Rotterdam wordt steeds mooier, maar Matthijs wil met 'Keep Rotterdam Ugly' dat we ook het lelijke van de stad blijven waarderen

Deze week werd de Rotterdamse Architectuurprijs '21 uitgereikt aan Little C, alweer een prachtig nieuwbouwproject. Met de skyline op de Kop van Zuid, de Markthal en het nieuwe Centraal Station dreigt Rotterdam steeds mooier te worden. Zonde, vindt Matthijs van Burg. Rotterdam is immers ook mooi in zijn lelijkheid.

Coolse Poort

De Coolse Poort | Foto: Matthijs van Burg

Matthijs legt die lelijke stad vast op zijn Instagramaccount Keep Rotterdam Ugly. Want al die beeldbepalende gebouwen die dreigen te sneuvelen voor nieuwere, mooiere gebouwen vertellen wel het verhaal van Rotterdam, en verdienen daarom misschien wel een liefdevollere blik.

Eén van de bekendere blikvangers in de stad is de roestrode Coolse Poort. Voor Matthijs is het een van zijn favorieten. Niet alleen vanwege het uiterlijk, maar ook vanwege de persoonlijke band die hij met het pand heeft. "Mijn vader werkte hier vroeger. Ik ging er als kind naar het Sinterklaasfeest en ik had hier mijn eerste bijbaantje", legt hij uit.

Als het aan hem ligt krijgt de Coolse Poort een roemrijker einde dan het pand nu te wachten staat. Er liggen namelijk plannen op tafel om het gebouw te slopen en op die locatie nieuwe woontorens te bouwen. "Het had net zo goed in de stadspromo's van het Eurovisie Songfestival kunnen komen", vindt Matthijs. "Het was ooit het laatste hoge gebouw dat in de binnenstad werd neergezet. Nu staat het leeg, dus het lijkt een trieste aftocht te gaan worden."

Centrale Bibliotheek Rotterdam

Centrale Bibliotheek Rotterdam | Foto: Bibliotheek Rotterdam

Als je uit de trein of metro stapt op station Rotterdam-Blaak zijn het vaak de kubuswoningen of de Markthal die als eerste de aandacht trekken. Als het aan Matthijs ligt, zouden alle ogen juist gevestigd moeten zijn op een andere 'eyecatcher' in de buurt: de Centrale Bibliotheek Rotterdam. "Veel mensen vinden alles van na de jaren zestig lelijk. En dat is ook hoe mensen naar de bibliotheek kijken", zegt Matthijs. "Ik zie juist een iconisch gebouw. Het is meer dan terecht dat de markthal hier tegenover staat."

Het ontwerp van het pand is het resultaat van een prijsvraag. In 1983 werd het door Jaak Bakema en Hans Boot ontworpen gebouw opgeleverd. "Dit is waarom deze panden zo belangrijk zijn. Dit waren de prestigeprojecten van vroeger en ze getuigen van een belangrijke periode uit de geschiedenis van de stad", zegt Matthijs.

Oudedijk, Rotterdam-Kralingen

Dit schouwspel van vervaagde kleuren is wat Matthijs betreft een van de meest kenmerkende Rotterdamse bouwstijlen. De goedkope trespa-gevels zijn door vrijwel de gehele stad te vinden. "Het werd in de jaren tachtig veel gebruikt omdat mensen het toen een mooie, goedkope oplossing vonden. Het is relatief onderhoudsarm: je poetst het met een doekje zo schoon", lacht Matthijs. "Het is eigenlijk wel een beetje een kunstwerk op zich."

"Het geeft snel een vervallen gevoel, waardoor er altijd het sentiment bestaat om het te slopen", gaat Matthijs verder. Net als hijzelf bij de Coolse Poort ziet Matthijs hier een verbinding tussen het gebouw en de bewoners van de stad. "Hier zijn ook gezinnen opgegroeid. Hier hebben zich verhalen afgespeeld en zijn herinneringen gemaakt. Als je die delen van de stad gaat slopen, sloop je ook dat stukje dna dat bij Rotterdam hoort." Matthijs zegt mede daardoor met zijn Instagramaccount te zijn begonnen. "Ik vind het niet eens over mooi of lelijk gaan, maar over het vertellen van verhalen."

De Zonnetrap

Matthijs ziet schoonheid waar anderen hun neus optrekken. Voor hem gaat het niet om het uiterlijk van het gebouw, maar om de intentie en de visie die eraan voorafgingen. Zo is dat ook het geval bij de Zonnetrap, een enorm wooncomplex aan Spinozaweg in Rotterdam-Zuid. Het gebouw heet de Zonnetrap vanwege zijn vorm en plaatsing richting het zuiden, waardoor de balkonnen van de bewoners veel zonlicht krijgen.

Het betonnen complex is voor Matthijs een perfect voorbeeld van de 'new way of living'-mentaliteit die in de jaren tachtig overal te vinden was. "Er is heel goed nagedacht over ruimte, licht en gemeenschappelijk gebruik. Dit was het toekomstbeeld. Zo gingen steden eruit zien. Het staat voor duurzaamheid en kracht", legt hij uit. Volgens Matthijs is de Zonnetrap een goed voorbeeld van het Brutalisme, een architectuurstroming met een voorliefde voor gewapend beton en blokachtige structuren. "Ik krijg zelfs berichtjes van buitenlandse liefhebbers. Het is echt een stroming die wat met mensen doet, en zij vinden dit heel mooi", vertelt Matthijs.

De Witte Wand aan de Weena

Een ander voorbeeld van functionaliteit boven schoonheid is te vinden bij de zogenaamde 'Witte Wand aan de Weena'. Dit wooncomplex is voor bezoekers aan Rotterdam uit het noorden een van de eerste gebouwen die ze zien. Volgens Matthijs is er geen mooier uithangbord te bedenken voor de stad. "Dit is een entree waar ik blij van wordt, maar waarvan menig stadsmarketeer zal zeggen: "Doe maar niet"", lacht Matthijs.

De functionaliteit van het gebouw zit hem in de vele uitsteeksels en balkonnetjes aan de voorzijde van het pand. Volgens Matthijs zijn die zo geplaatst dat ze het geluid van het drukbezochte Weena te dempen. "Voor een stad zijn dit echt hele stille woningen", legt Matthijs uit. De bewoners zijn volgens hem maar wat blij om in het complex te wonen, hoewel menig Rotterdammer daar misschien anders over denkt. In 2008 waren er plannen om het complex te slopen, maar tevreden pandbewoners wisten daar een stokje voor te steken. "Zo zie je maar, mensen kunnen ook binding hebben met een gebouw dat andere mensen lelijk noemen", zegt Matthijs.

Deel dit artikel: