nieuws

ARCHIEF RIJNMOND 14 juli 2013 - Gewoon

Een radio-programma presenteren
Een radio-programma presenteren
ROTTERDAM - Afgelopen week ben ik er weer eens op gewezen dat wat ìk heel gewoon vind, voor een ànder heel bijzonder kan zijn.
Het begon bij de fysiotherapeut.
Ik word dezer weken een paar keer gekneed vanwege aanhoudende rugproblemen.
Aan de fysiotherapeute vertelde ik over mijn werk voor de radio. Dat ik altijd op zoek ben naar muziek hier uit de regio, en geregeld langs ga bij minder bekende, soms half-vergeten, artiesten.
Bij de tweede sessie zei de therapeute dat ze eens een patiënt had gehad uit het aanpalende verzorgingscentrum die lang geleden in een muziekgroepje had gezeten, en die apetrots was dat er nu zowaar een man van de radio bij hem langs was geweest om het verhaal van dat groepje vast te leggen. Dat iemand van de radio na al die jaren nog geïnteresseerd was in die geschiedenis.
Was ik misschien die ‘man van de radio’ geweest?
Op een wedervraag van mij noemde de therapeute de naam van haar vroegere patiënt.
Ja, die kende ik wel.
Ik was inderdaad bij hem geweest.
Dus dat had die meneer als heel bijzonder ervaren.
Ach ja, je kunt het je wel voorstellen.
In je jeugd heb je met een clubje vrienden opgetreden, en zestig jaar later wil iemand ‘van de radio’ er alles van weten.
Voor mij is zo’n gesprekje niet uitzonderlijk enerverend.
Ik ben oprecht geïnteresseerd in zo’n man en zijn verhaal, dat wel, maar iets opnemen ‘voor de radio’, dat is voor mij de gewoonste zaak van de wereld.
Ik zou haast zeggen: ik doe niet anders.
Ik zit bij zo’n gesprekje helemaal als mijn ontspannen zelf.
Van de week vroeg een radio-collega nog of ik wel eens zenuwachtig ben voor een uitzending. Bijvoorbeeld vlak voordat de microfoon open gaat. Dat je in de studio zit, achter allemaal knoppen, de reclame loopt af, je begintune start, en dat je dan word geacht iets te zeggen, in de wetenschap dat dat in duizenden en duizenden huiskamers en auto’s te horen is.
Maakt dat zenuwachtig?
Nou, ik wil mezelf niet groter voordoen dan ik ben, maar zenuwachtig? Totaal niet.
Ik heb nagedacht over wat ik wil melden, het meeste lees ik nog voor ook, en bovendien: ik zou denken dat het lot van de wereld niet afhangt van mijn radio-programmaatje.
Dan zal ik me eens verspreken, of wat hakkelen, of er blijft eens een cd ‘hangen’. Nou en?
En toch: ik weet dat zoiets voor menig ander heel wat zou zijn.
Spreken voor de radio.
Want op welk terrein ligt de grootste angst van de gemiddelde Nederlander?
Spreken in het openbaar.
Ik heb het vaak gedaan.
Niet alleen voor de radio, maar ook voor zalen en zaaltjes, op een popdium, voor een microfoon.
Een toespraak houden, een interview afnemen, iets aan elkaar praten.
Zenuwachtig?
Nou, alleen als ik erover droom, en me in mijn droom slecht of helemaal niet heb voorbereid, maar in het ‘echte’ leven? Nee.
Waar ik dan wel gespannen voor ben?
Als ik in het openbaar zou moeten dansen.
Of, nou: ik herinner me een optreden, zo’n 20 jaar geleden.
Ik speelde en zong al een tijd thuis Braziliaanse liedjes, met eigen gitaarbegeleiding, en wilde er in elk geval één keer mee naar buiten. Ik had wel veel opgetreden met het bandje waar ik in zat, maar nooit alleen.
Bij het open podium in Theater Zuidplein ging het gebeuren.
Hoe dat afliep? Dat verhaal bewaar ik voor de radio-reporter die over 40 jaar bij me aanklopt, als ìk in Humanitas zit.
Dan is het mijn beurt om verguld te zijn.

SPEELLIJST
DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost
2. Short skirt day – Ocobar
HAWAII
3. Harbour Lights – The Kilima Hawaiians
4. Montage Cees Zwaard - Coral Sea Hawaiians
5. April in Portugal – The Hawaiian Stars
6. Tahaoewela – The Hollandia’s
7. Cindy – Los Cuatro
8. Ik geef voor Feyenoord als ‘t moet m’n laatste kwartje – Jan de Roock