.

Na de bevrijding, in de winter van 1946, maakt hij een map met zes schetsen in rood krijt. 'Opgedragen aan mijn ouders ter herinnering aan de Winter '45, Rotterdam 5 december 1946' schrijft hij erin. De tekeningen zijn kort geleden geschonken aan Museum Rotterdam 40-45 NU.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: