Schiedam vraagt miljoenen voor achterstandswijken: dit is hoe de wijk zelf dat geld het liefst besteedt

Als burgemeester van Schiedam ondertekende Cor Lamers het manifest Dicht de Kloof. Samen met veertien collega-burgemeesters wil hij de komende twintig jaar een half miljard per jaar voor wijken die achterop zijn geraakt. De angst is dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar groeit. In Schiedam gaat het om de wijken Oost en Nieuwland. Wij vroegen actieve wijkbewoners hoe zij vinden dat het geld besteed moet worden.

Willy Heikamp (58) zet zich al jaren - zelfstandig en vrijwillig - met ziel en zaligheid en samen met buurtgenoten in voor haar wijk Nieuwland. Toch heeft ze grote twijfels over de bakken met geld die misschien richting Schiedam komen. Ze hoopt dat het geld 'niet weer in stenen, stichtingen of andere gesubsidieerde groepen' wordt gestoken.

Met eigen ogen ziet ze hoe hulp al jaren niet bij de juiste mensen terecht komt. Volgens haar is hulp op dit moment te ingewikkeld. Er zijn te veel regels en kaders en instanties werken elkaar eerder tegen dan samen met elkaar. Daardoor lopen mensen met een hulpvraag tegen muren op, komen ze voor dichte loketten te staan en worden ze gedemotiveerd in plaats van serieus genomen, ziet Willy. "De burgemeester laat z’n hoofd nooit zien in de wijk. We moeten 'meer samenwerken', maar met wie?"

De wijken Nieuwland en Oost in Schiedam | Foto: Google Maps

Wijs mensen de weg

"Dat geld moet naar educatie, educatie, educatie. Mensen moeten de kennis krijgen waar ze recht op hebben. Ze weten nu absoluut niet waar ze moeten zijn voor hulp, vooral door taalachterstand. Dat is echt het allerbelangrijkste," zegt ze. In Nieuwland heeft meer dan 40 procent van de bewoners een taalachterstand. "Wijs mensen op een humane manier de weg en zet ze niet zomaar in de rij voor de voedselbank. Waarom geef ik taalles vanuit huis, moet ik aan 60 gezinnen boodschappen uitdelen en kunnen ze nergens terecht voor hulp?"

Vergeet één formuliertje bij een aanvraag en je bent meteen maanden verder.
Willy Heikamp

Willy helpt haar buurtgenoten ook bij het regelen van medische zorg en vertelt schrijnende verhalen. Een ziek gezin dat weken moest bellen voor het ergens hulp kreeg. Een man met corona waarvoor ze een hele week bezig is geweest een plekje te vinden. Een 74-jarige die al weken geen boodschappen krijgt, zelf de deur niet uit kan en allang geprikt had moeten worden tegen corona. Willy regelt borstonderzoeken voor vrouwen die daar gewoon recht op hebben maar er niet tussen weten te komen, helpt bij het vinden van stageplekken, maakt straten schoon en probeert de angst voor de coronavaccinatie uit het hoofd van haar wijkgenoten te praten.

Allemaal zonder hulp of geld van de gemeente, maar met behulp van giften. Bewust, want als je de gemeente om geld vraagt, zijn de lijnen waarbinnen je moet lopen volgens Willy veel te strak. "Zonder subsidie kom je heel ver. Dan gaat het om de mens. Nu maak je mensen alleen maar angstig. Vergeet één formuliertje bij een aanvraag en je bent meteen maanden verder. Waar gaat de burgemeester het geld in stoppen? In meer ambtenaren?"

De wil en veerkracht van de buurt is niet het probleem, ziet Willy. "Ze willen het ontzettend graag. Daarom komen ze al vijf jaar drie keer in de week bij mij voor taalles, gaan ze mee boodschappen doen, de straat opruimen, stagelopen... We geven niet op, we gaan door, maar stop dat geld in mensen in plaats van stenen. Laat mensen echt meedoen. Betrek buurtbewoners bij de plannen, betrek de bibliotheek erbij, het wijkondersteuningsteam (WOT) en de sociaal werkers van DOCK."

Willy Heikamp brengt met vrijwilligers boodschappen rond | Foto: Willy Heikamp

Taaie uitdagingen, lange adem

René Verkuylen (61), bestuurder van DOCK, is blij met het initiatief, al herkent hij 'helaas wel' de kanttekeningen van Willy Heikamp. Hij vindt het belangrijk om geld in te zetten op lange termijn effect. De problemen die spelen vragen om een lange adem, zegt hij. "Kansenongelijkheid komt vaak door een verdrietige en ingewikkelde opeenstapeling van ongezondheid, geen werk kunnen vinden, een taalachterstand... Het zijn taaie uitdagingen. We weten mensen met een achterstand op gebied van leren, werken en wonen goed te vinden, maar je moet vasthoudend zijn. De mensen waarmee wij werken, moeten weten dat we ze vast weten te houden."

Er is weinig 'samenredzaamheid', weinig verbinding. Mensen leven er los van elkaar.
René Verkuylen

"We weten al lang dat kansenongelijkheid zorgt voor een tweedeling in de samenleving. Kansen zijn nu eenmaal niet voor iedereen gelijk. Corona heeft nog veel scherper laten zien wat we allang wisten. En het is er daardoor op achteruitgegaan."

'Vertrouwen verloren'

Wat Verkuylen betreft, gaat het geld naar wijken die kwetsbare bewoners aantrekken. "Dat zijn wijken waar veel doorstroming is, waar mensen maar kort wonen. Dat stimuleert de leefbaarheid in de wijk niet. Er is weinig 'samenredzaamheid', weinig verbinding. Mensen leven er los van elkaar. Je zou willen dat mensen blijven. En dat ook mensen die sociaal-economisch de beweging omhoog maken niet uit de wijk vertrekken."

Net als Willy Heikamp ziet ook Verkuylen dat de samenwerking tussen organisaties onderling en de gemeente niet altijd vlekkeloos gaat. "We proberen in Schiedam echt te verbinden en samen te werken. Er zijn veel spelers in de stad, allemaal afzonderlijk gecontracteerd door de gemeente met een eigen dynamiek. Geld komt niet zomaar op de goede plekken terecht. Ik merk en hoor van onze mensen ook dat men door bijvoorbeeld de toeslagenaffaire het vertrouwen in de overheid is verloren."

Problemen voor zijn

Maar Verkuylen ziet dat probleem als een uitdaging voor DOCK. "Ik zou de handschoen op willen pakken. Hoe kunnen we beter doen? Hoe kunnen we opener en eerlijker naar de bewoners zijn?" Het antwoord op die vragen heeft hij eigenlijk al. "Zet bewoners zelf achter het stuur. Dat gebeurt al op veel plekken."

Wat ook goed werkt is al vroeg hulp aanbieden, nog voor problemen zich hebben kunnen opstapelen, zegt Verkuylen. Als voorbeeld noemt hij het Lentiz LIFE college. Jongerenwerkers zitten in een mbo-school en leggen contact met jongeren. Ze helpen bij het vinden van werk en begeleiden jongeren in hoe ze een bijdrage aan de samenleving kunnen leveren. "Hoe eerder je het doet, hoe beter."

Ondanks de enorme uitdaging om de kloven tussen wijken te dichten, blijft Verkuylen positief. "Je moet wel vertrouwen in een goede afloop, anders denk je: waar doe ik het voor? De aanhouder wint. Als we met elkaar kunnen afspreken om in een aantal wijken 20 jaar te investeren, ben ik niet pessimistisch. Maar we moeten het wel gaan doen."

'Verkeerde beslissingen'

Hassan Aisatti (58) is al lang actief in de wijk Nieuwland. Hij ziet armoede, gezondheid en veiligheid als belangrijkste problemen in zijn wijk. "Mensen komen niet rond in Nieuwland. Ik ken veel mensen die echte problemen hebben en de huur niet kunnen betalen, dat is een groot probleem." Als gevolg daarvan kunnen mensen niet alle zorg betalen en stellen ze een bezoek aan de tandarts bijvoorbeeld uit, legt Aisatti uit.

We zijn maar vrijwilligers, we kunnen geen druk uitoefenen op de gemeente.
Hassan Aisatti

"Soms ligt het ook aan verkeerde beslissingen van gemeente. Mensen worden zo hard aangepakt. We hadden zelf een kledingbank opgezet, samen met paar vrijwilligers. Dat draaide heel goed, we hielpen 200 tot 300 mensen per week. Maar ineens was er geen geld meer voor de ruimte en heeft de gemeente de huur stopgezet. Ik was daar zo boos over! Het contact met de gemeente is goed, maar de gemeente neemt soms verkeerde beslissingen."

'Laat bewoners beslissen'

Aisatti hoopt dat met geld vanuit Den Haag weer een nieuwe kledingbank kan worden opgezet. "Er gaan tonnen naar commerciële organisaties, geef dat eens aan vrijwilligers." Aisatti heeft een goedlopend buurthuis dat draait op vrijwilligers. "Als die wegvallen, stort het in. We zijn maar vrijwilligers, we kunnen geen druk uitoefenen op de gemeente. We helpen altijd mee, we staan klaar om te steunen, maar zodra het over financiën gaat, beslist de gemeente."

Eén ding staat voor Hassan Aisatti voorop: als er geld is voor armoede, moet het geld ook echt daaraan besteed worden. Het liefst in overleg met vrijwilligers en wijkbewoners. "Er is al een wijkpot waar jaarlijks een bedrag in zit. Bewoners beslissen waar dat geld heen gaat. Dat is goed, geef het geld aan de wijken."

Een serieus groen plan

Mark Roest (33) woont in Oost en werkt als docent bedrijfskunde aan de Hogeschool Rotterdam. Ook hij herkent de door de burgemeester geschetste problemen, maar ziet ook dat zijn wijk veel potentie heeft. Zijn voorstel: veel meer groen, meer betere ontmoetingsplekken binnen en buiten, en een plan om verpauperde maar beeldbepalende woningen op te knappen.

"Niet een beetje groen om de straat op te fleuren, maar een serieus groen plan", zegt Roest. "Ik ben ervan overtuigd dat als jouw directe omgeving prettig is en je daar fijn verblijft, je ook sneller naar buiten gaat om contacten te leggen die je verder kunnen helpen. Het kan je meer activeren dan wanneer je in een benauwende situatie in een benauwende straat zit."

Speeltuinen

Er wonen veel kinderen in Oost en er zijn veel scholen. Dat geeft gezelligheid in de buurt, vindt Roest, maar er moet wel wat voor ze te doen zijn buiten school. "Om de leefbaarheid voor die kinderen te verbeteren zou ik pleiten om speeltuinen op te knappen en uit te breiden." Ook daar moet eerst een goed plan voor komen, om te voorkomen dat de speeltuinen niet aansluiten bij waar kinderen en ouders behoefte aan hebben.

Speeltuintje op Van Het Hoffplein in Schiedam-Oost | Foto: Google Street View
Als ik door de wijk loop, zie ik versteende straten met dichte vitrages.
Mark Roest

Voor die ouders mogen wat Roest betreft ook wel wat meer ontmoetingsplekken in de wijk komen. "Laagdrempelig, mooie en vriendelijke ontmoetingsplekken." Hij noemt als inspiratie hoe restaurants mensen op hun gemak laat voelen. Mooi ingericht binnen, veel groen op het terras. Daardoor denk je: hier wil ik wel even zitten. Voor jongeren moet dat er iets anders uitzien natuurlijk."

Kleine leefruimte

In de basis is er veel in de wijk, dit geld kan dat versterken, denkt Roest. "Er is bijvoorbeeld een aantal singels, dat geeft ruimte met groen. Maar in delen van de wijk wonen veel mensen dicht op elkaar. De leefruimte is klein en er is weinig ontsnappingsmogelijkheid. Buiten is er wel ruimte, maar die moet mooi en groen zijn. Als ik door de wijk loop, zie ik versteende straten met dichte vitrages. In Oost heb je best een goede woningvoorraad, een leuke mix van koop en huur. Maar een aantal panden is best verpauperd en daardoor beeldbepalend voor sommige straten. De gemeente kan die opkopen en opknappen. Of particuliere eigenaren een voorstel doen om er samen een leuk pand van te maken."

Roest ziet het liefst dat iemand goed onderzoek doet naar de behoefte van de wijk. "We wonen hier met veel verschillende nationaliteiten. Vraag hoe goede, fijne buitenplekken er volgens bewoners uit moeten zien."

Samen

Armoede en achterstand blijven ingewikkelde problemen die vragen om een gelaagde aanpak. Toch wijzen deze Schiedammers allemaal op dezelfde belangrijke voorwaarde voor succes: doe het samen met de wijk. Betrek bewoners bij de plannen en vraag wat zij zelf denken dat de wijk vooruit helpt. En zorg dat hulporganisaties die geld krijgen om de plannen uit te voeren elkaar niet voor de voeten lopen, maar samenwerken en elkaar aanvullen.