Islamitische Universiteit ligt onder vergrootglas

De Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) staat onder verscherpt toezicht van de Onderwijsinspectie. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker heeft daartoe besloten, schrijft ze in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

Bussemaker steekt haar ergernis over de instelling niet onder stoelen of banken: "Mijn vertrouwen in het bestuur van de Islamitische Universiteit Rotterdam is beschaamd", schrijft ze. Verder noemt de minister "de aard en hoeveelheid" van de incidenten bij de onderwijsinstelling "een doorn in het oog" en maakt ze zich "ernstige zorgen over de bestuurscultuur".

'Stem niet op landverraders'
Steen des aanstoots zijn onder meer uitspraken van rector Ahmet Akgündüz. Hij gaf bijvoorbeeld een stemadvies voor de Europese verkiezingen: stem niet op mensen die "hun land verraden". Toen daar commotie over ontstond, verduidelijkte de rector dat hij bedoeld had dat mensen niet moeten stemmen op kandidaten die de belangen van hun land van herkomst óf het land waarin ze wonen tegenwerken.

Voor Bussemaker is dat onvoldoende. "De rector dient zich te realiseren dat zijn uitlatingen gezien de maatschappelijke context grote impact kunnen hebben en zorgvuldigheid dus vereist is. Dat heeft hij onvoldoende gedaan."

Van school gestuurd na klacht over bestuurslid
En er was de kwestie van twee studentes die van de opleiding werden gestuurd nadat ze een klacht over seksuele intimidatie hadden ingediend tegen een bestuurslid. De rechter verplichtte de IUR de studentes weer toe te laten.

De PVV dringt aan op sluiting van de IUR, die onder meer imams opleidt. Dat kan niet. "Mijn juridische mogelijkheden om in te grijpen zijn beperkt daar het gaat om een niet-bekostigde instellingen", aldus de minister. Uit haar brief wordt wel duidelijk dat de instelling onder een vergrootglas ligt. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) bezoekt binnenkort opleidingen van de IUR om de kwaliteit te beoordelen. Dat is overigens de normale gang van zaken in het hoger onderwijs.

Financiering
Daarnaast doet het WODC, het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie, onderzoek naar de financiering van de universiteit. Die krijgt geen geld van de overheid, maar vooral van mensen "uit persoonlijke netwerken, waaronder dat van de rector".

Los van het geld vindt Bussemaker het belangrijker "of er signalen zijn van buitenlandse inmenging in het onderwijs. Dit is een aandachtspunt voor de gesprekken tussen de IUR en de inspectie."

Aan de instelling zijn de afgelopen jaren 27 bachelorstudenten en 11 masterstudenten afgestudeerd. Momenteel heeft de IUR meer dan 200 studenten.

Deel dit artikel: