nieuws

Bevrijdingsrok uit 1945: één dracht maakt eendracht

ROTTERDAM - Een das gemaakt van lapjes stof van kledingstukken van familieleden en vrienden staat aan de basis van de bevrijdingsrok. De das vol met herinneringen wordt gestuurd in 1943 gestuurd naar Mies Boissevain-Van Lennep. Zij zit dan vast in Kamp Vught.
Mies Boissevain-Van Lennep vangt al Joden op vanaf moment dat Hitler in 1933 aan de macht komt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zit het hele gezin Boissevain in het verzet. De oudste zonen Jan Karel en Gideon knutselen bommen in elkaar en bouwen een geheime schuilplaats.
In augustus 1943 wordt Mies Boissevain gearresteerd en naar Kamp Vught gebracht. Daar hoort ze dat haar oudste zonen zijn gefusilleerd. Zij wordt in september 1944 overgebracht naar Ravensbrück, het concentratiekamp voor vrouwen ten noorden Berlijn. Daar wordt ze ernstig ziek maar overleeft het wel. Op 26 april 1945 gaat ze met een Rode Kruistransport naar Zweden. Mies weegt dan nog maar 35 kilo.
Na een aantal maanden keert Mies Bossevain-Van Lennep terug naar huis.
Eenmaal thuis denkt ze aan die das van lapjes en komt op het idee een feestrok te maken. Een rok die symbool staat voor eenheid.
De vrouwen maken de rok zelf en elke rok is uniek. Wel moet de bevrijdingsrok aan richtlijnen voldoen. Zo moeten de lapjes onderaan de rok uit gelijkbenige driehoeken bestaan. Door het Nationaal Instituut, tegenwoordig het Prins Bernhardfonds, kan iedere vrouw haar rok laten registreren en stempelen.
Op 2 september 1948 tijdens het regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina dragen honderden vrouwen deze rok en wordt het feestrokkenlied gezongen.
Een originele geregistreerde bevrijdingsrok is te zien in het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam.