Rotterdam wil af van thuisonderwijs

Als het nieuwe schooljaar in september begint, moeten alle kinderen op een school zitten. Dus ook kinderen die nu nog thuisonderwijs krijgen. Dat wil de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge. Als het aan hem ligt, verdwijnt het thuisonderwijs.

De Jonge gaat de komende tijd met de betrokken ouders in gesprek en hoopt ze om te kunnen praten. Als dat niet lukt, gaat hij kijken of andere maatregelen werken. In Rotterdam krijgen 33 kinderen les van hun ouders.

Redenen om kinderen thuis te houden en ze daar les te geven, zijn vaak religieus van aard. Ouders zeggen geen school in hun buurt te kunnen vinden die past bij hun overtuiging, bijvoorbeeld bepaalde christelijke overtuigingen of richtingen als het salafisme en het holisme.

CU-SGP boos
Volgens de ChristenUnie-SGP moet de wethouder zich niet bemoeien met het thuisonderwijs en gaat hij op de stoel van de staatssecretaris zitten. Gemeenteraadslid Setkin Sies eist opheldering van de wethouder:

“Het doet er niet toe dat de wethouder het niet wenselijk vindt, hij moet gewoon de wet uitvoeren. En zijn persoonlijke opvatting mag al helemaal geen basis zijn voor nieuw beleid. Hiermee treedt hij volledig buiten zijn boekje en toornt hij aan de (grond)rechten van Rotterdammers.”

Teruggefloten
Volgens Sies loopt wethouder De Jonge vooruit op de besluitvorming in de Tweede Kamer. “Daar is de staatssecretaris, die thuisonderwijs wil afschaffen, juist teruggefloten en duurt het nog wel even voordat de Tweede en daarna de Eerste Kamer een besluit nemen.”

De ChristenUnie-SGP vindt net als de staatssecretaris dat het niet wenselijk is dat kinderen onder het mom van vrijheid van onderwijs worden blootgesteld aan een extremistisch of fundamentalistisch gedachtengoed.

Afgemeld
Patricia Kamp uit Rotterdam Zuid heeft zes kinderen waarvan ze er vier thuis onderwijs geeft. Ze begrijpt niet wat de wethouder met deze actie wil bereiken:" We hebben landelijke wetgeving over thuisonderwijs, Wat wil hij nou?"

Patricia is niet van plan om met de wethouder in gesprek te gaan."Een gesprek met mij is helemaal niet van belang. Ik heb me daarvoor afgemeld. Omdat hij niets over deze wetgeving te zeggen heeft. Dus waarom zou met hem gaan praten over wat hij vindt? "

Deel dit artikel: