Manfred en zijn verbranders strijden tegen de pandemie: 'Iedereen liep weg van corona, maar wij gingen er juist naar toe'

"Het was zwaar, echt eng soms. We kregen zakken binnen met bloed en andere vloeistoffen uit het ziekenhuis. Die konden scheuren." Productiehoofd Manfred Tol van het Dordtse Zavin werkte tijdens de pieken van de coronacrisis eindeloos lange dagen, soms zelfs met gevaar voor eigen gezondheid. Hij moest wel, want Zavin is de enige verbrander van medisch afval in Nederland. "Stoppen was gewoon geen optie."

De 60-jarige Tol werkt al vanaf de allereerste dag bij de verbrander en kijkt in maart 2020 om zich heen. Hij ziet een binnenplaats die bomvol staat staat met blauw-gele vaten, er past niets meer bij. Hij ziet vrachtwagens die in de rij staan om hun ziekenhuisafval te lossen. Hij ziet de jongens van zijn ploeg, ze zijn angstig. Het met een nieuw, dodelijk virus besmet materiaal is waarschijnlijk overal. Kleeft het aan de tonnen? Manfred Tol ziet ook een oven die al op volle toeren draait en niet harder kan dan dit.

Het hoofd productie weet dat hij op dat moment twee dingen moet doen: praten met zijn mannen om ze gerust te stellen. En daarna schouders eronder en nog een tandje harder om te toch weer ruimte te maken voor nieuwe vaten. Een andere weg is er op dat moment niet.

Niet heel veel mensen kennen Zavin uit Dordrecht. Neem alleen de locatie al. De kilometerslange Baanhoekweg is een vervreemdende straat. Zware industrie op het eerste deel, naadloos gevolgd door kwetterende vogels in het groen van de Biesbosch op het andere stuk. De 'bewoonde wereld' houdt op bij een compacte ijzeren doos met een hoge, dunne schoorsteenpijp erop. Dat is de 'Ziekenhuis Afval Verwerkings Installatie Nederland'. Kortweg Zavin. Dit bedrijf speelt een cruciale rol in de strijd tegen corona. Als de oven van Zavin haar werk niet doet, valt alles stil. Op dit moment gaan er bijvoorbeeld miljoenen lege flesjes vaccin de oven in.

Zavin op de Baanhoekweg in Dordrecht | Foto: Rijnmond

"We hadden geen enkele keuze, we moesten door", blikt Manfred terug als hij aan de koffie zit in de kantine. Het is nog steeds nauwelijks te bevatten. Al dertig jaar bij het bedrijf, vanaf de allereerste dag dat Zavin bestaat, maar nooit zoiets meegemaakt. "Het was een storm, een orkaan, we moesten voortdurend uitvinden hoe we net een beetje meer konden verbranden."

Bij een lang, smal vat is het vaak ook wel duidelijk voor de ploeg: een afgezette arm of been.

Zavin werkt als volgt: vanuit heel Nederland stuurt de medische wereld - van ziekenhuizen, huisartsen en tandartsen tot proefdierlaboratoria - zijn afval naar de Baanhoekweg. Dat gebeurt in vaten en cassettes. Die zitten hermetisch dicht. Manfred en zijn collega's kunnen soms wel raden wat erin zit. Een vat dat niks weegt bevat vermoedelijk mondkapjes en kleding. Rammelt het een beetje dan kan het operatiemateriaal zijn als scharen en klemmen, of relatief kleine ledematen. Bij een lang, smal vat is het vaak ook wel duidelijk voor de ploeg: een afgezet arm of been.

Voor de verbrandingswijze maakt het niet uit wat erin zit: het gaat sowieso urenlang op duizend graden de oven in. Tol heeft wel één regel waar hij zich altijd aan houdt: "Ik ga respectvol om met de vaten. In het geval van een operatie kan daar iets in zitten wat heeft toebehoord aan een mens. Daar ga je dus niet mee gooien of smijten. En zeker niet open maken."

Hoofd productie Manfred Tol van Zavin | Foto: Rijnmond

Met een lange stok schuift hij rustig de serie plastic cassettes de ovensleuf in. De oven stopt nooit, ook niet 's nachts of op feestdagen en na vier tot acht uur roosteren blijven er alleen maar zwarte 'slakken' over, dat zijn de verbrande resten. Hoogstens herken je nog een geblakerde ijzeren klem of een operatieschaar. Toch ging het in het verleden soms ook mis met de vaten, maar daarover zo meer.

Tol is blij dat het nu goed loopt. "We hebben het onder controle. Eindelijk, zou ik willen zeggen. Het was proberen en passen en meten. Vaten waren soms te leeg of te groot. Samen met onze klanten hebben we alles doorgenomen en aangepast. Het gaat nu beter, er is weer ruimte op onze binnenplaats. Ook het gevoel van onveiligheid is weg." Toch lopen zijn werkdagen nog steeds regelmatig van zeven 's ochtends tot vijf in de middag. En dat terwijl hij niet volledig fit is. "Je voelt je gewoon zo betrokken bij het hele gebeuren. En dat geldt voor meer mensen hier."

Het was een wilde rit in de achtbaan, ook voor Tol persoonlijk. "Ik heb begin dit jaar corona gehad, als longpatiënt. Ik belandde zelfs nog in het ziekenhuis, te weinig zuurstof." Zijn collega Melvin vult aan: "We maakten ons echt zorgen over hem." Tol was terug zodra hij weer kon. "Dit bedrijf is een soort familie. Het is een aparte wereld, de hele dag alleen maar verbranden. Ruwe types soms. Maar we kennen elkaar vaak door en door. Mensen die elders soms niet worden aangenomen, krijgen hier een kans. Dat gaat niet altijd goed, maar soms groeien 'moeilijke jongens' in hun rol en eindigen ze zelfs in een leidinggevende functie."

Zelf was Tol ook geen geboren boekenwurm, de Rotterdammer stopte op zijn vijftiende met school. "Ik ging aan de slag als plaatwerker bij de RDM Onderzeebootsloods, ik was liever aan de slag met mijn handen. Na vijftien jaar kreeg ik mijn tweede baan bij de voorloper van Zavin. En ik zit er nog steeds. Ik ben nogal honkvast kan je zeggen, dat zie je niet veel meer."

Mindere momenten waren er ook. "Vooral met oude vaten ging het wel eens mis. Dan viel er een stapel en klapten ze open en zie je soms dingen die je niet wil zien. Als dierenliefhebber doet het me zeer om proefdieren te zien. Bij ledematen moest ik de eerste keer ook wel even slikken. Het kost hem wat moeite om te vertellen wat hem het meeste raakte. "Dan moet je toch denken aan voortijdig afgebroken zwangerschappen. Dat is wel iets waar ik thuis over moest praten om het kwijt te raken. In veel andere gevallen is het doorgaan en vergeten."

Gelukkig zijn dit soort incidenten een zeldzaamheid tegenwoordig, daarvoor zijn de vaten robuust genoeg. Eén voorwaarde is er wel voor een goed lopend proces: het deksel moet goed dichtgemaakt zijn. "Dat is niet altijd zo." Daarom heeft hij een verzoek aan zijn collega's in de ziekenhuizen van het land. "Zorg ervoor dat het vat goed dicht zit als je het sluit. Je bespaart ons veel ellende. Niet alleen door wat we zien, maar ook de tijdrovende schoonmaakprotocollen die we moeten opstarten."

(tekst gaat verder onder de video)


Tol is blij dat hij kan vertellen over zijn rol in de crisis. "Niet veel mensen weten waar we doorheen moesten tijdens de coronapieken. Iedereen liep weg van corona, maar wij gingen er juist naar toe." Of zoals zijn collega het zegt: "Ik was laatst in het ziekenhuis en zei vrolijk: hé, ik werk bij Zavin. Toch een soort van collega-gevoel. Kijken ze me aan van: huh? Geen idee dat wij al hun afval opruimen. Het is jammer dat weinig mensen dat weten."

Hij moet ondertussen even een belletje aannemen. De 'stroom aan slakken', de verbrande massa, wordt te dik. "Ik denk dat we zo de oven moeten bijsturen", zegt hij in de hoorn. Die oven is trouwens een dame, meldt Tol met een knipoog. "Dat wisten we al op de allereerste dag. Net als een een relatie moet je haar met zorg behandelen. En is ze soms nukkig. Maar zonder haar zijn we niks."

Wordt Tol sinds corona steenrijk van zijn werk? Klotst het geld bij Zavin tegen de plinten? Hierover kan Tol duidelijk zijn. Er denderen geen Porsches en Ferrari's over de Baanhoekweg. Ondanks de stroom aan vaten is de zilvervloot niet binnengevaren. "We worden betaald per gewicht. En helaas is corona een ziekte van lichte materialen. Mondkapjes, vaccinatiespuiten en flesjes. We worden er niet rijk van. Maar we gaan gewoon door. Zavin blijft branden."

Een blik in de oven van Zavin | Foto: Rijnmond

Deel dit artikel: