nieuws

Het gezin Catz tijdens WOII

ROTTERDAM - Het Rotterdamse gezin Catz is van Joodse afkomst. Vader James Catz heeft een makelaardij in assurantiën aan de Glashaven in Rotterdam.Het gezin bestaat naast vader James uit moeder Louise en zonen Hans en Theo. Alleen Hans en THeo overleven de Tweede Wereloorlog. Vader en moeder worden op 7 november 1942 in Auschwitz vermoord.
Het verhaal van het gezin Catz komt uit het OorlogsVerzetsMuseum in Rotterdam.
James Catz heeft in 1930 de niet-Joodse Jan Lips als medefirmant opgenomen in zijn bedrijf, alsof hij een vooruitziende blik heeft gehad. De anti-Joodse maatregelen zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog aangescherpt. Jan Lips zet dan de firma voort onder zijn eigen naam. Hiermee is voorkomen dat het bedrijf door de Duitsers wordt verkocht of geliquideerd.
De anti-Joodse maatregelen nemen naarmate de oorlog voortduurt, in ernst toe:
- in november 1940 worden Joden in dienst van de overheid ontslagen
- vanaf mei 1941 worden Joodse bedrijven onder dwang verkocht
- vanaf augustus 1941 wordt onroerend goed van Joden verkocht
- in september 1941 mogen Joodse kinderen niet meer naar hun eigen school
- het verplicht dragen van de Davidsster wordt in mei 1942 ingevoerd
- voor juni 1942 moeten alle voorwerpen van Joodse mensen die meer waard zijn dan 250 gulden, worden ingeleverd.
In de winter van 41/42 besluit het gezin Catz naar hun buitenhuis in Noordwijk te gaan. Ze hopen in de Villa Duintop (foto) veiliger te zijn dan in Rotterdam. Dat blijkt niet zo te zijn. In de zomer van 1942 gaat het gezin nog naar de villa van de familie Nolst Trinité aan de overkant, maar ook daarvandaan moeten James, Louise, Hans en Theo vluchten.
Via via kunnen ze terecht in een huisje bij Helvoirt bij Den Bosch.
In het najaar besluit het gezin via Frankrijk naar Zwitserland te vluchten. Dat kost 5000 gulden per persoon. Het gefortuneerde gezin Catz kan dat opbrengen en de gezinsleden vertrekken.
In Frankrijk worden ze bij het plaatsje Dôle gearresteerd door de Duitsers en naar het concentratiekamp Drancy bij Parijs gebracht. Drancy is een doorgangskamp, te vergelijken met Kamp Westerbork in Nederland.
Vanuit dat kamp wordt het gezin op transport gezet naar Dachau. Op 4 november 1942 weten zoons Hans en Theo via het luchtgat van de veewagon te ontsnappen. James en Louise zullen ze nooit meer zien. De ouders worden drie dagen later - op 7 november 1942 - in Auschwitz vermoord.
Hans en Theo duiken onder in Luik. Apart van elkaar proberen ze weg te komen. Theo Catz weet via de Pyreneeën en Engeland naar de Verenigde Staten te vluchten. Hij zal in 1949 omkomen bij een vliegtuigongeluk in Amerika.
Hans komt in Zwitserland terecht. Als hij daar weg wil komen, wordt hij opnieuw gearresteerd. Hij heeft zich vermomd als Zuidafrikaanse soldaat en wordt als krijgsgevangene in diverse kampen opgesloten. Hij overleeft de oorlog wel en na de oorlog lift hij naar huis. Eerst naar Rotterdam, vervolgens naar Leiden en daarvandaan gaat hij lopen naar Noordwijk. Villa Duintop is helemaal leeggeroofd.
In Noordwijk wordt hij opgevangen door Jan van Kan. Die heeft de fiets van moeder Louise Catz altijd bewaard. Het is de enige fiets in Noordwijk met luchtbanden, die Van Kan op zijn zolder verstopt heeft.
Hans Catz gaat weer in het door zijn vader opgerichte bedrijf werken en de naam van de firma wordt Catz & Lips. Het kantoor komt aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. In 1972 is er een fusie met een Amsterdams kantoor en ontstaat de Hudig-Langevelt Groep B.V. Dat bedrijf gaat uiteindelijk op in de Aon Groep Nederland.