Waarom rijden wielrenners eigenlijk tegen de klok in?

Gisterochtend was in Wakker@rijnmond het verslag te horen over de ronde van Oostvoorne. En naar aanleiding daarvan ontstond in de uitzending de vraag waarom wielrenners eigenlijk bij dit soort criterium's tegen de klok inrijden. Zo'n rondje gaat altijd linksom. En dat gebeurt ook op de baan, maar ook bij schaatsen gaan de atleten linksom dus tegen de klok in. Waarom is dat eigenlijk?

Categorieën:

Reacties

Bekijk onze spelregels voor het inzenden van een reactie >

Bibliotheek Rotterdam:

Schaatsers en wielrenners rijden tegen de klok in, of linksom, omdat het menselijk lichaam mogelijk tot betere prestaties komt.
De belangrijkste reden: het rechterbeen is voor de meeste mensen krachtiger dan het linker.
Iemand die linksom loopt, gebruikt dan zijn zwakke linkerbeen voor ondersteuning en het sterke voor het afzetten.

Het makkelijkste antwoord op deze vraag is dat het reglement in art. 248 lid 1 bepaalt: Gij zult tegen de wijzers van de klok in rijden. Maar waarom staat het zo geschreven? Dat vragen de exegeten zich vervolgens af. Ik ga het u zeggen: het geheim zit in het linkerbeen!

Als je kijkt naar een schaatssport waar linksom niet is voorgeschreven - het kunstrijden - zie je dat als het minstens 80% van de draaiingen en sprongen linksom gaan. Als schaatsers het zelf mogen bepalen gaan ze dus vrijwel altijd linksom.

We hebben rotatievoorkeur naar links, althans als je rechtshandig en rechtsbenig bent. Het schijnt, maar dat heb ik niet onderzocht, dat linkshandige kunstrijdsters hun pirouettes rechtsom draaien met de rechterschaats op het ijs. Als je erop googelt, zie je inderdaad enkele rijdsters op het rechterbeen staan. Zij hebben duidelijk een rotatievoorkeur naar rechts. Dat zou betekenen dat linksbenige schaatsers liever tegen de gewone richting in zouden willen hardrijden. Zij zijn dus in het nadeel. Sport is oneerlijk, hoewel de Elfstedentocht helemaal voor ze is gemaakt, want die gaat met de klok mee.

Iedere keer als rechtsbenigen een bal wegschoppen doen we dat met rechts. Dat betekent dat je stevig op links moet staan. En dat is wat je al doende leert. Het linkerbeen wordt het sterke standbeen. Schaatsers die bochten leren rijden staan daarom het liefst stevig op links en dat maakt de weg vrij voor de fijne motoriek van het rechterbeen om het evenwicht te zoeken en over te stappen.