DAKLOOS
De Sambalman werd dakloos, maar heeft zijn blender weer vol pittige pepers
Na vier jaar is Maurice Declerq, beter bekend als de Sambalman, weer terug in Rotterdam, waar hij verblijft in de daklozenopvang. Als de Australische chef-kok Nicole McMahon uit Schiedam een video over zijn terugkeer ziet bij Rijnmond, krijgt ze een goed idee en nodigt ze hem uit om samen 200 potjes te maken. “Misschien kunnen we het uiteindelijk in een fabriek laten produceren.”
Maurice staat aan het aanrecht met een zwarte pet op zijn hoofd, waarop ‘De Sambalman’ prijkt. Voor hem draait een blender vol gele pepers, terwijl hij azijn, knoflook, zout, rietsuiker en rode uien toevoegt. Wat voor sambal het wordt? “Gele”, antwoordt Maurice. Pittig of medium? Volgens hem moet je dat zelf proeven, maar Nicole weet het antwoord wel: “Superpittig”, zegt ze.
In een gehuurde professionele keuken maakt het duo samen de welbekende sambal van Maurice. Hij vindt het leuk om samen te werken, zegt hij. “Mijn volgers hebben vier jaar geen sambal gekregen. Ik vond het een goed idee om hen te verrassen.” Hij vindt het wel lastig om met Nicole Engels te praten, maar volgens haar is dat niet te merken. “Hij spreekt perfect Engels.”
Mensen helpen
Nicole vertelt hoe ze de video van Rijnmond op Instagram zag en blij is dat hij terug in Rotterdam is, maar het ook verdrietig vindt om te zien dat hij geen dak boven zijn hoofd heeft. “Ik dacht meteen: ‘Misschien kan ik hem helpen.’”
Dat Nicole zelf weet hoe het is om familie aan de andere kant van de wereld te hebben die ze niet eenvoudig kan helpen, maakte dat ze tot actie overging. “Ik hoop dat mensen mijn ouders in Australië ook zouden helpen als ze in zo’n situatie zitten.”
Receptuur
Nicole ziet dat Maurice een echte bekende Rijnmonder is. “Iedereen is altijd enthousiast over hem. Dat vind ik leuk om te zien. Ik wil graag een recept van zijn sambal maken, maar Maurice doet het vooralsnog vooral op gevoel.”
Nicole droomt over een grootschalige productie van Maurices sambal. “Misschien kunnen we uiteindelijk ergens een contract regelen, zodat we het in een fabriek kunnen laten maken en we het product van de Sambalman in leven kunnen houden.”
Tien uit tien
De eerste 70 potjes zijn inmiddels gemaakt. Ze moeten er nog 130 om hun doelstelling te halen. Maurice is niet fit genoeg meer om zoals vroeger langs de terrasjes van Rotterdam te fietsen om zijn potjes te verkopen. In plaats daarvan zullen deze potjes wordt verkocht op de Oogstmarkt, op het Noordplein in Rotterdam-Noord.
Aan het einde van de dag staat Maurice tevreden met een potje gele sambal in zijn hand. Op de vraag hoe lekker het is op een schaal van één tot tien is hij duidelijk. “Tien”, zegt hij met een grote grijns.