De rehabilitatie van Pincoffs

Lodewijk Pincoffs (1827-1911) staat lange tijd bekend als de grootste schurk van Rotterdam. En voor sommige Rotterdammers is hij dat nog steeds. Maar sinds de jaren negentig wordt hij ook geëerd in de havenstad. Een plein draagt zijn naam, een hotel is naar hem vernoemd en hij heeft zelfs een standbeeld gekregen. Hoe en waarom zijn wij deze schurk gaan eren?

Pincoffs is berucht in Rotterdam vanwege zijn vlucht naar Amerika op 14 mei 1879. Hij zadelt als president-directeur de Rotterdamsche Handelsvereniging met een miljoenenschuld op. Hij vertrekt daarom als een dief in de nacht via Calais en Engeland naar de V.S. Door het handelen van één van de grootste Nederlandse fraudeurs gaan velen in Rotterdam failliet.

Zakenman en weldoener

"Hij werd wel de voorzienigheid van Rotterdam genoemd", vertelt Bram Oosterwijk die een biografie over Pincoffs schreef. De opmerking van Oosterwijk geeft aan dat Pincoffs voor zijn vlucht op een voetstuk staat in Rotterdam. Hij is ook een pientere man.

Als een telg uit een gegoede joodse familie krijgt hij onderwijs op privéscholen. Op latere leeftijd weet hij met zijn zwager Henry Kerdijk de succesvolle Afrikaanse Handelsmaatschappij op te richten waar zij zich specialiseren in handel van buskruit tot ivoor.
Pincoffs heeft behoorlijk wat aanzien in Rotterdam. Mede daarom wordt hij op 28-jarige leeftijd in de Rotterdamse gemeenteraad gekozen. En bijzondere mijlpaal in een tijd waar de joodse medemens in Nederland regelmatig als tweederangsburger wordt beschouwd.

Daarnaast is hij actief op liefdadigheidsgebied. Ondertussen zit hij zakelijk niet stil. Zo is hij onder meer betrokken bij de oprichting van de Holland-Amerika Lijn. 'Alles voor Rotterdam!’ luidt het motto van Pincoffs.

Beschaamd vertrouwen

Het is Pincoffs die gaandeweg de jaren 1860 inziet dat de Rotterdamse haven moet uitbreiden. Hij is de enige die met een gedurfd plan komt en dit plan wil laten slagen. Pincoffs overtuigt burgemeester Joost van Vollenhoven dat het eiland Feijenoord de ideale basis biedt om de Rotterdamse haven uit te breiden. De Linker Maasoever is dan nog een groen onontwikkeld gebied, maar biedt wel de mogelijkheid om grotere schepen te ontvangen.

Als de kogel door de kerk is wordt in 1873 de Rotterdamsche Handelsvereniging voor het kapitaal van 15 miljoen gulden opgericht. En wie neemt de leiding? Pincoffs natuurlijk.

Hij kreeg niet de leiding, hij nam gewoon de leiding.
Bram Oosterwijk

De ietwat kleine en gezette ondernemer geniet het volste vertrouwen in de havenstad.
In de beginjaren gaat alles goed. Maar dan in de tweede helft van de jaren 1870 komt de klad er in. Er ontstaan gaten in de begroting want de ambitieuze Pincoffs wil meer dan mogelijk is.
IJdel als hij is, wil hij zijn fouten niet inzien. Hij probeert de onregelmatigheden te verdoezelen. Verschillende leningen worden afgesloten om de gaten te dichten en prachtig vervalste jaarboeken verhullen de economische malaise.

Kop van Jut

Pincoffs is natuurlijk niet op zijn achterhoofd gevallen. Op een gegeven moment ziet hij in dat de boel niet meer te redden is. Hij plant zorgvuldig zijn vlucht voor hem en zijn gezin. Amerika wordt bewust gekozen, want het beloofde land heeft geen uitleveringsverdrag met Nederland. Op het moment dat Pincoffs op laffe wijze vertrekt, laat hij Rotterdam met ruim 9 miljoen gulden schuld achter.

Misschien het ergste is dat hij zijn vrienden en zakenpartners Henry Kerdijk en de bankier Marten Mees verbaasd en berooid achterlaat. Kerdijk krijgt twee jaar gevangenisstraf en Mees wordt bijna bankroet verklaard. Pincoffs wordt ook bij verstek veroordeeld to acht jaar gevangenisstraf, maar hij zal nooit terugkeren.

Het volk in Rotterdam kan het bloed wel drinken van de dief, fraudeur en schurk Pincoffs. Spotprenten- en liederen over Pincoffs zijn wekenlang erg populair en op de kermis kunnen Rotterdammers op de Kop van Pinc slaan in plaats van op de Kop van Jut. "De glorie is van zijn kop gerukt", zegt Oosterwijk op treffende wijze.

Geen botte verering

Maar zie ruim honderd jaar later. Vanaf de jaren negentig krijgt Pincoffs weer waardering in Rotterdam. Volgens Oosterwijk kun je daar meerdere oorzaken voor aanwijzen. In de eerste plaats hebben we wat tijd nodig gehad om over de schande van Pincoffs heen te kijken.

De wond is nu niet meer zo vers. Daarnaast is er meer interesse in de joodse ondernemer gekomen door de herontwikkeling van Feijenoord en de Kop van Zuid. Plaatsen waar de Rotterdamse haven zich uitbreidde. "En ondanks dat hij een fraudeur was, is hij wel hoofdverantwoordelijk dat de Rotterdamse haven zo groeit door zijn inzicht, lef en ondernemingszin", sluit Oosterwijk af.

Op Feijenoord vind je nog drie gebouwen die stammen uit de tijd dat het havengebied ontwikkeld werd. Het entrepotgebouw, Poortgebouw en het voormalig douanekantoor vormen een historische drie-eenheid. In het douanekantoor zit sinds tien jaar ook Hotel Pincoffs.

Mede-eigenaar Edwin van de Meijde vertelt op welke wijze zij bewust omgaan met de geschiedenis van de beruchte ondernemer. "Wij doen niet aan botte verering, maar willen de waarheid eer aandoen. Zo draagt niet de grootste suite de naam van Pincoffs, maar heeft hij de een na grootste kamer. De grootste suite is vernoemd naar zijn vriend Marten Mees."

De wijze waarop Hotel Pincoffs omgaat met het verleden van Pincoffs, sluit ook naadloos aan bij het standbeeld van Pincoffs bij het entrepotgebouw en de symboliek die het kunstwerk van Willem Verbon uitstraalt. Het is één van de weinige standbeelden die geen sokkel heeft. Zo is Pincoffs wel terug in Rotterdam, maar niet op een voetstuk. Hij staat gewoon met zijn poten in de modder.

Afbeelding: Sportprent uit 1879, de aankomst van Pincoffs in Amerika.
Maker onbekend, bron: Stadsarchief Rotterdam

Meer over dit onderwerp:
madm vergetenverhalen
Deel dit artikel: