Odfjell verzweeg ontsnapping 200 ton butaan
30-09-2011 | 14:55Het opslagbedrijf Odfjell in de Rotterdamse Botlek heeft een ontsnapping van 200 ton butaan verzwegen. Het Openbaar Ministerie is inmiddels een onderzoek gestart en bekijkt of het bedrijf kan worden vervolgd.
De 200 ton van het uiterst brandbare gas ontsnapte in de eerste weken van augustus in een tijdsbestek van twee weken uit één van de opslagtanks (nummer 901) met 10.000 kubieke meter benzine langs de Oude Maasweg. Een anonieme tip zette de Milieudienst DCMR op het spoor van de ontsnapping, terwijl het bedrijf volgens de milieuvergunningen verplicht is dit te melden. Het openbaar ministerie is daarom een onderzoek gestart en kijkt daarbij naar twee feiten: het niet melden van een voorval dat wel gemeld had moeten worden en naar mogelijke fouten in de procesvoering waardoor gevaar voor mens en milieu is ontstaan.
Winterklaar maken benzine
Volgens het bedrijf ontsnapte het gas nadat de benzine winterklaar was gemaakt. “Voor de winter voegen we butaan aan benzine toe, zodat auto’s bij kou beter starten,” vertelt directeur Geert Eijsink van de Odfjell Terminal in Rotterdam. “Bij deze menging hebben we waarschijnlijk niet de goede verhoudingen toegepast. Op een gegeven moment zagen we dat de hoeveelheid brandstof in de tank terugliep, maar we konden niet ontdekken hoe dit kwam. Pas na twee weken ontdekten we dat het butaan via het dak van de tank ontsnapte.”
Niet explosief
Volgens Eijsink is er in die twee weken geen explosieve situatie ontstaan, hoewel er een spoorlijn en een drukke weg langs de betreffende opslagtank loopt. “Het gaat om explosievrij gebied, en de afstanden tot de weg en de andere opslagvaten zijn geheel volgens de normen.” Hij erkent dat het dom is geweest de ontsnapping niet te melden; “Waarschijnlijk is dat niet gebeurd omdat de ontsnapping geleidelijk plaatsvond. Maar dat neemt niet weg dat we het wel had moeten melden.”
Milieudienst niet blij
Milieudienst DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zijn er niet blij mee dat het bedrijf het incident niet heeft gemeld. “Dit is een potentieel gevaarlijke situatie geweest. Volgens de regels moet het bedrijf bij wijze van spreken elke druppel die ze lekken bij ons melden,” zegt directeur Jan van den Heuvel van de DCMR. “We hebben het nu uit handen gegeven aan de politie en het Openbaar Ministerie. Die bekijken of het bedrijf hiervoor vervolgd wordt.”
Eerder veroordeeld
Het bedrijf is in de afgelopen zeven jaar meerdere keren veroordeeld voor het overtreden van de regels. In 2004 kreeg het bedrijf een boete van 81.000 euro wegens het lekken van 400 duizend liter benzeen en meerdere olielekkages. Een jaar later kregen ze een proces-verbaal omdat bij het overladen van een schip een stankwolk ontstond. In 2009 rukten de hulpdiensten massaal uit omdat er een tank met benzine was gescheurd. Er kwam toen geen brandstof vrij.
Ging juist beter
Directeur Van den Heuvel erkent dat het bedrijf in het verleden bekend stond als een ‘probleembedrijf dat onze bijzondere aandacht had’. “Het ging de laatste jaren juist weer beter. Dit incident heeft een deuk in het vertrouwen geslagen."
