Hoe Overschie al in de 17e eeuw een belangrijk verkeersknooppunt is

Het is in de 17e eeuw een moderne manier van reizen: de trekvaart. Nergens ter wereld is er zo’n goed georganiseerde vorm van openbaar vervoer met een uitgebreid netwerk van trekschuiten die een dienstregeling varen. Overschie is de spin in het trekvaartweb van Zuid-Holland-Zuid.

“Wat de trekschuit in de 17e eeuw is begonnen, dat is later de Randstad geworden, zo wordt wel eens gezegd”, vertelt Ad van der Zee. “Er zit natuurlijk wel een tijd tussen, maar de basis is daar gelegd.” Historicus Van der Zee van het Erfgoedhuis Zuid-Holland is samensteller en mede-schrijver van De Atlas van de trekvaarten in Zuid-Holland, die maandag verschijnt.

Trekvaartroutes en bebouwing steden rond 1800 | Foto: Atlas van de trekvaarten in Zuid-Holland

Halverwege de 17e eeuw ontstaan de trekvaartroutes tussen Delft, Maassluis, Vlaardingen, Schiedam, Overschie, Delfshaven en Rotterdam. Op de routes kunnen passagiers gebruikmaken van trekschuiten: een boot die met een lang touw wordt voortgetrokken door een paard dat op een jaagpad langs de vaart loopt. Aan boord zijn de schipper en een knecht, het paard wordt begeleid door ‘een jagertje’, een jonge jongen.

“Het paard liep zo’n zeven kilometer per uur”, weet Van der Zee. “Daardoor was het mogelijk dat men op vaste tijden vertrok en op vaste tijden aankwam. Want men wist precies hoe lang je erover zou doen.”

Het Kleinpolderplein van de 17e eeuw

Tussen Delft en Rotterdam is in de 17e eeuw een uitgebreide dienstregeling: in beide richtingen gaan er zo’n zestien trekschuiten per dag. “Het moet hier een gigantische drukte zijn geweest”, zegt Van der Zee. We spreken hem op de plek waar verschillende trekvaartlijnen bij elkaar komen in Overschie: “Dit is echt knooppunt Overschie, het Kleinpolderplein van de 17e eeuw.”

Bij Overschie komen vier Schie-en samen: de Delftse Schie, de Schiedamse Schie, de Delfshavense Schie en de Rotterdamse Schie. Die laatste is inmiddels grotendeels gedempt. In Overschie loopt nog een klein stukje van de vaart van Overschie naar het Hofplein. De huidige Schiekade in Rotterdam herinnert aan waar de Rotterdamse Schie ooit heeft gelegen.

De uitgebreide dienstregeling en het feit dat iedereen er gebruik van kan maken, maken de trekvaart uniek. Van der Zee: “Je leest wel in reisverslagen van buitenlandse reizigers dat ze niet weten wat ze meemaken. Je komt op tijd aan, een schipper die je beleefd behandeld en alle maatschappelijke klassen zaten door elkaar.”

Vis uit Maassluis

Maassluis heeft al snel een vaste trekvaartverbinding met Delft. We staan inmiddels met Van der Zee op de Monstersche Sluis in Maassluis: “Dit is het eindpunt van de trekvaart uit Delft. Al in 1645 was er een vaste verbinding tussen Delft en Maassluis en vice verse en dat een paar keer dag.”

Dienstregeling trekvaart Maassluis-Delft in 1715 | Foto: Atlas van de trekvaarten in Zuid-Holland

Vanuit Maassluis wordt er vooral vis vervoerd met de trekschuit. In de 17e eeuw is Maassluis een belangrijke vissershaven. “De meisjes die de vis vervoerden, mochten niet in de schuit zitten maar moesten buiten blijven, anders ging het teveel ruiken.”

Ook in Schiedam is de ‘halte’ van de trekvaart nog te vinden. Van der Zee neemt ons mee naar de Beurssluis bij de Korenbeurs: “Vanaf Delft en vanaf Rotterdam waren er diensten op Schiedam en die eindigden hier aan de Schie bij de Beurssluis.” Is het in Maasluis vis, in Schiedam is het jenever dat met de trekschuit wordt vervoerd.

Jenever uit Schiedam

“Hierachter waren allemaal branderijen en stokerijen en die zorgden ervoor dat de hele Republiek van gedistilleerd werd voorzien. Bij de andere trekvaarten was personenvervoer belangrijk. Hier draaide het vooral om vracht en dan hebben we het over de tweede helft van de 18e eeuw. Hier gingen heel veel schuiten vanuit Schiedam het hele land door en ook naar het buitenland.”

Het spoor maakt een einde aan de succesvolle trekvaart. “In de jaren dertig van de 19e eeuw kwam de trein en die gaat toch wel een stukje sneller dan de trekvaart”, zegt Van der Zee. De eerste spoorlijn in Nederland is in 1839 aangelegd tussen Amsterdam en Haarlem. Als in 1847 het spoor via Leiden, Den Haag en Delft naar Rotterdam wordt doorgetrokken, is het gedaan met de trekvaart.

Slecht imago

“Vanaf dat moment kreeg de trekvaart ook een slecht imago”, weet Van der Zee. “Mensen hadden zoiets van dat is iets van vroeger, moderne mensen gaan met de trein. Maar ja, twee honderd jaar lang, langer dan dat er nu treinen zijn, heeft die trekvaart gewoon dienst gedaan.”

De Atlas van de Trekvaarten in Zuid-Holland gaat over twee eeuwen trekvaart in Zuid-Holland. Beschrijvingen, kaarten en afbeeldingen vertellen het verhaal van het ooit zo innovatieve vervoermiddel. Het boek is vanaf maandag te koop.

Meer over dit onderwerp:
VERGETEN VERHALEN OVERSCHIE ZUID-HOLLAND NIEUWS
Deel dit artikel: