nieuws

Waar komen onweersvliegjes vandaan?

onweer
onweer
ROTTERDAM - Tijdens de uitzending van Vraag Het De Bieb van zaterdag 31 augustus werd de volgende vraag gesteld:Maikel Coomans - RTV verslaggever: Waar komen onweersbeestjes vandaan? En waarom zijn ze er alleen als het onweert?Luister iedere zaterdag van 12.00 tot 14.00 naar Vraag Het De Bieb voor nieuwe vragen en antwoorden.
Antwoord van de bieb:
Met warm en drukkend weer, tegen onweer aan, lijkt de lucht soms vol kleine, zwarte insecten. Het zijn tripsen, ook wel onweers- of donderbeestjes genaamd. Ze gaan bij voorkeur met dit soort weer de lucht in en komen dan in onze ogen of in het zweet op onze armen terecht.

Onbekend maar belangrijk

Tripsen zijn bij het grote publiek nauwelijks bekend, behalve tijdens warme dagen en misschien bij mensen die hun kamerplanten minutieus inspecteren. In de land- en tuinbouw zijn ze echter berucht. Ze zuigen bladcellen leeg en kunnen schimmel-, virus- en bacterieziekten overbrengen. In Nederland zijn 147 soorten vastgesteld, waarvan 14 niet inheems zijn en tien uitsluitend in kassen voorkomen. Van de inheemse soorten brengen 12 soorten min of meer ernstige schade aan de gewassen toe, bijvoorbeeld de erwtentrips (Kakothripsrobustus), de tabakstrips (Thripstabaci) en de perentrips (Taeniothripsinconsequens). Een virusinfectie bij de tomaat ('tomataspotted wilt virus') wordt door verschillende soorten tripsen overgebracht. Er zijn ook (voor ons) nuttige tripsen die andere, schadelijke organismen eten. De rooftripsen van het geslacht Scolotrips bijvoorbeeld voeden zich met mijten.
Unieke levenscyclus
De tripsen worden gerekend tot de insecten met onvolledige gedaanteverwisseling, maar ze lijken in te staan tussen deze groep en de groep met volledige metamorfose. De eerste twee larvale stadia lijken op de volwassen dieren, maar zijn kleiner en ongevleugeld. De vleugelvorming bij volwassen dieren is trouwens variabel en er zijn verschillende vleugelloze soorten. Na de tweede vervelling verschijnen vleugelkussentjes, maar in dit stadium is de larve of nimf inactief. Dit stadium wordt een prepupa genoemd. Hierop volgt een tweede prepupa of direct een popstadium, waaruit het volwassen insect tevoorschijn komt. Toch kunnen we niet zeggen dat het dier een volledige metamorfose ondergaat. De popstadia zijn als het ware inactieve nimfale stadia, waarin het diertje steeds meer op het imago (volwassen insect) gaat lijken. Deze ontwikkeling is uniek in het insectenrijk.
Zweven en bestuiven
Meestal hebben volwassen tripsen goed ontwikkelde vleugels, maar over het algemeen zijn het geen goede vliegers. Het zijn, zoals gezegd, meer passieve meedrijvers. Daarmee kunnen ze echter via thermiek zeer hoog komen. Op met lijm besmeerde platen achter vliegtuigen heeft men tripsen tot op hoogten van meerdere kilometers aangetroffen. Ze blijven meestal echter liever dicht bij de vegetatie. In het regenwoud van Maleisië en Borneo vervullen ze een heel belangrijke rol. De reusachtige bomen van het geslacht Shorea, van groot belang voor de houtkap, worden bestoven door tripsen. Deze leven in kleine aantallen in het oerwoud tot de Shorea-bomen gaan bloeien. Er groeien wel vier miljoen bloemen aan een grote boom. Eenvijfde hiervan gaat niet open en dient slechts als broedplaats voor de tripsen. Die ontwikkelen zich explosief, met een cyclus van slechts acht dagen, zodat ze de miljoenen bloemen die wel opengaan, kunnen bezoeken en bestuiven.