Goede corona-cijfers in Nederland, maar deze Rotterdamse artsen vliegen terug naar de chaos: 'Je ziet Suriname wegglijden'

Dalende ic-bezetting, ziekenhuisopnames en besmettingen. De coronacrisis loopt in Nederland langzaam maar zeker op z'n eind. Hoe anders is dat in Suriname, waar het virus nog altijd meedogenloos om zich heen grijpt. Sieshem Bindraban en Khadiedjah Soeleman lieten hun werk in de Rotterdamse ziekenhuizen even wat het is, en pakten het vliegtuig om bij te springen in het land van hun roots. "Het is vreselijk om te zien dat je thuis het eigenlijk niet redt."

Normaal gesproken is Sieshem longarts in opleiding in het Franciscus Gasthuis in Rotterdam, Khadiedjah werkt als analist in het laboratorium van het Maasstad Ziekenhuis. Beiden arriveerden een week geleden in Suriname, en waren meteen onder de indruk van de situatie in het land. "Het is heel aangrijpend hoe alles er hier uit zag, de situatie is erger dan ik had verwacht", vertelt Khadiedjah. "Ik hoorde via mijn teamleider van het Maasstad dat er in Suriname sinds de uitbraak van het coronavirus vier analisten dag en nacht bezig waren. Zij waren oververmoeid, dus of wij een handje wilden komen helpen in het lab."

Tekst gaat verder onder de foto.

Het Surinaamse lab waar Khadiedjah werkt | Foto: Rijnmond

"Zondag hebben we een rondje gemaakt langs verschillende ziekenhuizen", vult Sieshem aan. "Het is wel indrukwekkend hoor, ze hebben hier alles uit de kast gehaald om mensen op te nemen. Ze proberen de zorg te leveren met alle handen die er zijn. Dat gaat niet altijd, je hebt niet altijd de kennis en kunde aan de desk die je graag wil. Dat maakt het soms lastig om goede zorg te leveren. Ze zijn hier ook anderhalf jaar lang al zo hard aan het werk, je ziet dat het personeel moe is."

'Je probeert alles te doen wat je kan'

Sieshem en Khadiedjah werken nu in ieder geval vier weken lang in Suriname. Khadiedjah staat als analist in het lab van het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo. Sieshem werkt iets buiten de stad, in het regionale Wanica Ziekenhuis. "Als ik 's ochtends om 8:00 uur begin, heb ik 24 patiënten. De eerste patiënt heeft al een lage saturatie (zuurstofgehalte in het bloed, red.), waardoor er meteen nieuwe apparatuur aangesloten moet worden. En die apparatuur doet negen van de tien keer niet wat ik wil. Of er is een slang of een filter kapot."

"Dat is patiënt één, en dan is het nog maar 9:00 uur. Patiënt twee en drie zijn hetzelfde. Zo ga je 24 patiënten verder. Je probeert alles te doen wat kan, maar op een gegeven moment loop je vast. Dan is een patiënt 's middags toch ic-waardig geworden en moet die op transport naar de stad. Dat is een halfuur, drie kwartier rijden."

Het is vreselijk om te zien dat je 'thuis' het eigenlijk niet redt
Sieshem over de ernstige situatie in Suriname

Het Wanica Ziekenhuis, waar Sieshem werkt, heeft geen eigen intensive care. "Dat maakt het een apart ziekenhuis om in te zijn, want zodra het echt slecht gaat met een patiënt moet ik met ze op transport naar de stad." Maar daar is er vervolgens niet altijd plek. Allesbehalve zelfs. Dan is het voor Sieshem en haar patiënten afwachten en behelpen. "Er liggen nog drie mensen op mijn afdeling te wachten waarvan ik denk: eigenlijk moeten die ook naar een ic. Het is geen ideale zorg die je aan het leveren bent. Maar, de plek is er gewoon niet."

Ook aan allerlei hulpmiddelen is in heel Suriname een tekort. Sieshem noemt insulinenaalden als simpel voorbeeld. "Die waren opeens op. In een land waar diabetes volgens mij de nummer één ziekte is, heb je dan wel een probleem. Dat is één van de vele dingen, elke dag is er wel iets op, en dat in het hele land."

Roots

Een tekort aan hulpmiddelen en ic-bedden hebben we in Nederland niet meer. Sterker nog, de coronacrisis lijkt hier met overal dalende cijfers op z'n eind. Waarom zou je dan het vliegtuig nemen naar een land dat nog volledig in lockdown is, en nog altijd enorm zwaar lijdt onder het coronavirus? Het antwoord ligt voor zowel Sieshem als Khadiedjah deels in de roots. Zo noemt Khadiedjah de reis "een mooie gelegenheid om mijn moeder weer te zien na anderhalf jaar." Sieshem heeft ooms, tantes, nichten en neven in Suriname wonen. Voor haar zijn deze vier weken in Suriname ook deels een persoonlijke uitdaging.

"Ik ben iets meer dan vijf jaar arts en voel me vrij comfortabel in Nederland. Dus ik wilde zien hoe het is om niet alles te hebben wat je maar wil. Als ik in Nederland een CT-scan wil is dat vandaag nog geregeld, ik wilde zien wat voor arts ik zou zijn als dat allemaal niet kan. En als ik zie hoe de situatie hier is ben ik zo blij om hier te zijn en te kunnen helpen."

Heel ernstig

Want de situatie in Suriname is volgens Sieshem "echt heel ernstig." Het coronavirus heeft het land in een gezondheids- en economische crisis gestort. "Je ziet aan de bevolking, het land, de straten en de gebouwen dat mensen het gewoon echt heel slecht hebben. Dat is vreselijk om te zien. Het is zo'n mooi land. De mensen zijn zo lief. Je ziet het wegglijden, dat is zo erg."

De schrijnende situatie in Suriname doet Sieshem duidelijk pijn. "Het is het land waar mijn ouders opgroeiden. De Surinaamse cultuur is mij met de paplepel ingegoten. Als ik hier kom voelt het toch altijd een beetje als thuis. Het is vreselijk om te zien dat je thuis het eigenlijk niet redt."

Met die gedachte voelde het voor Sieshem dan ook niet goed om in Nederland zonder zorgen lekker op een terras te zitten. "We hebben het in Nederland zo goed gehad. Tuurlijk zijn er spannende momenten geweest, maar je hebt alles. Wij konden uitwijken naar Duitsland als de bedden bezet waren. Die mogelijkheden zijn hier bijna niet. Het is ook zo veel meer dan een gezondheidscrisis. Mensen verliezen hun banen, hebben geen eten meer en kunnen niets."

"Tuurlijk, ik ben een bevoorrecht arts en er zijn in Nederland ook genoeg mensen die hun baan hebben verloren. Maar er is heel veel overheidssteun en er zijn middelen om er toch doorheen te komen. In Suriname leven mensen gewoon op straat. Als ze vandaag niets kunnen verdienen, hebben ze vandaag ook niets te eten."

Vaccinaties

Wanneer de situatie in Suriname beter wordt, weten Sieshem en Khadiedjah niet. Ze vestigen hun hoop op de vaccinaties die het land binnen komen, ook vanuit Nederland. "De vaccinatiebereidheid gaat wel echt een stuk omhoog", vertelt Sieshem. "Je ziet hele lange rijen voor de vaccinatielocaties staan. Dat vind ik heel mooi om te zien. Ik hoop dat er uiteindelijk een kentering gaat komen. Er liggen nu gewoon heel veel jonge zieke patiënten in het ziekenhuis. Dat is de bevolking waar Suriname weer mee moet gaan groeien. Als er zo veel mensen dood gaan die het land eigenlijk weer op moeten bouwen, dan maak ik me echt wel zorgen. Hoe gaan ze dat doen?"

Voorlopig doen beide dames in ieder geval wat ze kunnen. Dat doen ze zeker niet alleen, want naast de groep waarmee zij in het vliegtuig stapten arriveren er deze vrijdag nieuwe hulptroepen vanuit Nederland. "Daar ben ik heel blij mee", vertelt Sieshem. "Ik hoop dat Suriname er weer bovenop komt, en dat we daar een steentje aan bij kunnen dragen. Al is het maar een heel klein deeltje. Ik ga de hele situatie niet kunnen veranderen in m'n eentje, maar we kunnen wel helpen. We kunnen de mensen hier een beetje ontlasten, dat is het doel van deze missie."