Joke (87) werd als zesjarige gegijzeld door de Duitsers: ‘De oorlog heeft grote sporen achtergelaten, maar geen haatgevoelens gebracht’

Joke Swaep was zes toen er ineens op de deur werd gebonsd. Een Duitse commandant eiste samen met een aantal soldaten een tour door haar huis. De Duitsers besloten te blijven en het gezin werd vijf dagen gegijzeld gehouden.

Joke woonde samen met haar vader, moeder en tante in het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank in Rotterdam. Hier werkte haar vader als conciërge en haar moeder verzorgde het eten voor de directie en medewerkers. Het gebouw stond op een strategische plek aan de Boompjes, met perfect uitzicht op de Willemsbrug; de enige oeververbinding met Zuid in die tijd. Daarom wilden de Duitsers er verblijven. Zo maakte Joke samen met deze soldaten het bombardement mee in de schuilkelder van het gebouw.

Ondanks de vele jaren die achter haar liggen, herinnert Joke zich dit moment nog heel goed. De tachtiger is opgewekt, energiek. Dolblij met haar twee vaccinaties, al was ze ook niet bepaald bang. Dit geeft toch wat extra zekerheid. En ze is er heel graag bij, bij het ontsteken van het vuur en bij Radio Freedom.

We vieren op deze Bevrijdingsdag bij Rijnmond de vrijheid met een tien uur durende live-uitzending op Radio Rijnmond, TV Rijnmond en Rijnmond.nl. Van 13:00 uur tot 23:00 uur gaan onze presentatoren het gesprek aan met bekende en onbekende regiogenoten over wat vrijheid voor hen betekent. Een van hen is dus Joke.

U was pas 6 jaar. Toch staat de gijzeling u nog goed bij. Wat trof u vooral?

“Ik kan me nog goed herinneren dat ze er ineens waren, de Duitsers. We verbleven samen met ze in de grote schuilkelder onder ons gebouw. Daar waren bedden, kleding, er was water en eten. Mijn ouders moeten heel bang zijn geweest, maar ik heb er weinig van gemerkt. Als kind maak je de wereld op een andere manier mee. De soldaten waren heel vriendelijk en speelden spelletjes met me. Dat vond ik erg leuk. Ik genoot eigenlijk wel van al deze extra aandacht. En ik moet voor hen ook een fijne afleiding zijn geweest.”

“Ondanks alles, wist ik ook dat er om ons heen, boven de grond, gevochten werd. Er werden gewonde Duitsers bij ons binnengebracht en mijn moeder werd steeds angstiger. Ze hielden me ervan weg, maar er zijn in de schuilkelder ook benen afgezet en soldaten overleden.”

Links Joke met haar hondje Teddy, rechts het gebouw van de Nederlandse Levensverzekeringsbank aan de Boompjes | Foto: Privébezit van Joke Swaep

Jullie zijn vijf dagen gegijzeld gebleven, tot Nederland zich overgaf aan de Duitsers. Dat betekent dat jullie ook op 14 mei het bombardement op Rotterdam samen hebben meegemaakt.

“Dat klopt. De commandant wist natuurlijk wat er stond te gebeuren en leidde ons allemaal naar een beter beschermd deel van de schuilkelder. Daar zaten we samen en we waren samen bang. Ook de soldaten. De leiding had hen opgedragen om voor mij te zingen, en zo te proberen het geluid te overstemmen. Het waren Duitse strijdliederen. In hun verslagen stond later dat ik onophoudelijk heb gehuild. Maar dat weet ik zelf niet meer.”

“Op een gegeven moment was het bombardement natuurlijk voorbij en mijn moeder eiste onze vrijlating. ‘U weet niet wat u zegt mevrouw, de wereld boven u staat in brand.’ Maar we mochten uiteindelijk toch gaan. Het dak was van ons gebouw geslagen en de kantoren eromheen lagen in puin. We kregen een brief mee om de brug over te steken, die werd bewaakt door de Duitsers. Met dat bewijs liepen we naar Zuid, waar familie woonde. Op onze pantoffels, want we hadden niks meer. We moesten over dode lichamen heen stappen, dat maakte diepe indruk op me.”

Hoe brachten jullie de oorlog verder door?

“Na een verblijf op Zuid, kregen we van de bank een nieuw huis toegewezen aan het Haringvliet. En, ongelooflijk toeval, het was het enige huis in de straat met een plat dak. Daar werd dus een zoeklicht op geplaatst en daar hoorden ook een stuk of veertien Duitsers bij. Mijn moeder durfde in die tijd niet meer boven te wonen, omdat er een brandbom door het dak op haar arm is gevallen. Wij woonden dus in de kelder, de Duitsers in ons huis boven.”

“Als ze ’s avonds, na een kroegbezoek aan het Haringvliet, weer naar boven liepen, klopten ze vaak nog bij ons aan. Ze wilden mij dan gedag zeggen. Mijn moeder probeerde dat nog af te houden, maar moest af en toe wel toegeven. Ze maakte me dan wakker en ik gaf iedereen een handje. Je moet bedenken dat dat jonge jongens waren, weg van huis. Ze misten hun eigen moeder of hun eigen kinderen.”

“Maar zo hebben wij eigenlijk de hele oorlog in de buurt van Duitsers doorgebracht.”

Joke aan het einde van de oorlog | Foto: Privébezit van Joke Swaep

Heeft dat effect gehad op u? Hoe u terugkijkt op de gebeurtenissen rondom de Tweede Wereldoorlog?

“Ik denk het wel. Zo heb ik bijvoorbeeld nooit wrok gekoesterd naar de Duitsers. De meeste van hen kozen er ook niet voor om te moeten vechten. Het was meedoen of de kogel.”

“Mijn vader was een strenge man, en hij hield zich tegen de Duitsers ook niet in. Dan zei hij bijvoorbeeld: ‘Jullie zijn hartstikke gek dat je achter die vent met die snor aanloopt! Jullie springen nog in de Maas als hij dat zegt. Als mijn koningin zegt dat ik in de Maas moet springen, zeg ik: echt niet.’ Dan kreeg hij een por van mijn moeder dat hij zich in moest houden. Maar uiteindelijk laat het wel zien dat we elkaars menselijkheid zagen. Iedereen kan bang zijn, of genegenheid zoeken.”

“Zelfs mijn wijlen echtgenoot Ben, die half joods was, voelde na de oorlog geen wrok. Zo hebben wij onze kinderen ook opgevoed. De oorlog heeft grote sporen in ons achtergelaten maar heeft ons geen haatgevoelens gebracht. Daar waren zij zich bewust van.”

En nu staan we hier, weliswaar in een coronacrisis, maar toch vooral in alle vrijheid. Heeft u zich ook altijd vrij gevoeld?

“Ik ben natuurlijk voor vrijheid. Vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. We zijn al zo lang weer vrij, dat het haast gewoon is. Dat je je haast niet beseft hoe het is om onvrij te zijn. Nu met de coronamaatregelen kun je het een klein beetje voorstellen. Er was een avondklok en je mocht geen bezoek. We werden even met de neus op de feiten geduwd dat vrijheid ook zomaar weg kan zijn. Maar je kunt het niet vergelijken. Ik vind de strenge maatregelen juist heel belangrijk. Dat het maar zo snel mogelijk afgelopen kan zijn met de ziekte en we weer helemaal gezond en écht vrij kunnen zijn.”

Dit artikel is onderdeel van Radio Freedom van Radio Rijnmond. Luister hier mee vanaf 13:00 uur.

Deel dit artikel: