Waar komt de uitdrukking 'op zijn dooie akkertje' vandaan?
27-01-2012 | 15:05
Ronald van Oudheusden vraagt zich dit af.
Antwoord van de Bibliotheek:
Wie iets op zijn dooie akkertje doet, doet het kalm aan en laat zich niet haasten.
Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek (2006) van Van Dale vermeldt dat de herkomst van deze zegswijze onduidelijk is, en merkt alleen op dat dood vaker wordt gebruikt als versterking, zoals in doodmager en doodsbleek. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij op zijn dooie gemak: "Eenigszins op zichzelf staat het gebruik [van dood] in op zijn enz. doode (uitgesproken dooie) gemak, waarin dood weinig meer is dan eene versterking van gemak." Op zijn dooie akkertje komt in het WNT niet voor.
Het Junior Spreekwoordenboek van Van Dale (2001) noemt op zijn dooie akkertje een variant van op zijn dooie gemak, en suggereert dat er misschien verwezen wordt naar het akkerland van een boer, die er heel rustig overheen loopt om het gras te bekijken.
Riemer Reinsma, gezegdendeskundige en vaste medewerker van Onze Taal, wees ons op een zinsnede in een deel van de De Jordaan (1914), een "Amsterdamsch epos" van de schrijver Israƫl Querido. Daarin is sprake van op zijn akker zijn, met de betekenis 'in gelukkige omstandigheden verkeren'. Het is goed voorstelbaar dat op zijn akker later 'zonder veel inspanning' ging betekenen; later werd dan het versterkende dooie nog toegevoegd.
Bron: www.onzetaal.nl
