Column: Kappen met die bijnamen

Een van de mythes over Rotterdammers is dat ze dol zijn op het geven van bijnamen aan gebouwen. Dat is een misverstand. Rotterdammers doen dat maar heel af en toe. Als het echt nodig is.


Het laatste slachtoffer is de Markthal die woensdag opengaat. Het is een terecht, nu al veel bejubeld gebouw met schitterende beschilderingen. En het heet Markthal. Dat is wat het is: een hal met een markt erin. Rotterdamser kan niet. Prima naam dus.

Maar nee, nu is er het ‘ludieke’ initiatief: Bedenk een bijnaam voor de Markthal. Je kan kiezen uit een schier oneindige lijst met suggesties. Van De Broodtrommel tot De Caviatunnel. Hoge ogen in deze stemming gooit voorlopig De Koopboog. En daar zie je precies waar het mis gaat.

Beurstraverse
De Koopboog wil voortborduren op het succes van De Koopgoot. Dat was een perfecte, spontaan bedachte bijnaam. Dat ging zo, ongeveer. Ooit bedacht een sjieke architect (warrig haar, felgekleurd brilarmatuur, gespeeld door Kees van Kooten) de naam Beurstraverse. Deze pretentieuze, onuitsprekelijke naam heeft een halve dag stand gehouden. Toen riep iemand 'koopgoot!' en daarmee was het pleit beslecht.

Niemand gaat Koopboog zeggen, al was het maar omdat een woord met een 'b' na een 'p' niet lekker loopt. Maar bovendien, anders dan bij de Beurstraverse is er geen reden om het gebouw op zijn Rotterdams terug naar aarde te brengen met Koopgoot. Markthal voldoet al helemaal aan het principe 'doe effe normaal joh'.

Zo zal Rotterdam CS altijd Rotterdam CS of Centraal blijven en nóóit Kapsalon of Haaienbek gaan heten. Net zo min als er één Rotterdammer het over De Zwaan heeft, waar hij de Erasmusbrug bedoelt. Want ook die naam volstaat.

De Kooning
Op het Hofplein staat een kunstwerk van Willem de Kooning. De officiële titel is Seated Woman, maar wie om het vormeloze, zwarte beeld loopt, die zal daar met moeite een vrouw in herkennen. Laat staan een Engelstalige vrouw. Dús heet het in de volksmond De Drol. En dat is een hele adequate bijnaam. Weer: spontaan ontstaan, omdat de eigenlijke naam onduidelijk of hoogdravend is. En daar houden wij hier niet van. De essentie van de Rotterdamse bijnamen is dat zij uit het volk komen en niet kunstmatig van bovenaf worden opgelegd, zoals nu met de Markthal het geval is.

Dat initiatief komt van scheurmailrotterdam.nl, en daar zit weer Herco Kruik achter. Die geeft als 'bijnamenburgemeester' rondleidingen in de stad langs alle objecten die een tweede naam hebben. Hij leeft dus van het misverstand, dat vooral bij buitenstaanders bestaat. “Zonder bijnaam ben je niets in Rotterdam”, kopte eens de Brabantse krant BN de Stem. Alsof wij hier een soort woordkunstenaars zijn.

Geen poeha
Rotterdammers houden niet van poeha. Daar is de klassieke tegenstelling met Amsterdam ook op gebaseerd. En heel af en toe, ik herhaal: heel af en toe wordt dat weerspiegeld in een bijnaam. Dat is dus functioneel en niet ludiek, meneer Kruik. Is dat trouwens uw echte naam, of bent u ooit zelf uit een of andere flauwe prijsvraag gerold?

Paul Verspeek is verslaggever bij RTV Rijnmond en geboren en getogen Rotterdammer

Deel dit artikel: