Hoe 'groentje' Bram Meerman een zwarte duivel werd

In Rotterdam is zaterdag de as uitgestrooid van marinier Bram Meerman. Dat gebeurde op de Nieuwe Maas, op de plek waar de voormalig marinier in de Tweede Wereldoorlog met gammele wapens een verbeten strijd voerde tegen de Duitse bezetter. Wie was de 'zwarte duivel', die groen als gras de oorlog inrolde?

De as die zaterdag het water in dwarrelt is niet van een Rotterdammer, maar van een Zeeuw. Bram Meerman (1919-2017) groeit op in het dorp dat vooral bekend staat om de indrukwekkende en zelfs bezongen kerkklok: Arnemuiden. Zijn vader is visser en ook voor de jonge Bram ligt een carrière op een kotter voor de hand. Maar hij heeft een hekel aan het zilte water.

Ik werd zeeziek van het schommelen en de putlucht van die garnalen

"Ik werd zeeziek van het schommelen en de putlucht van die garnalen", vertelt hij in 2016 aan het tijdschrijft Gers! "Ik liep met mijn ziel onder mijn arm in het dorp. Toen heb ik maar gesolliciteerd bij de mariniers. [...] Het was een manier om van de straat te zijn."


De 20-jarige rekruut komt terecht in Rotterdam. In een kazerne aan het Oostplein. Hij is nog maar drie maanden onder de wapenen als op 10 mei 1940 vroeg in de ochtend de oorlog uitbreekt.

Duitse vliegtuigen bombarderen in Rotterdam het vliegveld Waalhaven. Bij het Feyenoordstadion komen parachutisten neer. Watervliegtuigen landen op de Maas. Van daaruit bezetten de Duitsers vliegensvlug de Maasbruggen en het Noordereiland.

De aanval komt als een complete verrassing. Meerman - qua krijgskunst nog zo groen als gras - ligt in zijn kazernebed bij te komen van een avondje stappen als hij midden in de nacht wordt wakker gemaakt. "We kregen een jas over onze schouders en een geweer in onze handen."

Braaf doet hij wat hem wordt opgedragen. "Naar de Maasbruggen moesten we. We liepen langs het Witte Huis de Boompjes op, naar de voet van de brug. Toen had je nog een muurtje dat opliep naar de brug toe. De ene helft van onze groep liep voor dat muurtje en de andere erachter. Ik liep toevallig achter het muurtje."

Sergeant Van Espen sneuvelde voor mijn ogen en er vielen nog een stuk of twaalf jongens

"Waar ze zaten weet ik niet precies, maar toen die moffen begonnen te schieten waren mijn maten aan de kant van het water als eerste aan de beurt. Sergeant Van Espen sneuvelde voor mijn ogen en er vielen nog een stuk of twaalf jongens. We doken weg en vuurden terug."

De wapens die de mariniers in handen hebben zijn zwaar verouderd. Het zijn repeteergeweren uit 1895 en een paar haperende mitrailleurs. Meerman: '"Het was doorhalen, één keer schieten en weer doorhalen. De moffen hadden modern wapentuig. Zijn vuurden - ratatatatatat!"

Nederlandse vliegtuigen proberen de mariniers vanuit de lucht te helpen door de Willemsbrug te bombarderen. Maar dat mislukt. In plaats van de brug worden een paar panden op het Noordereiland geraakt. Daar zit de burgerbevolking als ratten in de val.

Meerman blijft twee dagen aan het Maasfront."Toen werden we afgelost door mariniers die hun opleiding wél hadden afgerond. Wij gingen terug naar de kazerne om wat te slapen."

Maar van nachtrust komt opnieuw niet veel. Om 05.30 uur slaat een Duitse bom in de flat pal naast de kazerne aan het Oostplein. Meerman grijpt zijn geweer en springt vanaf de eerste verdieping de straat op.

Iedereen kwam levend uit het gebouw, maar onze spullen waren verbrand. Ik had niets meer dan het uniform dat ik aan had

De kazerne krijgt daarna de volle laag en vliegt in brand. Meerman in Gers!: "Iedereen kwam levend uit het gebouw, maar onze spullen waren verbrand. Ik had niets meer dan het uniform dat ik aan had."

Bij de Maasbruggen woedt de strijd nog onverminderd door. Nederlandse militairen hebben zich onder meer verschanst in het Witte Huis, om van daaruit het vuur te openen op de Duitsers, die willen oprukken naar het noordelijk deel van de Maasoever.

De mariniers dragen donkerblauwe uniformen, die blijkbaar moeilijk van zwart te onderscheiden zijn. Voor de vijand reden om hen 'zwarte duivels' te noemen.

Heinkel


Dan wordt het 14 mei en dwingen de Duitsers Rotterdam - en later heel Nederland - op de knieën. Bommenwerpers van het type Heinkel vernietigen bijna de hele historische binnenstad en een deel van Kralingen. Naar schatting 800 mensen komen om het leven en 80.000 personen raken dakloos.

Meerman ziet Rotterdam veranderen in een rokende puinhoop. Hij moet zijn wapens inleveren en verhuist met zijn werkloze bataljon naar een pand aan de Rochussenstraat. Na verloop van tijd gaat hij werken voor de spoorwegen. Dat levert hem bescherming op.

"Gewezen militairen kregen op een gegeven moment een oproep om zich te melden. Dan ging je als krijgsgevangene naar Duitsland. Van de spoorwegen kreeg ik een Ausweiss dat ze me niet konden missen. Ik mocht blijven, terwijl anderen afgevoerd werden."

Mes tussen de tanden


Na afloop van de oorlog krijgt het Korps Mariniers een hoge onderscheiding: de Militaire Willemsorde. Over de strijd bij de Maasbruggen rouleren heldhaftige verhalen. Zo zouden leden van het korps met het mes tussen de tanden de Maas zijn overgezwommen voor man-tegen-mangevechten met de Duitsers. Historici betwijfelen of dat waar is.

Voor Bram Meerman is de Duitse bezetting een van de drie oorlogen waarin hij verzeild raakt. Hij neemt ook deel aan de strijd in Nederlands-Indië en in Nieuw-Guinea. Steeds met een beschermengel op zijn schouder. Maten sneuvelen, bij hem missen de kogels doel.

Meerman is geen type dat zich op de borst klopt. Over de oorlog zwijgt hij vooral. Zijn eigen kinderen weten lange tijd niet dat ze de nazaten van een 'zwarte duivel' zijn. Pas als er een boek uitkomt over de strijd om de Maasbruggen ontstaat een gesprek over mei 1940.

En wat heb ik eraan overgehouden? Een paar medailles...

Het gaat steeds beter, maar over het algemeen hebben de oorlogen hebben hem ruw en onverschillig gemaakt, zegt de oud-marinier vorig jaar in Gers! "En wat heb ik eraan overgehouden? Een paar medailles..."

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: