Zo Ben Ik Groot Geworden: Koos Karssen

Hij was een mager en bleek jongetje. Maar de omstandigheden waarin hij op de wereld kwam waren dan ook verre van ideaal. Burgemeester Koos Karssen van Maassluis werd geboren in de hongerwinter van 1944.

Zijn familie hielp onderduikers en gaf een illegale krant uit. Om die reden had zijn vader in 1942 al een jaar in een kamp gezeten. Net voor het einde van de oorlog werd hij opnieuw gearresteerd en het had niet veel gescheeld of hij was door de Duitsers gefusilleerd. Omdat ook moeder Karssen in de cel zat, werden de zes kinderen ondergebracht bij vrienden en kennissen.

Na de oorlog probeerde het gezin het normale leven in het christelijke kaasdorp Bodegraven weer op te pakken. Dat draaide voor een groot deel om de boekhandel, die Koos en zijn oudste broer op den duur zouden overnemen.

Nieuwe tegenslagen bleven echter niet uit. Een paar jaar na de oorlog overleed de oudste zus aan leukemie. En weer later kreeg het zusje met wie hij het meest optrok tbc. Voor haar werd thuis een soort privé-sanatorium gebouwd. "Later heb ik me gerealiseerd dat ik haar als maatje wel erg gemist heb."

De kerk vormde voor de familie een belangrijke steunpilaar. "Ik ben vrolijk gereformeerd opgevoed", zegt de CDA-burgemeester, die als tiener helemaal opging in het protestantse jeugdwerk en in het koor ontdekte dat hij over een niet onverdienstelijke tenorstem beschikt.

Door zijn drukke baan als burgemeester is van zingen de laatste jaren niet veel meer gekomen, zegt hij. En ook fysiek heeft de job zijn sporen nagelaten. Want bleek en mager? Dat is Koos Karssen niet meer. "Ik ben pas echt aangekomen toen ik burgemeester werd. Wat wil je met al die borrels en recepties...."

Meer over dit onderwerp:
madm
Deel dit artikel: