Familie van Berhan rouwt nog steeds na dodelijk ongeluk tankwagen A16: 'Waarom is de chauffeur niet gestopt?'

Het is voor de familie van Berhan Yarali een nachtmerrie die dagelijks terugkeert. Het gemis, het verdriet en de pijn herinnert hen aan het verlies van de 21-jarige zoon, broer en neef. Donderdag is de rechtszaak tegen de vrachtwagenchauffeur die op 11 maart 2019 de auto van het nietsvermoedende Rotterdamse slachtoffer torpedeerde.

Berhan stond die avond rond 22:00 uur voor het stoplicht onder afrit 26 (Kralingen) te wachten. Van die afrit kwam de vrachtwagen met zeker 89 kilometer per uur naar beneden denderen. Toen het gevaarte door het rode licht reed zou volgens de politie de snelheid 70 kilometer hebben bedragen. De vrachtwagen stak zonder te remmen rechtdoor het kruispunt met de Jacques Dutilhweg over, ramde de auto van Berhan en sleepte deze tientallen meters mee tot aan de greppel bij het tankstation. De 21-jarige Rotterdammer overleed ter plaatse.

“Als Berhan er niet met zijn auto had gestaan, was de vrachtwagen misschien niet te stoppen geweest. Dan was het voertuig misschien wel het tankstation binnengereden. Mensen die bij het station stonden, renden die avond al alle kanten op toen ze het ongeluk zagen gebeuren. Het had nog erger kunnen aflopen”, realiseert Bedirhan, de oudere broer van Berhan, zich. Het is een schrale troost.

Het is 27 maanden geleden, maar wat er voorafgaand aan het fatale moment gebeurde, kan Bedirhan zich feilloos herinneren. ”Ik had de hele dag al een merkwaardig gevoel. Ik had een knoop in mijn lichaam, voelde mij niet lekker. Ik ben ook eerder van mijn werk vertrokken.”

Thuis ging Bedirhan op bed liggen. Berhan wilde naar de sportschool gaan. "Hij kwam naast mij liggen en maakte een praatje. Vervolgens stond hij op en liep naar mijn moeder. Hij kuste haar en zei: ‘Ik ga weg’. Dat zei hij een paar keer. Toen hij het huis verliet, gingen mijn vader en ik naar het balkon. Dat deden we anders nooit. We zwaaiden naar hem en zagen hem wegrijden.”

Van de sportschool kwam weinig terecht. Berhan ging langs een Italiaans restaurant en zat later bij de ijssalon, meldde hij telefonisch. Bedirhan: “We wisten altijd van elkaar waar de ander was. Zo gingen we met elkaar om.”

Op een gegeven moment ging de telefoon van Berhan niet meer over. Zijn broer kreeg hem niet meer te pakken. De ouders gingen naar bed. Bedirhan bleef op de bank in de slaapkamer liggen. “Ik zou wakker blijven tot Berhan thuis was. We wachtten altijd op elkaar voor we gingen slapen.”

Twee agenten bij de voordeur

Bedirhan viel in slaap, maar werd later wakker gemaakt door zijn moeder: er stonden twee agenten bij de voordeur, met Berhan was iets gebeurd. “Ik deed het woord. De agenten zeiden dat er een ongeluk was gebeurd en dat Berhan er niet meer was. Het voelde alsof ik een bak met ijsblokjes over mij heen kreeg. Mijn ouders begrepen het niet zo goed, maar ik wist dat het goed mis was. Ze realiseerden zich niet dat hij was overleden.”

Ze gingen diezelfde avond nog naar het rouwcentrum in Crooswijk, waar Berhan lag. Bedirhan: “Ik werd gevraagd om hem te identificeren. Berhan lag in een kamer, op bed. Het was net alsof hij lag te slapen. Ik schudde aan hem, dacht dat ik hem nog wakker kon maken. Ook mijn moeder kon het niet geloven. Ze was al vaker in het rouwcentrum geweest. Toch was het vreemd om te moeten accepteren dat Berhan niet meer leefde.”

Bedirhan is later die nacht nog naar de plek van het ongeluk gegaan. De auto van zijn broertje lag onder de tankwagen in de greppel. Hij realiseerde zich dat zijn broer geen enkele kans had.

Over het waarom heeft Bedirhan nog veel vragen aan de bestuurder van de tankwagen en de verantwoordelijken van het transportbedrijf uit Noord-Holland. Donderdag in de rechtszaak zal hij namens de familie gebruik maken van het spreekrecht.

De familie Yarali wil vooral weten waarom de 55-jarige vrachtwagenchauffeur toch is blijven rijden terwijl hij last heeft van suikerziekte. De man had op de dag van het ongeluk al problemen door een te lage bloedsuikerspiegel. Toch reed hij door.

Een maand voor het ongeluk, op 8 februari 2019, was de chauffeur om dezelfde reden onwel geworden bij Shell Pernis. Een ooggetuige verklaarde kort na de fatale aanrijding dat hij de man had geholpen door hem suikerhoudende frisdrank te geven. Na controle door ambulancepersoneel werd de chauffeur vervangen en ging hij naar huis.

Het transportbedrijf ging het gesprek met de chauffeur aan. Over de inhoud wil een woordvoerder niets zeggen, maar het is een feit dat de man vier weken later weer een voertuig met gevaarlijke stoffen bestuurde. Onbegrijpelijk, vindt de familie van het slachtoffer.

Bedirhan: “Ik werk zelf bij de KLM als platformmedewerker. Daar gelden de hoogste veiligheidsnormen. Ik ben verantwoordelijk voor materieel en ook voor passagiers. Als ik me niet lekker voel, me niet kan concentreren, dan ga ik naar mijn manager. Die zegt dan dat ik beter niet kan werken om te voorkomen dat er iets gebeurt. Mijn oma heeft ook suiker. Ik weet wat er gebeurt als je een hypo krijgt. Je voelt het aankomen. Maar die chauffeur bleef doorrijden.”

Kort voor het ongeluk zagen andere automobilisten de vrachtwagen op de A16 tussen de Drechttunnel en de afslag naar de parallelbaan over de Van Brienenoordbrug al slingeren. Het voertuig raakte zelfs de vangrail, waarbij de vonken van de botsing waren te zien. “Toch reed hij door, over de Van Brienenoordbrug. En waarom heeft hij toch de afslag Kralingen genomen. Daar moet je toch over nadenken?”

De nabestaanden van Berhan Yarali hebben ook vragen aan de transportsector. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat de chauffeur geregeld brokken bij bedrijven veroorzaakte – zoals collega’s en oud-collega’s meldden aan Rijnmond – maar niemand de verantwoordelijkheid nam om in te grijpen? Waarom waarschuwden bedrijven elkaar niet? En: hoe kon de chauffeur als diabeet elke drie jaar door de verplichte keuring voor zijn rijbewijs van het CBR komen?

De chauffeur wordt er ook van verdacht dat hij in de weken voorafgaand aan het ongeluk met de chauffeurspas van een ander heeft gereden. Zeker één keer is die andere pas gebruikt. Meestal, zeggen ingewijden, wordt die gebruikt om verplichte rustpauze te omzeilen.

Bedirhan: “Als zo’n iemand bij mijn bedrijf zou werken, dan zou ik hem ander werk aanbieden. Dan zou ik voorkomen dat hij nog op de weg op kon. Het bedrijf heeft dat niet gedaan. Ook de chauffeur wist van de risico’s. Dat vind ik best wel schandalig. Eigenlijk vind ik dat er een moord is gepleegd.”

Het contact tussen beide partijen is volgens Bedirhan sindsdien minimaal geweest. “We hebben een kaartje gehad. Dat was het. We hebben allemaal nog veel verdriet. De pijn die wij voelen, die gun je niemand. Laatst stopte een vrachtauto van een bedrijf met dezelfde naam als het transportbedrijf bij ons in de straat. Mijn moeder raakte helemaal in paniek.”

Vader Yarali werkte pijnlijk genoeg als vrachtwagenchaffeur. Het contract bij het bedrijf waar hij werkte werd niet verlengd. Bedirhan kan het begrijpen. “Het zou niet goed zijn als mijn vader nog zo’n voertuig zou moeten besturen. Zijn zoon is doodgereden door een vrachtauto. Hij zou er elke dag mee worden geconfronteerd.”

' Agenten begrepen mijn verhaal'

Autorijden is ook voor de 27-jarige Rotterdammer lang een obstakel geweest. Pas sinds kort durft hij weer met zijn auto naar het werk te rijden. Dat gaat niet zonder problemen. Laatst werd hij in de avonduren op de A12 bij Gouda aangehouden. Hij reed met 100 kilometer op de middenbaan. “Na 19:00 uur mag je er 120 rijden, dus moest ik rechts houden. Ik was er helemaal niet mee bezig. Ik rijd voorzichtig. Ik heb de agenten het verhaal van mijn broer verteld. Ze begrepen het. Als ik had gewild, had ik de auto mogen laten staan en had de politie mij thuisgebracht.”

Elke dag staat voor de familie Yarali in het teken van Berhan, die zijn geld verdiende als kapper. “Hij was een levendige jongen. Hij keek positief naar het leven. Berhan maakte met iedereen snel contact. De mensen mochten hem. Sommigen kwamen naar de zaak, niet eens om geknipt te worden, maar om een praatje te maken. Klanten namen hem ook mee voor een drankje of om te gaan eten. Hij was geliefd. Dat hebben we ook gezien tijdens de uitvaart.”

Berhan ligt begraven in Konya in Turkije. “We krijgen ook foto’s van mensen die zijn graf daar hebben bezocht. Het geeft aan hoe belangrijk hij voor andere mensen is geweest”, weet Bedirhan.

Dat geldt ook voor de mensen die in de buurt van het huis in Rotterdam-Noord op straat zwerven. “Als Berhan van zijn werk kwam, zag hij die mensen. Dan voelde hij in zijn zakken en pakte het fooigeld van die dag. Hij gaf het aan die mensen. ‘Koop eten, geen drank, doe er iets nuttigs mee’, zei hij dan. Na zijn overlijden zeiden de buren: ‘wat doen die junkies aan jullie deur’. Die kwamen ook hun medeleven tonen.”

Na 27 maanden is donderdag het moment van de rechtszaak aangebroken. Bedirhan (27) heeft veel steun aan zijn vriendin, zijn neef en anderen, net als de rest van de familie.

Het gevoel dat zij aan 11 maart 2019 hebben overgehouden zal ook door een vonnis niet worden weggenomen. “Zeker als het bijzondere dagen zijn. Op 10 maart krijg ik al zo’n raar gevoel. Maar ook verjaardagen en het Suikerfeest beleven we heel anders. Dat geldt zeker voor mijzelf. Berhan was niet alleen mijn broer, hij was ook mijn beste vriend.”

Meer over dit onderwerp:
ROTTERDAM NIEUWS VERKEER GEZONDHEID 112
Deel dit artikel: