Rotterdamse Dina Sanson was de eerste vrouw bij de politie: 'Door haar is dit werk nu voor mannen én vrouwen'

De Rotterdamse Dina Sanson (1868-1929) is de eerste vrouw bij de Nederlandse politie. Ze komt op 1 mei 1911 in dienst bij de gemeentepolitie Rotterdam. Haar functie wordt ‘politie-assistente’ genoemd. Sanson werkt niet in uniform en houdt zich voornamelijk bezig met jeugd- en zedenzaken.

De gemeente Rotterdam heeft onlangs besloten dat er een straat naar haar wordt vernoemd: het Dina Sansonpad komt in het nieuwe wijkje bij de Wilgenplas in Schiebroek. Daar komt tegelijkertijd ook de Adolphine Kokstraat. Deze Rotterdamse is de eerste vrouwelijke advocaat van Nederland.

Historicus Nelleke Manneke heeft onderzoek gedaan naar het werk van Sanson bij de politie: “Zij moet stevig in haar schoenen hebben gestaan. Ze kwam werken in een mannengemeenschap, daar moet je tegen kunnen."

Karin Krukkert is momenteel plaatsvervangend politiechef bij de Eenheid Rotterdam. “Heel knap wat zij eerste vrouw in een masculine cultuur voor elkaar heeft gekregen”, zegt Krukkert over Dina Sanson. “Ik vraag me af of zij heeft beseft dat ze de weg vrij heeft gemaakt voor vrouwen en dat het nu volstrekt normaal is dat vrouwen in alle functies bij de politie werken.”

Bestrijding van prostitutie

Terug naar 1911. De toenmalige hoofdcommissaris Roest van Limburg ziet voor de bestrijding van prostitutie in Rotterdam een rol weggelegd voor een vrouw. Hij vraagt een aantal vrouwenverenigingen kandidaten voor te dragen. De nieuwe politiefunctionaris moet ongeveer dertig jaar oud zijn, ze moet beschaafd zijn en een ernstige, doch frisse levensopvatting hebben.

Het salaris zal tussen de achthonderd en twaalfhonderd gulden liggen. Een stuk minder dan dat van een mannelijke beginnende inspecteur. Die krijgt 1500 gulden per jaar. De vrouw krijgt niet de titel van inspecteur, zij zal politie-assistente worden en niet in uniform werken.

Van de elf kandidaten voor de functie blijven er twee over. Eén van hen is de dan 42-jarige Dina Sanson. De andere kandidaat is jonger en heeft de voorkeur van de commissaris. Maar zij valt af als blijkt dat ze nooit naar de dokter gaat, omdat ze gelooft dat een ‘bovenzinnelijke macht’ haar kan genezen.

Vlijt en toewijding

Sanson heeft haar sporen dan al verdiend in het maatschappelijk werk. Ze heeft de School voor Maatschappelijk Werk in Amsterdam gedaan en heeft gewerkt in de armenzorg. Op 1 mei 1911 wordt ze voor een half jaar aangesteld bij de Rotterdamse politie. Op 1 november van datzelfde jaar krijgt ze een vaste aanstelling, omdat zij blijk heeft gegeven van vlijt, nauwgezetheid en zeer veel toewijding.

Haar taak voert ze uit op het hoofdbureau van de politie aan het Haagse Veer in Rotterdam. Sanson is onder meer belast met het handhaven van de Zedenwet. Ze geeft raad en hulp aan meisjes die op het slechte pad dreigen te komen en bestrijdt illegale prostitutie. Ook houdt ze toezicht op kinderverwaarlozing.

Engeltjesmakerij

Dat laatste komt veel voor in Rotterdam in het begin van de vorige eeuw. Er zijn veel zogeheten kosthuizen, waar voornamelijk kinderen van ongehuwde moeders worden ondergebracht. Deze commerciële kosthuizen worden in die tijd ook wel engeltjesmakerij genoemd.

De kinderen worden zo goedkoop mogelijk opgevangen en slecht verzorgd. Ook sluiten de uitbaters overlijdensverzekeringen op de kinderen af. Veel van de kinderen in die kosthuizen komen te overlijden.

Het rapport dat Dina Sanson erover schrijft, liegt er niet om. Nelleke Manneke: “Ze is daarin heel stellig en je merkt de minachting voor de eigenaren van die kosthuizen. Ze omschrijft drie types: de konkelaarsters, de berekenende sluwen en de domme eigenwijzen.”

Door het rapport van Sanson wordt er in Rotterdam iets aan gedaan. De stad is de eerste in Nederland die met een gemeentelijke verordening komt voor kinderkosthuizen. Die moeten voortaan aan voorwaarden voldoen als het gaat om bijvoorbeeld hygiëne, voeding en grootte.

“Dit is iets belangrijks wat zij heeft bereikt”, zegt Manneke. “Ik vind het ook belangrijk dat door haar het sociale terrein bij de politie belangrijk werd. Vroeger was de politie voornamelijk repressief.” Karin Krukkert beaamt dat: “Dina Sanson heeft maatschappelijke vraagstukken gesignaleerd, aangekaart en weten aan te pakken. Ze heeft ontdekt dat de politie daar een rol heeft. Knap.”

Mannenbolwerk

Sanson heeft dit allemaal gedaan in een tijd dat de politie een mannenbolwerk is. Volgens Manneke is zij in die tijd geen concurrentie voor de mannen bij de politie, omdat haar functie is afgebakend. Daardoor wordt ze geaccepteerd. “Maar de mensen met wie zij in aanraking kwam, waren niet mis: bordeelhouders, mensen die kinderkosthuizen hadden, prostituees, weglopers. Ze moet mentaal een stevige tante zijn geweest.”

Karin Krukkert: “Ze heeft echt een paar vraagstukken opgepakt, dan moet je wel een stevige vrouw zijn. Bijzonder om in die tijd als vrouw de politiewereld binnen te stappen. Haar grote verdienste is dat politiewerk nu voor mannen en vrouwen is, dat is volstrekt normaal.”

De functie van Dina Sanson bij de Rotterdamse politie wordt een succes. In 1918 en 1919 worden twee politie-assistentes toegevoegd aan de kinder- en zedenpolitie, zoals het bureau van Sanson vanaf 1919 heet. De functie van inspecteur krijgen de vrouwen pas in 1936. Dina Sanson maakt dat niet mee, zij is in 1929 overleden.

Meer over dit onderwerp:
VERGETEN VERHALEN POLITIE ROTTERDAM NIEUWS
Deel dit artikel: