Bokser Cor Eversteijn in Boijmans
28-10-2011 | 16:46Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam wijdt een tentoonstelling aan het veelbewogen leven van de Rotterdamse bokser Cor Eversteijn. Fotograaf Carel van Hees volgde hem vanaf zijn eerste successen in de ring tot de laatste wedstrijd voor zijn dood in 1983.
Een Rotterdamse dandy, die het boksen rock ‘n’ roll maakte. Cor Eversteijn werd in 1949 geboren als zoon van de Rotterdamse bokskampioen Bram Eversteijn. Het boksen werd hem met de paplepel ingegoten. Als zestienjarige jongen bokste hij op de kermis, maar al snel werd hij ontdekt als bijzonder talent. Carel van Hees volgde hem vanaf de jaren zeventig.
Charisma
“Ik ontmoette hem bij een bokswedstrijd in de Odeon in Rotterdam-West”, zegt Carel. “Ik had een van mijn eerste banen als fotograaf bij een persbureau en moest bokswedstrijden fotograferen. Cor had een energie, een charisma, hij maakte diepe indruk op me. Na de wedstrijd zocht ik ‘m op in de kleedkamer. Zo zijn we vrienden geworden.”
Dandy
Al snel na die eerste ontmoeting besloot Van Hees dat hij een boek over Eversteijn wilde maken. Jarenlang fotografeerde hij de jonge bokser. “Cor was een echte dandy. Een kampioen in de ring, maar ook in de dancing. Hij verdiende de kost als herenkapper, en ook daarin was-ie verschrikkelijk goed. Hij introduceerde de Franse coupe in Rotterdam. Het hele eerste van Feyenoord liet zich door hem knippen.”
Spirit
Cor werd meerdere malen Nederlands kampioen. “Hij had een geweldige linkse directe”, zegt Dries Sloof, zijn oude trainer. “Maar meer nog dan van zijn techniek, moest hij het hebben van zijn enorme spirit. Hij blééf gaan. Dat deed veel van zijn tegenstanders de das om.”
Drank en drugs
Maar zijn succes had ook een schaduwzijde. “Aan de ene kant kon Cor enorm gefocust zijn”, zegt Van Hees. “Hij droomde ervan om kampioen te worden en deed er alles aan om die droom waar te maken. Maar aan de andere kant vocht hij met zijn zwakheden. Hij vond de verantwoordelijkheid voor het leven soms zwaar en kon daar enorm somber van worden. Dan verloor hij zich in drank en drugs en kwam soms dagenlang zijn huis niet uit.”
K.O.
Een keerpunt in zijn leven was de wedstrijd tegen de Engelse Cliff Gilpin, in maart 1983. In de eerste ronde ging Cor knock-out. Hij kreeg zo’n harde klap, dat hij van zijn artsen een half jaar niet mocht trainen. “Dat was verschrikkelijk voor Cor”, zegt Van Hees. “Het trainen, het theater in de ring, het applaus, de schouderklopjes na de wedstrijden, dat was waar hij voor leefde. In feite werd zijn grote liefde hem afgenomen.”
Dood
Die wedstrijd tegen Gilpin, belangrijk onderdeel van de tentoonstelling, bleek uiteindelijk zijn laatste. In november 1983 werd Cor dood aangetroffen in bed. “Hij sloot zich wel vaker op als hij zich niet goed voelde”, aldus Van Hees. “Maar na een paar dagen kwam hij dan ijzersterk weer tevoorschijn. Deze keer niet. Een verkeerde combinatie van drank en drugs werd hem fataal.”
Dochter
Met de dood van Cor, toen 33 jaar, werd het plan om een fotoboek over hem te maken in de ijskast gezet. Tot vier jaar geleden Cors dochter Peggy aanbelde bij de fotograaf. “Ze lijkt als twee druppels water op haar vader. Het was haast of ik een geest zag. Met Peggy heb ik het plan opgevat om een boek en een tentoonstelling over haar vader te maken. Met de foto’s die ik nog had en heel veel foto’s uit haar privé-archief.”
Goede herinneringen
Peggy was elf jaar toen haar vader overleed. Ze heeft veel goede herinneringen aan haar vader, al was het ook moeilijk in de tijden dat hij dronk. “Maar we konden altijd heel goed met elkaar overweg. Zo jong als ik was, praatte hij er toch met mij over als hij verdrietig was. En we hebben ontzettend veel plezier gehad. Mijn vader deed altijd gekke dingen. Hij zocht altijd de roes. In het reuzenrad deed hij net of hij eruit ging klimmen; in de diergaarde stak hij zijn arm tussen de tralies van het leeuwenverblijf. En naar trainingen mocht ik altijd met hem mee, maar bij wedstrijden bleef ik thuis.”
Down
De foto’s van zijn laatste wedstrijd tegen Gilpin vindt ze moeilijk om naar te kijken. “Het doet me echt pijn om te zien hoe hij daar knock-out op de grond ligt. Na die wedstrijd was hij erg down. Hij is er eigenlijk nooit meer overheen gekomen.”
Trots
“Ik heb mijn vader beter leren kennen door dit project”, zegt Peggy. “Verhalen die ik vroeger niet mocht horen, hoor ik nu wel. Dat is een mooie kans als je vader er niet meer is. Maar ik heb ook veel tranen gelaten de afgelopen tijd. Nu het boek af is en de tentoonstelling opent, ben ik ontzettend trots. En dat zou mijn vader ook geweest zijn. Dat weet ik zeker.”
