Kalkfabriek Brielle: werkgelegenheid en stank

Het zicht op Brielle is jarenlang bepaald door de acht schoorstenen van de kalkfabriek. Het is 120 jaar geleden dat de eerste zakken kalk uit de fabriek kwamen. Dat is het startpunt van bijna 75 jaar werkgelegenheid, maar ook van vieze lucht in Brielle.

Pieter van der Wallen richt in 1896 de N.V. Stoomschelpenzuigerij en Schelpkalkbranderij op. Hij wil een fabriek bouwen op het terrein van een voormalige tuinderij aan het Slagveld in Brielle. Onder de inwoners van het dorp zijn voor- en tegenstanders.

Bezwaar


De voorstanders juichen een nieuwe werkgever in Brielle toe. Tegenstanders zijn bang voor dampen van de fabriek die de gezondheid aan zouden kunnen tasten. Er komen bij de gemeente 24 bezwaarschriften binnen.

"Ook de Minister van Oorlog was tegen de komst van de kalkfabriek", weet Bob Benschop van het Streekarchief Voorne-Putten. De minister tekent bezwaar aan tegen de schoorstenen die een 'sta-in-de-weg' zijn in oorlogstijd. Daarnaast vindt de minister dat de ovens een gevaar zijn voor de mijnen van de Torpedisten die aan de overkant van het water liggen opgeslagen.

Uiteindelijk komt de fabriek van Pieter van der Wallen er toch. In oktober 1896 worden de laatste geschillen voor de Raad van State uitgevochten. In november van dat jaar wordt de eerste steen van de fabriek gelegd door burgemeesterszoon George Lette.

Marie


Ondertussen wordt in Kinderdijk een schip gebouwd, een stoomschelpenzuiger die de naam Marie krijgt. Marie is de echtgenote van oprichter Van der Wallen. Briellenaren kijken reikhalzend uit naar de komst van de Marie naar Brielle. Als het schip in april 1897 binnenloopt, staan de kades vol.

Het schip verblijft een groot deel van het jaar op zee, op de schelpenbanken in de Noordzee. Met een buis van 14,5 meter worden prehistorische schelpenlagen van de bodem opgezogen. Dat levert op goede dagen zo'n 400 kubieke meter op.

Binnenvaart


Een bemanningslid van de Marie schept de grote kluiten klei eruit, terwijl de schelpen worden schoongewassen en in langszij liggende binnenvaartschepen worden gestort. Die brengen de schelpen naar Brielle.

In de fabriek worden de schelpen in acht ovens vermengd met kolengruis. Het brandproces duurt vier dagen. Daarna scheppen arbeiders de ongebluste kalk vanuit de onderkant van de oven in stalen kruiwagens en brengen het naar de blusloods. Daar wordt er water overgegoten waardoor witte kalk ontstaat. De eerste kalk wordt op 25 september 1897 geleverd. In zakken van 50 kilo gaat het de fabriek uit. Het wordt vooral gebruikt in de bouw.

Kippenhouderij


De fabriek maakt in de beginjaren elk jaar winst. Van der Wallen breidt de productielijnen ook uit. In 1906 begint hij met de fabricage van kalkzandsteen. En als in de jaren dertig de intensieve kippenhouderij opkomt, blijkt kalk een onmisbaar middel om de eierschalen van de legbatterijkippen sterker te maken. De kalkfabriek vervaardigt van witte schelpen kalkgrit dat als veevoer wordt verkocht.

Na de Tweede Wereldoorlog blijft de kalkfabriek met veertig personeelsleden nog tientallen jaren winstgevend. Uiteindelijk wordt kalk in de bouw steeds meer verdrongen door cement. Door veranderingen in de eierindustrie is er ook minder behoefte aan kalkgrit. En ook de bewoners van Brielle kijken op een gegeven moment anders naar de kalkfabriek.

Stankoverlast


Jarenlang hebben de Briellenaren het stof en de stank voor lief genomen, maar in 1970 verandert dat. In juni 1970 experimenteert de fabriek met petroleumcokes om de ovens te verhitten. Dat zorgt voor een soort smog-achtige mist en een weeïge zoete geur die door windstilte een aantal dagen blijft hangen.

Metingen wijzen uit dat de vervuiling uit zwavelverbindingen met CO2 bestaat, wat tot veel onrust leidt. Ook de voortdurende herrie die de dagelijkse diensten van ’s ochtends zeven uur tot middernacht veroorzaakt, leidt tot protest.

Bob Benschop: "De bank geloofde niet meer in de toekomst van de fabriek vanwege de noodzakelijke, maar kostbare investeringen om de overlast te verminderen. Dus in het voorjaar van 1971 trok die de stekker eruit."

De productie stopt gefaseerd tussen april en juli en de werknemers krijgen een afvloeiingsregeling. Het 75-jarig bestaan is binnen handbereik, maar de omstandigheden maken een voortijdig einde aan de fabriek.

Monumentaal


Zodra de overlast voorbij is, groeit het besef dat de kalkfabriek een bijzondere plek in heeft genomen en tot een onlosmakelijk onderdeel van de Brielse geschiedenis is uitgegroeid. Terwijl de sloop van de gebouwen dat najaar in volle gang is, voeren voor- en tegenstanders een discussie over het behoud van de monumentale schoorstenen.

De gemeente heeft er begrip voor, maar is ook verwondert over de plotseling veranderende emoties rond de kalkfabriek. Uiteindelijk wordt besloten de zes schoorstenen toch met de grond gelijk te maken: op 14 december 1971 brengt een springlading de laatste twee schoorstenen ten val.

Benschop: "En daarmee veroorzaakte de kalkfabriek een laatste stofwolk, die snel boven de ooit florerende binnenstad van Brielle vervluchtigde."

Meer over dit onderwerp:
madm
Deel dit artikel: