Column Paul Verspeek: Sociale media tasten rechtstaat aan

SyriĆ« was even ver weg, toen het terrorisme heel dicht bij huis leek te komen: ‘Talibankinderen’ teisterden Sliedrecht. Het AD/Dordtenaar plaatste een foto van kinderen met doeken om hun hoofd. Zij zouden een 8-jarig jongetje met stokken hebben geslagen.

Vandaag kwam de krant met de versie van één van de ‘terroristjes’: met de islam had het allemaal niets te maken. Ze speelden dat ze ninja’s waren. Cowboytje, maar dan anno 2013. Dat klonk toch een stuk onschuldiger.

Het bericht komt net op tijd. Voor je het weet gaat de PVV er weer kamervragen over stellen, of vergadert de VN-veiligheidsraad over vergeldingsacties in Sliedrecht. Maar de kinderen in kwestie zijn al gebrandmerkt. Zonder dat eerst de serieuze vraag is gesteld: is hier wel iets aan de hand?

Als er een jongetje van 8 in elkaar is geslagen, is dat ernstig. Elke vorm van geweld dient te worden bestreden. Maar in een rechtstaat gaat dat langs de weg van politie, justitie en rechter. Niet rechtstreeks via de burger.

In dit geval was het de vader van het jongetje die de foto met hashtag #taliban op twitter zette. Daarmee kreeg het voorval direct een enorme lading. Het werd rondgetwittert en natuurlijk dook Powned erop, dat repte over ‘jeugdige haatbaarden’. Niets lekkerder dan de publieke schandpaal.

Powned heeft dat eerder gedaan bij de ‘kopschoppers van Eindhoven’. Het betrof daar een groep van acht jongeren, die een willoos slachtoffer bijna dood zouden hebben getrapt. De beelden heeft u vast wel gezien. Powned ging achter de boefjes aan. Bij één werd zijn capuchon naar achteren getrokken: het kwaad moest een gezicht krijgen.

Toen kwam de rechtszaak. De jongen van de capuchon was er niet. Justitie had zelf al geoordeeld dat hij niet had geschopt en geen misdrijf had gepleegd. “Heb je spijt van wat je hebt gedaan?” had de verslaggever hem maanden daarvoor toegebeten. De jongen had dus niets gedaan. De enige die spijt moest hebben, was de verslaggever.

Telt u even mee? Van de acht ‘kopschoppers’ zijn er vier berecht en daarvan is er één vrijgesproken. Blijft over drie daders. De rest gaat dus vrijuit, behalve dat zij voor de hele wereld te kijk zijn gezet, zijn belaagd, zijn bespot, etc.

Als u een zoon heeft van 18, dan had hij zomaar verzeild kunnen raken in een groepje als dit. Een groepje met jongens die niet of nauwelijks voor die tijd geweld hadden gebruikt. En dan staat er plots een verslaggever van Powned voor uw huis, die vraagt of u zich als ouder nou schaamt voor zo’n ‘kopschoppende’ zoon. Die dus niets heeft gedaan. Leg dat maar eens uit aan de buren.

De rechter heeft bij de drie daders van ‘Eindhoven’ volkomen terecht een strafkorting opgelegd vanwege alle media-exposure. Van hen (en dus ook van de vijf anderen) zijn naam, adres, telefoonnummer en foto op internet gezet. Het betekende voor de verdachten einde relatie, einde baan, bedreigd in de cel. Dat zijn straffen op zich, die dus afgetrokken moeten worden van de straf die de rechter in gedachten had. Da’s logisch. Kamervragen kunnen ook in dezen achterwege blijven.

De rechter zal ongetwijfeld ook tot strafvermindering overgaan als vier vrienden uit Krimpen aan den IJssel worden veroordeeld voor mishandeling van een 9-jarig meisje. Áls, want dat staat nog te bezien: de rechter heeft het viertal al snel op vrije voeten gesteld, bij gebrek aan bewijs. Het is zelfs de vraag in deze zaak of justitie de vervolging doorzet.

Maar de Publieke Rechter heeft zijn werk al gedaan. Via Facebook zijn de gezichten van de (citaat) “Helden van Krimpen” aan den volke getoond. Ook deze jongens en hun familie kregen daarna lieden in hun tuin die wel even verhaal kwamen halen. Geen enkele reserves in de trant van “zouden ze misschien onschuldig zijn?”

Volksgerichten via de sociale media zijn een bedreiging van de rechtstaat. In een rechtstaat ben je onschuldig, tot het tegendeel is bewezen. Op de sociale media ben je schuldig, tot het tegendeel is bewezen. En zelfs bij een vrijspraak ettert het nog door. Een onderwijzer uit Spijkenisse is vrijgesproken van een zedendelict. Maar zijn foto en volledige naam verschenen op internet en de man kan niet meer in Spijkenisse wonen.

“Waar rook is, is vuur” en “mij zal dit niet overkomen”? Een Feyenoordsupporter zag tot zijn verbazing zijn foto op tv als “relschopper van het Maasgebouw”. Hij is vrijgesproken. Een hele schrale troost.

Foto’s zijn een geweldig hulpmiddel bij de opsporing. Maar alleen als politie en justitie zorgvuldig hebben gewikt en gewogen. Foto’s in handen van het publiek zijn als een vergif, dat de beschaving tot de wortels toe aantast.

 

Paul Verspeek is rechtbankverslaggever bij RTV Rijnmond.

Update: In sommige reacties wordt er op gewezen dat in de zaak 'Eindhoven' vijf jongens weliswaar niets hebben gedaan, maar dat zij wel verwijtbaar hebben gehandeld door niet in te grijpen. Dat is mijns inziens een terecht punt. Vijf van de acht jongens hebben nagelaten om het slachtoffer te helpen, hun vrienden tot de orde te roepen of de politie te informeren.

Persoonlijk vind ik dat daar een straf tegenover zou moeten staan. De rechter kennelijk niet. Maar mijn punt is dat de rechter in elke strafzaak per individu kijkt wat zijn of haar aandeel is. Rechters maken onderscheid, sociale media niet. In de sociale media waren er simpelweg acht 'kopschoppers'. Punt. Het gevolg was een collectieve, publieke 'berechting'. De essentie van de rechtstaat is juist dat per individu wordt bekeken of er sprake is van strafbaar gedrag.(PV)

Deel dit artikel: