Dit is hoe in het Silicon Valley van de visserij in Stellendam wordt gezocht naar 'het gouden ei van Columbus'

Netten die zorgen voor minder bijvangst, technieken die de puls kunnen vervangen, manieren om minder brandstof te verbruiken. Johan Baaij zoekt met zijn team in het Visserij-innovatiecentrum in Stellendam hard naar ontwikkelingen die de visserij een duwtje in de rug kunnen geven. Want dat duwtje kan de visserij wel gebruiken.

Het is één van de oudste beroepen ter wereld en al die tijd is het principe hetzelfde gebleven: een aantal mannen trekt het water op en komt terug met vers gevangen vis. In het 'Silicon Valley' van de visserij in Stellendam wordt voortdurend onderzoek gedaan naar manieren waardoor vissers slimmer, milieu- en diervriendelijker en effectiever kunnen werken. Dat is ook nodig. Niet alleen de wetgeving wordt steeds strenger, zoals het recente pulsvisverbod. Maar ook de gevolgen voor natuur en dier vragen om nieuwe inzichten.

Johan Baaij is in Stellendam de man die onderzoek doet naar wetenschappelijke inzichten die de vissersvloot naar een gezonde toekomst moet trekken. Hij
wijst in zijn Visserij-innovatiecentrum naar een testopstelling, een kooi met ontsnappings- of selectiepanelen, die schuin omhoog staan. “Kleine visjes schieten hier door de stroming overheen en de grote blijven erachter zitten, is het idee. Zo vang je dus vooral de vis die je graag wil vangen. Misschien is dit over vijf jaar wel het ei van Columbus.”

De testopstelling met de panelen | Foto: Sanne Waldekker

Deze oplossing kan, als het goed blijkt te werken, rekenen op enthousiasme bij vissers. De aanlandplicht zorgt er namelijk voor dat ze kleine, onverkoopbare vis niet meer overboord mogen gooien en verplicht aan wal moeten brengen. Dat neemt ruimte in op het schip en levert meer werk op voor de visser. “En belangrijker nog” , vult Johan direct aan, “zo weet je zeker dat alle vis doodgaat en dat vinden we zonde. Die vis kan nog verder zwemmen.”

In het innovatiecentrum staat een enorme waterbak, een testbassin van 32 meter lang met daarin 200.000 liter zout water en een zandbodem. Netten die op schaalmodel zijn nagemaakt worden hierin voortgetrokken en camera’s leggen onder water alles vast. “Hierdoor zie je precies wat een net doet, of hij klappert waardoor je vissen wegjaagt, of hij zorgt voor meer of minder weerstand, wat flink kan schelen in je brandstofverbruik.”

De waterbak in het Visserij-innovatiecentrum | Foto: Sanne Waldekker

Op een tafel liggen allerlei modelnetten uitgestald, tot in detail in het klein nagemaakt. Er liggen kaartjes bij met termen als ‘twinrig net’ en ‘puls sumwing’ . Het geeft aan dat iedere vismethode en vissoort weer andere netten vraagt. “Als we ver in de toekomst kijken, dan heb je misschien ooit wel een camera op je net en dan kun je zien welke vis je wel en niet wil vangen, maar nu werken we aan scheidingspanelen, die ervoor zorgen dat je selectiever kan vissen. Maar ook hiervoor geldt: voor iedere soort en methode moeten we een ander paneel ontwikkelen. Dat gaan we niet even binnen een paar maanden voor elkaar krijgen.”

Het innovatiecentrum bedenkt de ideeën niet zelf, maar is een plek waar bijvoorbeeld vissers, universiteiten en natuurorganisaties terecht kunnen om zo realistisch mogelijke tests uit te voeren. “Als vissers dat aan boord moeten doen van hun eigen schepen, dan mis je de informatie die de camera’s vastleggen en het scheelt in de vangst. Daar zit ook je bemanning niet op te wachten. Door eerst hier te testen, testen we alleen de echt kansrijke projecten op zee uit.”

De onderzoekers volgen via onderwatercamera's hoe de modelnetten het doen in het testbassin | Foto: Sanne Waldekker

Stellendamse Silicon Valley

Hoe innovatief is Stellendam eigenlijk? “We zijn één van de meest innovatieve havens van Nederland, met alle bedrijven bij elkaar die nodig zijn voor een vissersschip en ook nog eens een visserij-opleiding die we hier ook bij betrekken. Er is ooit geroepen dat we de ‘Silicon Valley’ van Nederland waren", zegt Johan lachend. "Maar eigenlijk is de gehele Nederlandse visserij een hele innovatieve club. Je ziet het niet als je de kotters ziet liggen, want de netten zijn nog altijd wit, maar de afgelopen twintig jaar zijn daar al hele grote stappen gemaakt in de manier van vissen.”

In het centrum wordt niet alleen gekeken naar economische vooruitgang voor vissers, maar zeker ook naar hoe het voor de vissen en de natuur beter kan. Er wordt ook gewerkt aan een stuk voorlichting over de visserij, omdat maar weinig mensen weten hoe het er echt aan toe gaat.

“Ieder schip neemt al het afval dat wordt opgevist mee aan wal, dus we zijn de ophalers van de zee. Dat weten veel mensen niet. En je hoort vaak dat ‘we’ de zee leegvissen, maar het is slechts de rente van het totale visbestand. Wij blijven binnen alle beheersmaatregelen, dus we willen graag vertellen dat de consument gerust een verantwoord visje uit de lokale viswinkel of supermarkt kan eten.”

De buitenhaven van Stellendam met de Goereese vloot | Foto: Sanne Waldekker

Alternatief voor de stroomstootjes

Frustratie is er ook, net als bij de meeste vissers, over het verbod dat nu geldt op de pulsvisserij, de techniek met de stroomstootjes. Hier zijn in het innovatiecentrum veel testen mee gedaan en er is volgens Johan wetenschappelijk aangetoond dat de techniek grote voordelen heeft voor de natuur. “Er zit zoveel tijd, geld en energie in en het wordt je dan afgenomen. En je hebt nou eenmaal niet zomaar een alternatief paraat.”

Er wordt zeker wel gezocht naar alternatieven. “We hebben tests gedaan met waterstralen, luchtdruk, borstels en we werken uiteraard ook aan verbetering van de boomkor”, de traditionele sleepnetten, waar de vissers nu weer op terug moeten vallen. Maar innovatie kost geld en dus duurt het lang, zeker nu de vissers in het afgelopen coronajaar te maken hadden met lage visprijzen en hoge brandstofkosten.

“Een nieuw net kost je zo 25 tot 30 duizend euro. Als het dan niet blijkt te werken, moet er weer een nieuwe worden aangeschaft. Soms moet er eerst serieus geld verdiend worden om een volgende stap te kunnen maken.”

Bekijk hieronder de video over het innovatiecentrum in Stellendam:

Zelf is Johan ook visserman, maar hij vaart niet meer. Met zijn broer Albert heeft hij nog altijd een kotter, de TH-10 ‘de Tholen 10’, die anders dan de naam doet vermoeden wel Stellendam als vaste ligplaats heeft. Albert gaat de zee op en Johan heeft zijn werk aan de wal, maar kan zijn ervaring als visser goed gebruiken bij het verbeteren en verduurzamen van de visserij. “Eigenlijk is dit geen werk, maar hobby, want dit is voor een visserman zo ontzettend leuk om te doen. Als het op Noordzee werkt zoals je denkt dat het werkt, dan geeft dat heel veel voldoening.”

Lees hieronder de eerdere verhalen die we maakten over de toekomst van de visserij in de Rijnmond:

Meer over dit onderwerp:
STELLENDAM NIEUWS HAVEN ECONOMIE
Deel dit artikel: