Analyse: Bij de avondklokrellen in Rotterdam leek zelfs de rechter oververhit te reageren

Een man graait een zakje snoep en viltstiften uit de Zeeman: vier weken cel. Een man betaalt niet voor een pot pillen van de Body Muscle: twintig uur taakstraf. Beiden veroordeeld vanwege de avondklokrellen in Rotterdam. Vanwaar dat verschil in straf? De eerste had de pech dat hij volgens het supersnelrecht werd veroordeeld. Het roept vragen op over de eerlijkheid van het rechtssysteem.

De woede was groot eind januari in Rotterdam en in de rest van Nederland. Premier Rutte sprak van "losgeslagen tuig". Officier van justitie Ad de Beer zei het zo in de eerste zitting tegen relschoppers in Rotterdam: "In de 25 jaar dat ik in Rotterdam-Zuid werk, heb ik dit nog nooit meegemaakt. Een soort oorlogssituatie. Het had best Aleppo kunnen zijn." Ook de rechter, doorgaans een baken van rust, deed een emotionele duit in het zakje door burgemeester Aboutaleb te citeren: "Heb je nu een goed gevoel, dat je de stad naar de vernieling hebt geholpen?"

Drie maanden later is de toon in de rechtszaal heel anders. De officier van justitie heeft 'Aleppo' afgeschaald tot 'Rotterdam-Zuid stond in de fik'. De rechter is vriendelijk voor de relschoppers die voor hem zitten. "Ik mats u met het oog op uw toekomst." De veranderde sfeer betaalt zich uit in de strafmaat. Het OM eist alleen maar taakstraffen, waar het in de dagen na de rellen forse celstraffen regende. De rechters zijn daarin meegegaan.


Signaal aan de samenleving

Officier van justitie De Beer is er in de zittingszaal heel eerlijk in geweest. In die eerste dagen na de rellen moest vanuit de rechtszaal een signaal worden afgegeven aan de samenleving: haal het niet in je hoofd om te gaan rellen, want er volgen zware straffen. Tijdens een zitting twee maanden later zegt hij: "We hebben met elkaar besloten dat het strafrecht om de orde te handhaven, weer een beetje terug in zijn hok mag." De rechter is het daarmee eens: "Supersnelrecht was nodig om te laten zien dat het zo niet kon."

De avondklokrellen hebben een paar dagen geduurd in Nederland en doofden snel uit. De waarschuwende woorden vanuit de rechtszaal hebben mogelijk dus effect gehad. Maar is het ook eerlijk? Hebben de relschoppers die volgens het supersnelrecht zijn beoordeeld niet domme pech gehad? Is hier geen sprake van rechtsongelijkheid?

Interessant is de zaak van de 19-jarige Ayoub uit Den Haag, die de eer had als allereerste in Nederland een straf te krijgen voor de avondklokrellen. Hij moest twee maanden de cel in voor het gooien van een steen naar een politieauto. Zijn advocaat Niels Genemans ging in hoger beroep en daar, weken later dus, toen de hitte er enigszins af was, rolde er een veel lagere straf uit. Ayoub kon meteen naar huis en zijn studie in de zorg beginnen. Dat was ook op advies van de reclassering, een instantie die bij het supersnelrecht niet was geraadpleegd. Geen tijd.

Verdachten avondklokrellen op schermen in Rotterdam | Foto: Politie Rotterdam


In het strafrecht zijn de persoonlijke omstandigheden van verdachten altijd cruciaal. Een celstraf betekent niet alleen opsluiten maar mogelijk ook verlies van een baan, de onmogelijkheid een gezin te ondersteunen. Dat kan betekenen dat het met de veroordeelde van kwaad tot erger gaat. In de eerste dagen na de rellen leek dat principe ondergesneeuwd.

Eén steen: twee maanden cel

Verplaatsen we ons weer naar drie maanden later, woensdagmiddag 21 april in de Rotterdamse rechtbank. Een 32-jarige man staat terecht omdat hij drie keer een steen heeft gegooid naar een politiebusje. Eis: honderd uur taakstraf. Vonnis: 60 uur taakstraf. Waar in januari één steen twee maanden cel opleverde, krijg je in april 60 uur voor drie stenen.

In het tweede geval houdt de rechter nadrukkelijk rekening met de baan van de man. Hij is ook nog eens in een vechtscheiding verwikkeld en achter de tralies wordt dat er niet beter op, zeker niet voor zijn kind. Dergelijke afwegingen worden bij alle verdachten gemaakt. Rechter Jacco Janssen krijgt woensdagmiddag een heel palet aan relschoppers voor zich: vernieling bushokje, oproep te gaan rellen, stenen gooien, plunderingen. De bestraffende, bijna moralistische toon waarop de relschoppers werden toegesproken, is weg. Zichtbaar zenuwachtige verdachten worden gerustgesteld. De rechter probeert het ijs te breken. "U woont hier vlakbij in Rotterdam-Zuid. Op een steenworp afstand. Snapt u het grapje?"

U woont hier vlakbij in Rotterdam-Zuid. Op een steenworp afstand. Snapt u het grapje?
Een rechter kan enkele maanden na de rellen weer wat humor tonen



Janssen valt het ook op dat de verdachten vrij keurige burgers zijn, met banen en opleidingen en niet of nauwelijks een strafblad. Dat zei Ad de Beer eerder ook: "Gewoon jongens die met hun toekomst bezig zijn. Niet de usual suspects die bewust komen rellen." Anders dus dan de premier het verwoordde met zijn "losgeslagen tuig". Woensdagmiddag is dat ook te zien in Rotterdam: van een jongen uit 6 VWO die rechten wil studeren tot een man die 's nachts in de haven werkt. Geen van hen heeft geweldsdelicten op zijn cv staan.

Straffen navenant lager

Bij het supersnelrecht leken het OM en de rechterlijke macht daar even geen oog voor te hebben. Alsof zij premier Rutte volgden toen hij zei: "Ik ga niet zoeken naar sociologische oorzaken." Drie maanden na dato zijn de persoonlijke omstandigheden van de verdachten weer terug van weggeweest en zijn de straffen navenant lager. Het lijkt een mooi moment voor een evaluatie, voor een symposium. Suggestie voor een titel: "Supersnelrecht, effectieve ordemaatregel of rechtsongelijkheid?"