NIEUWS

Afscheidsinterview directeur Rotterdamse Rekenkamer: waarom het stadsbestuur beter moet luisteren naar de burgers

Links een Artist Impression van Feyenoord City, rechts Rekenkamer-directeur Paul Hofstra
Links een Artist Impression van Feyenoord City, rechts Rekenkamer-directeur Paul Hofstra © OMA/Rijnmond
Paul Hofstra, de directeur van de Rotterdamse Rekenkamer, zwaait af. De rekenkamer houdt onafhankelijk toezicht op het beleid van de gemeente. Vlak voor Hofstra de deur achter zich dichttrekt, maakt hij met Rijnmond de balans op. En die liegt er niet om.
In een verlaten kantoor zonder personeel, omdat het thuis werkt vanwege de coronacrisis, staat hij nog net niet met de verhuisdozen in zijn hand. Paul Hofstra, in de afgelopen twaalf jaar het gezicht van de Rotterdamse Rekenkamer, wordt 67 en zwaait af. Nog even, dan ruimt hij zijn bureau leeg. Maar voor zijn definitieve afscheid ontvangt hij eerst nog één keer Rijnmond.
Feyenoord City, het functioneren van de boa's, de ouderenzorg: de Rotterdamse Rekenkamer heeft veel beleid tegen het licht gehouden en veel niet goed bevonden. Soms tot frustratie van burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam.
De vertrekkende Hofstra neemt voor zijn terugblik op twaalf jaar bij de rekenkamer voor de laatste keer plaats in de directeursstoel. Die staat op steenworp afstand van het stadhuis. Maar in de twee uur die we praten, kan de afstand tot het centrum van het Rotterdamse bestuur vaak niet groter zijn.

U heeft de afgelopen jaren tientallen onderzoeken laten doen naar het functioneren van het gemeentebestuur. Wat is de rode draad in die rapporten?

"Twee jaar geleden hebben we zestig, zeventig van onze Rotterdamse onderzoeken op een rij gelegd en gekeken: wat zijn nou de zaken die keer op keer terugkomen? En kun je daar iets zinnigs over zeggen? Er kwamen twee grote boodschappen uit. Allereerst: Rotterdam moet meer loskomen van het systeemdenken. De gemeente moet loskomen van een situatie waarin vooral gestuurd wordt op protocollen en processen. Dat zit heel diep in de Rotterdamse bestuurscultuur. De andere boodschap: Rotterdam is veel te ambitieus. Het college wil van alles, maar er wordt aan de voorkant onvoldoende nagedacht of dingen wel kunnen. Zijn de risico's wel goed in beeld? Het is echt 'gaan zonder te kijken'. Ik hoop dat daar intensief mee aan de slag wordt gegaan."

Dat is een pittige conclusie: de gemeente moet meer luisteren naar z'n eigen burgers?

"Er is in Rotterdam sprake van een top-downbenadering. Wij verzinnen en bedenken wel wat het beste voor u is, en wij gaan er vanuit dat u zich daar aan conformeert. Dat is geen afgesproken werk, dat is gewoon ingesleten. Tot in de muren van het stadhuis. Dat krijg je er niet makkelijk uit, die manier van denken. Dat heeft te maken met de wijze waarop de stad hier na de oorlog is opgebouwd. De wederopbouw kwam neer op het stapelen van stenen. De stad moest snel worden opgebouwd, en dat kun je eigenlijk op maar een manier aansturen: sterk hiërarchisch, er moest gewoon gebouwd worden. Dat suddert nog altijd na op het stadhuis. Maar veel problemen zijn inmiddels anders. Meer sociaal-economisch, meer mensgericht. Die kun je niet op die oude manier aansturen, dat geeft spanning. Men moet leren om, op het moment dat er plannen zijn, vanaf het allereerste moment bewoners er in mee te nemen en meer vertrouwen te hebben in de inwoners. We hebben dat net ook weer moeten constateren in ons onderzoek naar het ouderenbeleid in Rotterdam. En bij recreatieoord Hoek van Holland. 'Wij bedenken wel wat het beste voor u is', is de teneur: niemand vraagt zich op enig moment af of het misschien handig is om de ouderen zelf te vragen waar ze behoefte aan hebben. Het gebeurt gewoon te weinig, of niet."

Het recente rapport over Feyenoord City loog er ook niet om. Past dat bij uw tweede constatering: de gemeente heeft onrealistische ambities?

"Een stadion is gewoon een commercieel goed. De wet zegt: als gemeente mag je niet zomaar belastinggeld stoppen in commerciële, private ondernemingen. Dat kan alleen maar als er sprake is van publiek belang. En dat is nu precies waar de hele discussie met het college over wordt gevoerd. Want wat is nu precies publiek belang? En is dat concreet aanwezig in het nieuw te bouwen stadion?"

En? Is een nieuw stadion voor Feyenoord publiek belang?

"De Rekenkamer is al ruim een jaar bezig om dat duidelijk te krijgen van het college. Daar is meerdere malen om gevraagd. Maar tot op de dag van vandaag heeft het college dat nog niet kunnen doen. Dat is een probleem, want strikt genomen is daarmee de deelname van de gemeente Rotterdam, in het nieuwe stadion onrechtmatig. Het is gewoon in strijd met de wet. Strikt genomen, zeg ik daarbij. Nogmaals: ik sluit niet uit dat het college nog met een uitleg komt over wat dat publiek belang dan is. Maar tot op heden heeft de Rekenkamer moeten constateren dat het allemaal heel vaag blijft."

Torenhoge ambities zijn een probleem in Rotterdam. Maar ambities hebben is toch niet verkeerd? Zonder ambities hadden we geen Erasmusbrug gehad.

"Voor de goede orde: er zit ook een goede kant aan. We branden dat ook niet tot op de grond toe af. Het systeemdenken, en de torenhoge ambities, hebben de stad ook veel goeds gebracht. Kijk maar om je heen, het ziet er prachtig en blinkend uit. Mooi. Zeker als je, zoals ik, ook het Rotterdam van de jaren zeventig kent. De naargeestige sfeer na zes uur 's avonds van toen is totaal verdwenen. Maar: dit is maar een klein deel van het verhaal. Het grootste deel zie je niet, dat zit achter de voordeuren. Dat vereist een manier van sturing die echt anders is dan tot nu toe."

Het gemeentebestuur draaft soms door, concludeert u. Hoe wordt zo'n boodschap op het stadhuis ontvangen?

"Als je niet herkent wat er mis is, kom je nooit in een modus om zaken aan te pakken. Het college en de raad herkenden de conclusies van ons metaonderzoek 'Publieke waarde in de knel', ook al was het een harde boodschap. Maar dat wil niet zeggen dat dit van de ene op de andere dag gaat leiden tot een veel effectiever beleid. Ik zie sinds we dit hebben aangekaart heel voorzichtige positieve veranderingen, met name in de ambtelijke top. Het is een uitermate complex gebeuren. De effecten gaan we op langere termijn pas zien. Het gaat traag, heel traag."

Ruzie met Aboutaleb

Het stadhuis neemt niet alle conclusies van de Rotterdamse Rekenkamer over. Hofstra is er gewend aan geraakt, zegt hij. "Dat maakte ik zo vaak mee.'' Maar wat hij niet eerder meemaakte, gebeurde in 2011, hij was nog niet zo lang directeur. Burgemeester Aboutaleb was het in 2011 niet eens met de bevindingen en conclusies van de Rekenkamer na het onderzoek naar het functioneren van de buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente, de boa's. Dat liet hij luidkeels via de media weten.
Hofstra: "Dat onderzoek was in zijn ogen helemaal mis. Volgens hem was het volkomen ten onrechte dat de Rekenkamer kritiek had op het functioneren van de boa's. Terwijl het om evidente feiten ging; onderzoekers hadden drie maanden lang bijna dag en nacht in uniform meegelopen. Maar het zinde de burgemeester niet en dat liet hij in de pers weten: het zou een slecht rapport zijn. Sterker nog: het zou een slecht rapport zijn in een hele reeks slechte rapporten." Met een serieuze blik voegt Hofstra toe: "Toen was het mis. Ik vond dat echt onterecht. Toen heb ik daarover ook opmerkingen in de media gemaakt."

Het woord 'vertrouwenscrisis' viel.

"Ik had kunnen zeggen tegen de onderzoekers: bel Aboutaleb even op. Maar dat is toen niet gebeurd. Kijk, dat de conclusie niet werd gedeeld, kan gebeuren. Dat heb ik de afgelopen twaalf jaar zeer regelmatig meegemaakt. Ik begrijp het vanuit het perspectief van het college, al heb ik er niet altijd begrip voor. Dan volgt normaal gesproken een inhoudelijke discussie. Maar je moet niet gaan roepen dat de Rekenkamer slecht is. Want dan zeg je dat mijn onderzoekers waardeloos werk hebben geleverd en dan kom je mij tegen. Ik ga op zo'n moment ook echt voor de onderzoekers van de Rekenkamer staan."

Heeft u na die clash de toon van rapporten aangepast?

"Nee. Dat heb ik nog nooit gedaan. Tot op de laatste dag niet. Als je gaat schipperen over formuleringen, kan je als Rekenkamer net zo goed stoppen.''

U bent de druk van het stadhuis dus altijd blijven voelen?

"Nou ja, die is zwaar moet ik zeggen, en soms heel zwaar. De druk komt vanuit het college, de coalitie. Het gaat er in Rotterdam vaak niet heel erg zachtzinnig aan toe en het is een discussie die zich vaak ook nog afspeelt in de media. Niet alleen via de lokale en regionale, maar ook de landelijke media."

De druk liep in 2017 ook op na een veelbesproken rapport over het gemeentelijke ict-netwerk. Dat bleek lek.

"Dat rapport ging over de vraag 'hoe veilig zijn de systemen voor hackers?' Nou, dat waren ze niet. Sterker nog, die systemen lagen zo ongeveer helemaal open. Vervolgens kregen we een hele discussie over de vraag of dat rapport überhaupt wel openbaar kon worden gemaakt. Daar was het college het niet mee eens. Dat kan, maar vervolgens zette het college de stap om mij voor de rechter te slepen om te voorkomen dat het rapport openbaar wordt gemaakt. Dan wordt die druk wel heel erg groot.''

House of Cards, maar dan in Rotterdam?

,,Dat was het natuurlijk ook, maar ik kan daar goed tegen. Ik kan goed met die druk omgaan, zo zit ik in elkaar. Fijn is een te groot woord, maar ik kan er goed mee omgaan en had hier goede mensen om me heen die me scherp hielden en de juiste adviezen gaven. Op gezette momenten is die druk heel groot. Dat hoort ook wel een beetje bij Rotterdam. Dit is een stad met sterke bestuursorganen die zich laten gelden. Dan krijg je vanzelf een zware Rekenkamer die 'dat spel' gewoon meespeelt."
Het afscheid staat voor de deur, met de aanstelling van zijn opvolger heeft hij zich niet bemoeid. Met burgemeester Aboutaleb kan hij nog gewoon door één deur, zegt Hofstra. Soms ging hij de afgelopen jaren ook op het stadhuis op de koffie. Over de inhoud van die gesprekken wil hij niets kwijt, wel dat ze plezierig en respectvol waren. Hoe zit het het met zijn ambities? "Het laatste wat ik nu zelf zal doen is de politiek in gaan", zegt hij lachend. "Ik weet denk ik wel hoe dat gaat: politiek slokt je totaal op. Helemaal. Ik ben nu bijna 67, ik wil weleens andere dingen doen! Dit directeurschap was een baan waarmee ik dag en nacht bezig was, dat stopte nooit. Het was geen gemakkelijke job, echt niet, met veel gedoe, en druk, en de noodzaak overeind zien te blijven. Maar ik vond het leuk en ik kon er goed mee omgaan. In de afgelopen twaalf jaar is dit een hele zichtbare, en activistische Rekenkamer geworden. Op een aantal punten hebben we het verschil weten te maken en daar ben ik best wel trots op."