Vergeten Verhalen: hoe de invoering van hondenbelasting teruggaat tot de Middeleeuwen

Bij opgravingen in Rotterdam-Delfshaven was in een voormalige beerput aan de Havenstraat in 2017 een hondenpenning gevonden. Het ging om een koperen achthoekige penning, met aan de ene kant het wapen van de stad Rotterdam en aan de andere kant het jaartal 1896 en het nummer 2139. Hondenbelasting en de bijbehorende penningen worden al in de Middeleeuwen gebruikt om de overlast van honden tegen te gaan. Alleen nu vindt de hele Tweede Kamer de hondenbelasting niet meer van deze tijd.

Dat meldt RTL Nieuws na een rondgang langs Kamerleden. De initiatiefnemer is Gary Yanover. Hij wil dat de gemeentelijke belasting wordt afgeschaft, omdat deze onrechtvaardig en willekeurig zou zijn. Gemeenten zouden volgens hem de hondenbelasting gebruiken om gaten in hun begroting te dichten, niet om bijvoorbeeld hondenpoep op te ruimen.

Alleen of de afschaffing vanuit Den Haag gaat gebeuren, is nog maar de vraag. Dat zou een te groot gat slaan in de financiële huishouding van gemeenten, zeggen verschillende partijen en minister Ollongren van Binnenlandse Zaken.

De invoering van de hondenbelasting kent een lange geschiedenis die zelfs teruggaat tot de Middeleeuwen. Rijnmond maakte in 2017 het verhaal over de gevonden hondenpenning. Een verhaal dat je meeneemt naar de tijd dat steden nog hondenmeppers in dienst hadden, hondenbelasting betekende dat je vijf stuivers moest betalen aan het kerkbestuur en angst voor hondsdolheid in de stad aanleiding was voor het invoeren van de belasting.

Hoe gingen ze vroeger met honden om?

Terug naar juni 2017: na het opgraven van de penning door Archeologie Rotterdam is Cees Herweijer zich gaan verdiepen in hoe er vroeger met honden is omgegaan. In die tijd hadden veel steden hondenmeppers in dienst. Deze hondenmeppers maken korte metten met zwerfhonden door ze met een stok de kop in te slaan. De mepper krijgt naast een vast bedrag, ook een premie voor elke dode hond. Cees Herweijer: "Uit Amsterdamse stadsrekeningen uit 1532 blijkt de hondenmepper op één dag wel 47 honden te hebben dood geslagen.

In de Middeleeuwen wordt een methode toegepast om te kijken of honden in de steden mogen zijn. Er wordt gekeken of de beesten 'door de beugel kunnen'. De beugel is in dit geval een ijzeren band of stijgbeugel. Als de hond niet door de beugel past, dan wordt het dier gedood of uit de stad verbannen. De uitdrukking 'niet door de beugel kunnen' komt hiervandaan.

Vijftiende eeuw: hondenbelasting ingevoerd

Al in de vijftiende eeuw wordt er in sommige steden een soort hondenbelasting ingevoerd. In Gorinchem moeten burgers vijf stuivers aan het kerkbestuur afdragen. De jachthonden van de adel worden hiervan vrijgesteld. Ook in Dordrecht is de hondenbelasting een inkomstenbron van de kerk: het tarief is tien stuivers per jaar. Steden voeren later hondenbelasting in. Amsterdam doet dat in 1797 en Rotterdam volgt in 1802.

De commissie die in Rotterdam advies heeft uitgebracht over het invoeren van hondenbelasting om het aantal honden te verminderen, komt tot de volgende tarieven: een huishond kost drie gulden, voor een jachthond moet zes gulden belasting worden betaald, het tarief voor een 'wagthond' is anderhalve gulden en scheepshonden zijn belastingvrij, als ze aan de ketting liggen.

Angst voor hondsdolheid in de stad

Rotterdam neemt deze maatregelen omdat er grote angst is voor hondsdolheid in de stad. "Mensen die 'onderstand krijgen' - bijstand dus - mogen vanaf 1802 geen hond houden", weet Cees Herweijer. De oudste Rotterdamse hondenpenningen stammen uit de jaren 1803-1806. De hondenbelasting verdwijnt geruisloos in de Franse tijd, zo rond 1810.

In 1851 besluit minister Thorbecke van Binnenlandse Zaken dat gemeenten de vrijheid krijgen om hondenbelasting in de voeren. De aanleiding hiervoor is opnieuw hondsdolheid. Er zijn een aantal gevallen bekend van mensen die de ziekte krijgen en het niet overleven. Elke hond moet vanaf dat moment een penning dragen als bewijs van betaling. Een hond zonder penning wordt al gevaar gezien en meteen in beslag genomen.

Averechts effect

Herweijer: "Zo denkt de overheid zich te ontdoen van duizenden honden van armen en arbeiders die de straten afzoeken naar eten. Maar de maatregel heeft een averechts effect. Veel arbeiders kunnen het geld voor de belasting niet missen en zetten hun hond op straat." Hierdoor zwerven er in de negentiende-eeuwse steden veel verwaarloosde honden op straat.

Het wordt zo erg, dat het oude beroep van hondenvanger weer een opleving kent. In Amsterdam en Den Haag worden honden die zonder penning op straat lopen, gevangen en verdronken. De penning die is gevonden in Rotterdam-Delfshaven is dus uit het jaar 1896. Bij het onderzoek zijn muurfunderingen en vloeren van een paar panden gedocumenteerd. De meeste vondsten die er gedaan zijn, komen uit de zeventiende tot en met de negentiende eeuw. De beerput waarin de hondenpenning is gevonden, hoort bij het huis aan de Havenstraat 155-157. Het is niet meer na te gaan van wie de hond is geweest die de hondenpenning gedragen heeft.

Meer over dit onderwerp:
NIEUWS
Deel dit artikel: