ETEN

Fatma (72) kookt elke dag voor haar hele wijk: 'We lachen, praten en huilen'

Fatma in de deuropening van haar keuken © Rijnmond
Wie Fatma Bhageloe (72) vraagt hoe je het verschil maakt, krijgt geen theoretisch antwoord, maar een bord dampende soep. Na een moeilijke tijd in haar eigen leven besloot ze dat niemand in Rotterdam-West er alleen voor mocht staan. Nu schotelt ze wekelijks bewoners uit de wijk een warme maaltijd voor en biedt hen een luisterend oor.
Geschreven door Lina el Makrini
Tien jaar geleden ging Fatma met een pan eten langs bij een vrouw die de deur niet meer uit kon. "Ze was negentig jaar en begon te huilen toen ik haar soep bracht", vertelt Fatma. "Ze zei: 'Fatma, wat ben je behulpzaam.’ Dat moment vergeet ik nooit."
Het begon met een eenvoudig idee. Een buurman vroeg of ze wilde helpen maaltijden rond te brengen bij mensen die hun huis niet meer uit konden. Fatma kende de buurt goed en zei ja. "We gingen huis aan huis, met pannen en al. Dat was heel leuk. Toen ontdekte ik hoeveel mensen echt hulp nodig hebben."

Voor de hele wijk

Sindsdien kookt Fatma wekelijks bij het Wijkpaleis aan de Claes de Vrieselaan: een plek waar bewoners uit de wijk samenkomen om te koken, maken en leren. In de voormalige basisschool is een wijkkeuken ingericht; ernaast staan een textielatelier en een houtwerkplaats.
Allerlei mensen uit de buurt schuiven bij haar aan. "Soms twintig, soms wel vijftig", zegt ze. "Studenten die geen geld hebben voor een restaurant komen eten. Ouderen die anders alleen zouden zijn, schuiven aan voor een praatje."

Alle beetjes helpen

Voor Fatma is het wekelijkse koken geen liefdadigheid, maar een manier om mensen in beweging te brengen. "Mensen die thuiszitten, moeten naar dit soort plekken komen", zegt ze, terwijl ze in een pan roert. "Je weet nooit waar je geluk te vinden is. In het Wijkpaleis hebben mensen zelfs een baan of opleiding gevonden, gewoon door hier te praten."
Fatma aan het werk in de keuken © Rijnmond
Niet iedereen praat meteen. "Er kwam eens een vrouw die stilletjes mee ging koken", vertelt Fatma. "Je weet niet wat er bij iemand speelt. Maar langzaam bouw je een band op. Eerst zei ze niks, later vertelde ze haar problemen." Fatma besloot haar te helpen, al was het maar met kleine dingen. "Ik zeg altijd: ‘Alle beetjes helpen’. Als ik op de fiets zit en ik zie vijftien cent op straat liggen, dan raap ik het op. Als ik die vijftien cent niet heb, gaat de supermarkt mij geen boodschappen geven."
Ze spaarde statiegeldflessen, zodat de vrouw boodschappen kon doen. "En later ontdekte ik dat ze recht had op een gratis koelkast. Niet dat het eten het probleem oplost, maar samenkomen wél."

Zout in de kousenband

Fatma groeide op in Paramaribo als oudste van acht kinderen. "Mijn moeder werkte, dus ik moest koken. Ik wist niet altijd of ik het goed deed, dus ik liep naar buiten, klopte aan bij de buurvrouw en vroeg haar: 'Moet er zout in de kousenband?' De buurt heeft me leren koken."
Haar jeugd was zwaar. Haar vader werkte drie banen tegelijk om het gezin te onderhouden, haar moeder draaide nachtdiensten. "We hadden geen mooie kleding, maar we hadden wel altijd goede verzorging", zegt ze met tranen in haar ogen.

Verhuizen naar Nederland

Op haar twintigste verliet Fatma haar familie en ging met haar man naar Nederland. Het begin was moeilijk. "Ik kende niemand, was zwanger en wist niet eens waar ik kleren moest kopen", vertelt ze. "Ik ben naar het ziekenhuis gegaan en daar kreeg ik kleding. En op straat gaf een vrouw mij gewoon haar jas. Dat is me altijd bijgebleven."
De keuken bleef haar houvast. Toen haar neef trouwde, stond ze met haar familie tot diep in de nacht in de keuken om Indiase gerechten voor honderden gasten te bereiden. "Mijn hele familie kan goed koken. We stonden tot twee uur ’s nachts te roeren en te lachen."

Ontslagen

In Nederland werkte Fatma jarenlang als godsdienstlerares op een islamitische basisschool. "Ik heb bijna 800 leerlingen op één school lesgegeven", zegt ze trots. Ze vond het belangrijk dat kinderen leerden wat respect betekende, voor hun geloof, maar ook voor anderen.
Na bijna dertig jaar kwam daar abrupt een einde aan. "Toen ben ik ontslagen," vertelt ze. Ze legt het hoofd even schuin en haalt haar schouders op. "Ik begrijp het nog steeds niet helemaal. Maar goed, daarna ben ik verder gegaan."
Ze vond werk bij het Centrum voor Dienstverlening (CVD), waar ze mensen begeleidde die met een verslaving of armoede te maken hadden. "Dat was een heel leuke baan," zegt ze. "Daar heb ik mijn pensioen goed opgebouwd. En ik werk daar nog steeds, elke maandag geef ik begeleiding." Tegelijkertijd begon ze als vrijwilliger in de wijkkeuken van het Wijkpaleis.

Met liefde gemaakt

Wie haar bezig ziet in de keuken, merkt dat er rust heerst. "Ik kook nooit boos", zegt ze glimlachend. "Eten moet met liefde worden gemaakt." Na afloop blijft ze vaak nog even praten met de mensen die hebben meegeholpen. "We lachen, we praten, soms huilen we. Maar niemand gaat hier weg zonder dat iemand naar je heeft geluisterd."

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl