ARCHIEF RIJNMOND 18 april 2021 - Intenties

Afgelopen week heb ik me erop betrapt hoe ik mezelf voor de gek houd. Hoe ik geestelijk jongleer met mijn eigen goede bedoelingen.

En dat inzicht kwam door de vondst van weer een dooie muis.

Al jaren krijgen mijn vrouw en ik nu en dan muizenbezoek in onze huiskamer op twee hoog. Vroeger gingen onze poezen er nog achteraan, in het huidige poezenloze tijdperk zijn we aangewezen op die goede oude, hartvochtige muizenval.

Een paar maanden geleden heb ik na een paar signaleringen en wat onrustige avondjes van de hond toch maar weer zo’n val gezet, en toen was het heel snel raak. Misschien wel een beetje te snel. De aanblik van dat weerloze beestje dat ík had vermoord raakte me nogal. Ik heb er ook een beschouwinkje aan gewijd op de radio.

Maar zie: kort daarop meldde zich een twééde muis.

Die hetzelfde lot heeft ondergaan.

Wat me geloof ik alweer wat minder raakte.

En ja, toen heb ik in een hoekje van de huiskamer, op de vloer, half achter een speakerkast, vlak bij een spleet onder de plint, maar gewoon standaard een muizenval neergelegd met wat pindakaas erin. Voor de eventuele volgende ongenode gast.

Ergens afgelopen week keek ik terloops weer eens in dat hoekje en zowaar: we hadden weer beet. Geen idee hoe lang dat beestje er al lag, geen idee wanneer het was gebeurd.

En ik merkte dat dat scheelde in mijn schuldgevoel. Tuurlijk: het was alweer de derde, en alles went, maar dat er mogelijk aardig wat tijd had gezeten tussen mijn handelen en de gevolgen ervan maakte voor mijn schuldbeleving nogal uit. Het was niet zo dat ik ’s avonds een val had neergezet met de intentie om zo snel mogelijk een dier te doden en dat het dezelfde nacht al raak was. Nee, ik had hooguit een situatie gecreëerd die voor een eventuele volgende muiselijke bezoeker wel eens nadelig kon uitpakken.

Mijn intentie, mijn directe bedoeling, was voldoende op de achtergrond geraakt om me niet meer zo te hinderen. De tijd had mijn intentie - althans in mijn eigen beleving - als het ware doen verwateren.

Ik weet het: dit kan klinken als een doorzichtige poging om mijn eigen straatje schoon te vegen, maar ja, ergens werkt het wel zo. De psyche is nou eenmaal dom.

Hoe je je eigen intentie belééft is nogal van belang. Het maakt nogal uit of je - in je eigen beleving - iets expres hebt gedaan of, nou ja, per ongeluk. Of je een bepaald gevolg echt hebt gewild, of dat het buiten je macht lag, of hooguit het gevolg was van onvoorzichtigheid of onoplettendheid.

Als ik ruzie met iemand heb en ik rijd met mijn auto de pui van diens huis eruit oogst ik maatschappelijk heel andere reacties dan wanneer ik onwel word achter het stuur en per ongeluk met mijn hele bestelwagentje bij een vreemde in de serre beland.

Ook voor de rechter maakt dat uit.

Intentionaliteit is een belangrijk iets onder mensen.

Soms vraag ik me af in hoeverre het bij dieren ook speelt.

Het gebeurt weleens dat ik per ongeluk tegen ons hondje aan loop of dat ik op een pootje van d’r ga staan. Dan haast ik me altijd om het als het ware ‘goed te maken’. Om liefde en genegenheid te tonen. Om in mijn gedrag, en soms ook wel in woorden, ‘sorry’ te zeggen. Maar ik blijf me altijd afvragen in hoeverre ons hondje snapt dat het ‘per ongeluk’ ging.

Voor die derde dode muis die ik van de week vond maakt dat onderscheid niet veel meer uit.

En die ene muziekverzamelaar bij wie ik jaren geleden over de vloer was, was er ook duidelijk over. Een man alleen, op leeftijd, in een oude benedenwoning op Zuid, tussen allemaal bijzondere afspeelapparatuur en kwetsbare 78-toerenplaten. Al die spullen betekenden veel voor hem, dat was me al snel duidelijk bij mijn bezoek. Ze leken een beetje de plek te hebben ingenomen van normaal menselijk verkeer. Hij koesterde zijn platen als een soort gezinsvervangende collectie. Ik wist ook niet of ik ze wel mocht aanraken.

‘Ik ben nogal bang dat ik wat breek,’ zei ik.

Die angst was gegrond, blijkens het antwoord dat ik kreeg: ‘Als je wat breekt, breek ik je poten.’

‘En als ik nou per ongeluk wat breek?’, probeerde ik nog.

‘Dan,’ zo kaatste de man zonder een spoor van ironie terug, ‘dan breek ik je poten per ongeluk.’

SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

2. Er is er maar eentje - Louis de Bree & Tuschinski’s Bercely Jazz Band
3. Onschuldige handen - Jaap van de Merwe
4. De deserteur - Peter Blanker

WILLEM VAN IEPENDAAL
Jaap van de Merwe over Willem van Iependaal in radioprogramma ’t Oproer Kraait. Met daarin:
5. Dikke Dinges RIP - Rob van de Meeberg
6. Als de bank wordt overvallen - Nelly Frijda
7. Appelenfruit - Marius Monkau
8. Heeft de tijd je niets te leren - Rob van de Meeberg

9. Het oord - Michel Nottroth

CORONA
10. ’t Is weer voorbij met die corona - Hans den Outter
11. Weer coronavrij - Han Peekel

12. Le deserteur - Marcel Mouloudji

Meer over dit onderwerp:
ARCHIEFRIJNMOND RADIO CULTUUR
Deel dit artikel: