nieuws

De Vletter-oproer brengt mariniers terug in Rotterdam

ROTTERDAM - Rotterdam is geschokt door het besluit van het kabinet om de Van Ghentkazerne te sluiten. De mariniers zijn al sinds de 17e eeuw met de stad verbonden maar ze zijn eerder uit de stad weggeweest.
In 1850 wordt de Marinewerf opgeheven en daarmee vertrekken de mariniers uit Rotterdam. De stad is dan sinds1817 officieel marinestad. De mariniers zijn gevestigd in het complex aan het Oostplein, in het oude Tuighuis van de Admiraliteit. Later wordt dit bekend als de Marinierskazerne.
Na bijna twintig jaar afwezigheid in Rotterdam komen de Mariniers in 1869 terug na de zogeheten De Vletter-oproer. Die leidt ertoe dat koning Willem III in 1869 besluit de mariniers van Vlissingen naar Rotterdam over te plaatsen. De kazerne aan het Oostplein wordt weer in gebruik genomen.
De Vletter-oproer is genoemd naar Jacob de Vletter, geboren in Rotterdam op 30 juli 1818. De Vletter wordt in 1866 redacteur van het Rotterdamsch Weekblad en ageert daarin fel tegen het beleid van het gemeentebestuur en de politie. Het blad wordt daardoor een vergaarbak van klachten over het bestuur.
Er zijn in die tijd veel klachten van het volk omdat het gemeentebestuur zich vooral bezighoudt met de uitbreiding van de haven en de stad maar niet veel aandacht heeft voor huisvesting, volksgezondheid en openbare voorzieningen.
Jacob de Vletter wordt exponent van het verzet door zich op te werpen als verdediger van de rechten van 'de burgerij en de mindere volksklasse'. Onder druk van de autoriteiten wordt hij na een jaar als redacteur ontslagen.
In zijn strijd voor betere hygiënische voorzieningen voor het volk bepleit Jacob de Vletter onder meer het vrije baden in de singels. De Vletter brengt dit ook in praktijk. Omdat hij in 1868 in 'verboden' water een bad neemt, wordt hij gearresteerd en aan de rechter voorgeleid. Hij wordt bij gebrek aan bewijs vrijgesproken. De Vletter brengt dan een brochure uit, waarin hij doorgaat met zijn aanvallen op politie en justitie en de burgers oproept zich te verenigen tegen 'de macht van de aristocraten'. De brochure wordt goed verkocht.
De situatie in de stad loopt in oktober 1868 uit de hand als de huren stijgen en het gemeentebestuur de belasting verhoogt. Op 28 en 29 oktober trekken groepen mensen door de stad. De politie treedt hard op.
De Vletter raakt op de 29e toevallig in een protest verzeild. De mensen herkennen hem en hij stelt zich aan het hoofd van de menigte. De politie wil hem oppakken maar de menigte weet dat te voorkomen.
Een dag later trekt een menigte naar het huis van De Vletter, die een verklaring voorleest dat hij zou voortgaan het overheidsgeweld gaat bestrijden. Intussen bestormen mensen in de stad een politiebureau en komt het op verschillende plekken tot hevige gevechten.
In het centrum van Rotterdam woeden veldslagen die tot diep in de nacht doorgaan. De autoriteiten roepen het leger erbij om de orde in de stad te herstellen omdat de politie het niet aankan. Daarom neemt koning Willem III het besluit om de mariniers weer in Rotterdam te stationeren.
De Vletter wordt bij de oproer gearresteerd en later veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Vanwege zijn slechte gezondheid komt hij na enkele jaren vrij. Jacob de Vletter overlijdt op 6 juli 1872.
Museum Rotterdam heeft in de collectie een pijp met de afbeelding van Jacob de Vletter (foto). De pijp is in omloop gebracht ter herinnering aan de volksoploop in het najaar van 1868.