Inschattingsfout met grote gevolgen

Het is 3 april 1945, een maand voor de bevrijding. Aan de Oostzeedijk in Rotterdam worden twintig verzetsmensen door de Duitse bezetter doodgeschoten. Het is een vergeldingsactie van de Duitsers. Het verzet heeft een paar dagen eerder de Majoor der Ordepolitie J.C. Tetenburg vermoord, pal voor het politiebureau aan de Hoflaan.

Tetenburg is bij de Rotterdamse Ordepolitie gekomen als opvolger van een NSB'er die ontslag heeft genomen uit protest tegen de deportatie van veel Rotterdamse politiemannen op 10 en 11 november 1944. J.C. Tetenburg komt van de politie in Utrecht en is de Duitsers zeer gedienstig.

Hij verraadt een collega, Kees van den Broek. Deze Van den Broek is oud-marinier en tijdens de bezetting is hij agent aan het bureau Hoflaan. Ook zit hij in het verzet, hij is lid van knokploeg 'Ploeg Jos' en neemt actief deel aan de acties tegen de Duitsers.

Als agent loopt Kees van den Broek regelmatig op de rijksweg tussen Rotterdam en Gouda. Op een dag vraagt een Duitse soldaat hem daar naar de weg naar Gouda. Van der Broek neemt de soldaat zijn wapen af, houdt hem onder schot en vertelt de man rechtdoor te lopen zonder om te kijken.

Deze actie van Kees van den Broek wordt verraden door Tetenburg. De Duitsers arresteren Van den Broek op 28 februari 1945. Hij wordt overgebracht naar het Oranjehotel, de strafgevangenis in Scheveningen.

Op 12 maart 1945 wordt Kees van der Broek gefussilleerd. Hij laat een vrouw en drie kinderen achter.

Het verzet besluit wraak te nemen. De ondergrondse van Kralingen komt vaak samen in een bloemenwinkel aan de Voorschotenlaan. Vanuit deze winkel achtervolgen ze Tetenburg dagenlang om achter zijn werktijden en routines te komen. Een aanslag op Tetenburg kan volgens het verzet in het openbaar gebeuren omdat er geen aanwijzingen zijn dat de majoor een prominent figuur is bij de Duitsers. De kans op represailles wordt daarom klein geacht. Tetenburg wordt op 31 maart voor het politiebureau aan de Hoflaan doodgeschoten.

Het verzet heeft een misrekening gemaakt. J.C. Tetenburg is wel degelijk iemand die iets in de melk te brokkelen heeft bij de vijand. Én de vrouw van Tetenburg is Duits. Zij dringt bij de Duitse legerleiding aan op een vergelding. De Duitsers besluiten twintig personen die vastzitten op het bureau Haagse Veer, te executeren. De twintig verzetsmensen worden overgebracht naar de Oostzeedijk. Ten hoogte van de Hoflaan worden ze onderaan het talud doodgeschoten. Een wit kruis, tegenover de Lambertuskerk, markeert nog altijd de plek waar de fusillade op 3 april 1945 plaatsvind.

Onder de twintig slachtoffers is Arie den Toom, verzetsman uit Heijplaat. Hij is op 13 maart 1945 gearresteerd. In 1946 is er een fotoboekje uitgebracht met foto's ter herinnering aan Den Toom. Dat boekje is kort geleden opgenomen in de collectie van het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam.

Meer over dit onderwerp:
madm
Deel dit artikel: