Van Kralinger Hout naar Kralingse Bos

Het plan voor het aanleggen van het Kralingse Bos ontstaat aan het begin van de vorige eeuw. De plas ligt er al dan al, die is in de 17e eeuw door turfwinning ontstaan.

"Er was ooit een gebied met zestien van die plassen tussen Rotterdam en Gouda", vertelt historicus Dik Vuik. "Turfwinning was vanaf de Middeleeuwen de brandstof waarop Nederland draaide."

Kuilen

Turf bestaat uit opgegraven veengrond die te drogen wordt gelegd. Zo ontstaan stukken turf die verbrand kunnen worden. Door het opgraven ontstaan diepe kuilen in het landschap. Vuik: "Die kuilen zijn uiteindelijk volgelopen en zo zijn plassen als de Kralingse Plas ontstaan."

In het gebied bij Rotterdam ontstaan de meeste plassen in de 17e en 18e eeuw. De Alexanderpolder heeft ook uit dat soort plassen bestaan, dat gebied is later ingepolderd. Nu zijn er nog drie passen over: de Bergse Plassen en de Kralingse Plas.

In 1895 wordt Kralingen geannexeerd door Rotterdam. Het poldergebied wordt dan snel beboeuwd. Directeur G. J. de Jongh van Gemeentewerken bedenkt een stadspark voor Kralingen.

Kralinger Hout

Meedere steden hebben zo'n park: Haarlem heeft de Haarlemmerhout en Den Haag Bezuidenhout. Kralingen moet Kralinger Hout krijgen. In 1911 neemt de Rotterdamse gemeenteraad het plan van De Jongh aan.

"Dan moet het grote karwei beginnen, de grond moet verworven worden en wat er staat onteigend", aldus Dik Vuik. Het duurt nog lang voordat het Kralingse Bos daadwerkelijk aangelegd wordt.

Waalhaven

Tegelijkertijd met het plan voor een stadspark in Kralingen, wil Rotterdam de Waalhaven graven. De grond die daar vrij komt, wordt gebruikt om de poldergrond rond de plas op te hogen.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zorgt voor vertraging. De Waalhaven wordt pas rond 1920 gegraven. Dan komt er pas grond naar Kralingen.

1928: eerste boom

Dan duurt het nog tot 1928 voordat de eerste boom de grond in gaat. De eerste bomen worden gepland aan de oostkant van het bos. "Wijkbewoners noemen dat nog altijd het oude bos", aldus Dik Vuik.

Van oorsprong is de aanleg van het Kralingse Bos geen werklozenproject. Dat is het in de crisisjaren dertig wel geworden. In die jaren wordt 'het nieuwe bos' door voornamelijk werklozen aangelegd.

Bloedheuvel

"Inclusief een hoge heuvel met de bijnaam 'bloedheuvel', omdat het letterlijk bloed, zweet en tranen heeft gekost om te maken. De heuvel ligt 10 tot 15 meter hoger, dat heeft veel moeite gekost. Hij is aangelegd als uitzichtpunt. "Inmiddels heb je er geen uitzicht meer want alle bomen zijn hoog geworden", zegt Vuik.

Er is de afgelopen eeuw weinig aan het bos veranderd. De paden lopen nog steeds zoals ze in het oorspronkelijk plan staan. De naam Kralinger Hout heeft het niet gered. Dik Vuik: "Kralinger Hout was een ouderwets klinkende naam, het duurt bijna 30 jaar voordat het bos officieel wordt geopend, dat gebeurt pas in 1953 en dan wil men een park geen 'hout' meer noemen. Toen is het Kralingse Bos geworden".

Foto: Helmuth Tjemmes, vanaf 9 juli te zien in de expositie STAD. DIG IT UP Gallery.

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: