nieuws

'Er lopen zebra's in de Coolsestraat'

ROTTERDAM - Zeeleeuwen zwemmen op hun gemak in de Westersingel in Rotterdam en op de Coolsingel lopen damherten. Het is het gevolg van de eerste oorlogsdagen in mei 1940.Het OorlogsVerzetsMuseum in Rotterdam heeft een houten plankje (foto) in de collectie dat herinnert aan wat er met de dieren van diergaarde Blijdorp is gebeurd in de dagen nadat de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen. Het bombardement op Rotterdam van 14 mei heeft ook de dierentuin zwaar getroffen.Het houten plankje is gevonden door dierenverzorger Van der Burgh. Bij het verbouwen van de Koedoestal vindt hij het ergens bovenop. Nadat hij het stof eraf heeft geblazen, probeert hij de tekst te lezen. Het blijkt de 'handtekening' te zijn van een timmerman die destijds de stal heeft gebouwd.Op het plankje staan verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog. Van den Burgh neemt het plankje mee naar huis en bewaard het jarenlang. Als hij het schenkt aan het OorlogsVerzetsMuseum, komen de verhalen over de dierentuin in de oorlog boven.Van der Burgh kan zich nog goed de verhalen herinneren die dierenoppasser Janus van den Berg vertely over de periode 1940-1945. De derde dag van de oorlog, zondag 12 mei, eerste Pinksterdag, is rampzalig voor de diergaarde.Achttien brisantbommen richten grote schade aan. Het ene na het andere gebouw gaat de lucht in. Overal lopen verminkte of ontsnapte dieren. Er wordt met een klein groepje mannen enorm hard gewerkt om zoveel mogelijk noodhokken te bouwen. Janus van den Berg blijft bij de dieren.

Nog erger wordt de toestand op 14 mei, de dag van het bombardement op Rotterdam. Ook de diergaarde wordt getroffen: Voedselmagazijn, werkplaats, de kostbare bibliotheek- alles gaat in vlammen op. Oppasser Schilt, die met anderen eerst in het ziekenhuis aan de Coolsingel heeft geholpen, dringt met Janus van den Berg het brandende apenhuis binnen. Op de fiets brengen zij de chimpansees Josefientje, de orang-oetan Agam, drie kleine chimpansees en een paar kapucijneraapjes naar een cafe aan de Diergaardesingel, waar zij worden opgesloten in een telefooncel en in de toiletten.
Oppasser Van der Berg blijft die dagen bij 'zijn' dieren, maar in gedachten is ook bij zijn vrouw. Zijn huis aan de Katshoek is verdwenen. Hij weet niet hoe het met zijn vrouw is. Na een paar dagen komt er een meisje vertellen dat Van der Berg z’n vrouw nog leeft.
Ondanks de voedsel schaarste slaagt het personeel van Blijdorp erin de nieuwe diergaarde met haar levende have goed door de oorlog heen te helpen. De collectie dieren is bij de bevrijding het twee- tot drievoudige van het aantal dieren dat in 1942 in de diergaarde aanwezig is. De Rotterdamse diergaarde heeft daardoor vele dierentuinen die door de oorlog zijn getroffen, kunnen helpen.