Rotterdam wint rechtszaak over blowverbod

De gemeente Rotterdam heeft in hoger beroep gelijk gekregen over een blowverbod in het centrum van de stad.

De gemeente had 18 mensen gedaagd die toch een joint hadden gerookt in het gebied. De rechtbank in Rotterdam sprak de verdachten eerder vrij, omdat Rotterdam geen eigen regels zou mogen hanteren. De landelijke Opiumwet zou al voldoende zijn en die gaat uit van het gedogen van blowen.

Openbare orde
Het gerechtshof in Den Haag is daar donderdag niet in meegegaan. De Opiumwet gaat alleen over de volksgezondheid. In de Algemeen Plaatselijke Verordening(APV) van de gemeente Rotterdam draait het om de openbare orde: de overlast als gevolg van blowen.

Volgens het gerechtshof is dat een aanvulling op de landelijke wet die toegestaan is. Blowen kan leiden tot overlast en gevoelens van onveiligheid, aldus het hof. In Rotterdam geldt het blowverbod onder meer bij de Binnenrotte en de Westersingel.

Van de 18 verdachten die in Rotterdam het blowverbod hadden overtreden, zijn er nu 16 in hoger beroep veroordeeld tot een boete van 105 euro. Voor sommigen is die boete voorwaardelijk. De twee overige verdachten zijn vrijgesproken, omdat niet kon worden bewezen dat ze een joint hadden gerookt.

Hoge Raad

Een van de blowers die nu alsnog is veroordeeld, gaat in cassatie. Dat betekent dat de kwestie aan de hoogste rechter in Nederland wordt voorgelegd, de Hoge Raad. De inzet zal zijn dat de Opiumwet al voldoende regelt en een APV overbodig is.

Ook Miranda Bruin, eigenaar van coffeeshop 1-2-3 in Rotterdam, vindt de APV niet nodig. "Bovendien, je ziet toch haast nergens meer dat op straat wordt geblowd? Ik ga ook niet blowend boodschappen doen. Als het gaat om overlast van jongeren op straat: geef ze een plek waar ze kunnen roken en drinken. Dan ben je van het probleem af."

Deel dit artikel: