Aangrijpende verhalen van nabestaanden slachtoffers WOII: 'Ze zijn geblinddoekt en doodgeschoten terwijl mensen toekeken'

Herdenken wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, kan niet vaak genoeg. Dat zegt een van de familieleden van een oorlogsslachtoffer uit de gemeente Westvoorne. Hij heeft zijn verhaal laten vastleggen in een video, speciaal voor de herdenking van 4 mei. "Als je de tv aanzet, zie je dat dezelfde taferelen zich nog steeds overal op de wereld afspelen."

“Op 21 december 1944 zijn mijn opa, oom en tante uit huis gehaald, omdat een Engelse piloot bij ze ondergedoken zat.” Hugo Noordermeer vertelt het aangrijpende verhaal van zijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij staat voor zijn ouderlijk huis in Rockanje. “Hier ben ik opgegroeid en ik heb er tot mijn achttiende gewoond. Daartegenover”, hij wijst naar een vrijstaand huis, “woonden mijn opa en oma, samen met mijn oom Hugo en tante Jaapje. Het enige wat ik van mijn oom en tante nog kan herinneren, is dat ze lekkere dingen maakten die ik dan opat. Ik was zes jaar toen en dat is het enige wat ik me nog kan herinneren van hen."

Anti-Duits

"Op die bewuste avond zijn mijn opa, oom en tante gehoord door de commandant. Diezelfde nacht werden ze naar de bunkers in de duinen gebracht. De volgende dag in de namiddag zijn mijn opa en oom uit de bunker gehaald en gefusilleerd. Ze waren fel anti-Duits. Dit was het vierde onderduikadres voor de piloot. Hij is gevangen genomen en is na de oorlog, neem ik aan, terug gegaan naar Engeland."

Noordermeer loopt naar een gedenksteen vlakbij het huis van zijn grootouders waarop staat: 'Gefusilleerd op 21-12-1944 Jan Hoogvliet, 67 jaar, en Hugo Hoogvliet, 29 jaar, wegens (...) aan Engelse piloot.'

Afschrikken

"Zij zijn geblinddoekt en neergeschoten. De Duitsers hadden tientallen mensen bij elkaar geroepen om er getuige van te zijn, om mensen af te schrikken. De gemeenschap moest weten wat er gebeurde met dit soort mensen."

"De buurman, meneer Hoogkramer, vertelde later dat oom Hugo, vlak voor hij werd doodgeschoten, had geroepen: 'Cor, ben je er ook bij?' Cor, zo heette mijn vader. Maar hij was er niet bij. Mijn vader wilde afscheid nemen van zijn broer en vader, maar dat werd geweigerd. Oom Hugo heeft wel afscheid genomen van mijn opa voor hij werd weggebracht. Dat moet een heftig moment zijn geweest."

Herdenken

"Wat er tijdens de oorlog gebeurd is, kan niet genoeg herdacht worden. Je hoeft maar de tv maar aan te zetten en je ziet dat dezelfde taferelen zich nog steeds overal op de wereld afspelen."

Sarie van Vliet-Schipper

"Hij heeft ons gered”, zegt Sarie van Vliet-Schipper terwijl ze een witte roos neerlegt op de plek waar Leendert van der Meer, een evangelist, gefusilleerd werd nadat hij de familie van Sarie redde van de dood. Van der Meer kwam op 11 oktober 1944 om in Oostvoorne.

"Mijn vader was machinist op de tram die door de Duitsers gebruikt werd om materiaal langs de duinen naar Oostvoorne te brengen voor het bouwen van bunkers", vertelt Van Vliet-Schipper. "De tram moest dus van de Duitsers rijden, maar de Engelsen wilden dat niet. Die wisten waar de tram voor gebruikt werd en beschoten die."

"Toen mijn vader een Engels vliegtuigje zag, wist hij dat het foute boel was. Hij is afgestapt en is samen met alle passagiers naar een wachtkamer gegaan. Daarvandaan heeft hij gebeld en ze zijn vervolgens met een los locomotief opgehaald. Maar ze werden alsnog beschoten. Twee machinisten die mijn vader ophaalden, werden gedood. Mijn vader overleefde. Hij was in shock en wilde niet meer rijden. Hij moest om die reden onderduiken."

'Je moet hier weg'

Dat deed hij in eerste instantie in zijn eigen huis, maar op advies van iemand die op visite was gekomen en Van Vliets vader zag zitten, werd hulp ingeschakeld. Sarie van Vliet-Schipper was degene die lopend - "een fiets hadden we niet" - naar Van der Meer moest met een briefje. "Ik wist niet wat er op stond, maar toen ik aanbelde keek hij naar het briefje en zei: "Ik kom zo, mijn kind". Dat is de enige keer dat ik Leendert van der Meer heb gezien."

Ze ging terug naar huis en later kwam Van der Meer daar ook aan, op de fiets. "Hij heeft voor onderduikadressen gezorgd. Mijn broer was een jaar jonger dan ik. Hij was 13, ik 14 en we hadden een oudere broer. We waren met z’n vijven en werden naar vier onderduikadressen gebracht. We zijn al die maanden, tot aan de bevrijding, niet meer buiten geweest. Mensen zaten in de kast te luisteren naar Radio Oranje om te horen hoever de Engelsen waren met de bevrijding. Van der Meer had ook een radio en daarom werd hij opgepakt."

Radio Oranje

'Op 9 oktober 1944 werd evangelist Leendert van der Meer opgepakt tijdens het beluisteren van Radio Oranje’, staat op een gedenksteen op de plek in Oostvoorne waar Van der Meer is gefusilleerd. 'Van der Meer weigerde tot het laatste moment om de namen van medestanders te noemen.'

"Ze hebben hem hier naartoe gebracht en nogmaals gevraagd om namen te noemen. Dat heeft hij niet gedaan", legt Van Vliet-Schipper uit. "Toen hebben ze hem gefusilleerd."

Riet de Leeuw-Van Weenen

Familie Van Dijk uit Oostvoorne heeft voor altijd een plekje gekregen in de straat waar ze ooit een gelukkig leven leidde. De gezinsleden woonden in een hoekwoning aan de Brielseweg, tot ze in 1944 werden weggevoerd en nooit meer terugkeerden. Familie Van Dijk is via Amsterdam naar Westerbork gebracht en vandaar naar Auschwitz. Daar zijn ze niet veel later vermoord.

Riet de Leeuw-Van Weenen hoorde over de Stolpersteine, de kleine vierkante steentjes bij de huizen waar joden hebben gewoond die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. "Ik dacht: 'dat moeten wij in Oostvoorne ook doen'. Dankzij de inspanningen van Riet zijn nu op alle plekken in Oostvoorne waar joden hebben gewoond, steentjes gelegd.

'Dapper, maar wat zou ik gedaan hebben?'

"Mijn oom was leider van het verzet in Voorne-Putten. Hij zocht onderduikadressen en kwam op die manier bij mijn moeder terecht, om te vragen of zij onderdak kon bieden aan een joodse vrouw. Dat heeft ze toen gedaan. Ik heb haar er later over gevraagd en ze zei: "Nee zeggen als je om hulp gevraagd wordt, doe je niet"."

"Ik weet niet wat ik in haar plaats had gedaan. Ik ben heel trots op wat ze gedaan heeft, maar wat zou ik hebben gedaan? Dat weet ik niet.”

Deze verhalen zijn onderdeel van het programma in Tinte, Rockanje en Oostvoorne waar alle mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog of tijdens andere oorlogen en vredesmissies omgekomen zijn, worden herdacht. De beelden zijn van de gemeente Westvoorne.

Meer over dit onderwerp:
TWEEDE WERELDOORLOG ROCKANJE NIEUWS GESCHIEDENIS
Deel dit artikel: