Waarom de Westerdam in de oorlog drie keer op de bodem van de rivier lag

Het is vandaag 75 jaar geleden dat de Westerdam van de Holland Amerika Lijn aan haar eerste reis over de oceaan begint. De oceaanstomer vaart naar New York. En sleept een bijzondere geschiedenis achter zich aan.

Tijdens de oorlog lag De Westerdam maar liefst drie keer onder water. Eén keer na een Brits bombardement op de werf Wilton-Fijenoord in Schiedam, twee keer na acties van het verzet.

Het verhaal van het gecombineerde vracht- en passagiersschip begint in mei 1939. Rederij Holland Amerika Lijn (HAL) bestelt twee schepen bij Wilton-Fijenoord. De motorschepen zullen Zuiderdam en Westerdam gaan heten. Ze zijn bedoeld voor de lijndienst vanuit Rotterdam op de Verenigde Staten. De kiellegging van de Westerdam is op 1 september 1939 op de werf in Schiedam.

Die dag valt Duitsland Polen binnen en daarmee begint de Tweede Wereldoorlog. Nederland is neutraal. Als op 10 mei 1940 de Duitsers ook Nederland binnenvallen, is de Westerdam ongeveer voor zeventig procent af.

Gesleep met het schip aan aanbouw

Op 27 juli 1940 wordt het schip te water gelaten en versleept naar de oude Rotterdamse werf van Wilton-Fijenoord. In de jaren erna wordt er heel wat afgesleept met het schip. De Duitsers willen het af laten bouwen en laten het weer naar de werf in Schiedam slepen. Daar ligt het casco in de weg. In opdracht van de Duitsers gaat de Westerdam weer naar de werf in Rotterdam.

De Kriegsmarine vindt dat een gevaarlijke plek omdat het doel van geallieerde bombardementen kan zijn en laat de Westerdam in maart 1941 naar de grotendeels verwoeste Wilhelminakade in Rotterdam slepen. De Wilhelminakade heet overigens tijdens de bezetting Stieltjeskade, omdat de Duitsers alle verwijzingen naar leden van het koninklijk huis uit het straatbeeld hebben verwijderd.

Het is nog lang niet gedaan met het gesleep met de Westerdam. Op 1 juli 1942 gaat het schip terug naar de werf van Wilton-Fijenoord in Schiedam om onder toezicht van de Duitse bezetter te worden afgebouwd.

Een Brits bombardement op 27 augustus 1942 zorgt ervoor dat het schip zinkt. In oktober van dat jaar wordt het geborgen en weer in dok geplaatst. Een paar weken later gaat de Westerdam dan weer op reis. De Duitsers slepen het opnieuw naar de Wilhelminakade. Daar blijft het zo’n twee jaar liggen.

Blokkade van de Nieuwe Waterweg

In het najaar van 1944 als de geallieerden oprukken, willen de Duitsers met schepen de Nieuwe Waterweg blokkeren. Op die manier wil de bezetter voorkomen dat de geallieerden over water Rotterdam kunnen bereiken. Voor de Nederlandse regering in ballingschap en de geallieerden zou een blokkade van de Nieuwe Waterweg een ramp betekenen, ook vanwege de hulp aan de bevolking na de bevrijding.

Het verzet saboteert op 5 september 1944 voor het eerst de Westerdam. Aan de Wilhelminakade worden de boordafsluiters open gedraaid, waarna het schip volloopt en gedeeltelijk zinkt. Het wordt leeggepompt en niet veel later naar de Merwehaven gesleept.

De Duitsers brengen hun plan om de Nieuwe Waterweg te blokkeren ten uitvoer. Eind september 1944 wordt het zusterschip van de Westerdam - de Zuiderdam - samen met meerdere andere schepen tot zinken gebracht in de havenmond. De opening die overblijft, moet gedicht worden met de Westerdam.

Londen: 'Breng de Westerdam tot zinken'

Vanuit Londen komt bericht aan het verzet: breng de Westerdam tot zinken. Een bombardement op het schip wordt te gevaarlijk gevonden, het risico op burgerslachtoffers is bij de Merwehaven te groot. In november 1944 beginnen de Duitsers met het laden van zand en beton in de Westerdam.

Het is Henk Huisman van de sabotageploeg van de Knokploeg Rotterdam-Zuid die het plan maakt om de Westerdam in de Merwehaven te laten zinken. De leden van deze verzetsgroep hebben al meer schepen naar de bodem van de rivier laten verdwijnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om rijnaken, die materieel voor de Duitse oorlogsindustrie vanuit Rotterdam naar Duitsland zouden moeten vervoeren.

De sabotagegroep bestaat naast Henk Huisman uit onder anderen Jan van der Waal, Gerard van der Meulen, Cor van Seters, Klaas Boender, Frans de Wit, Wim Swankhuizen en Piet Roubos. Het schip in de Merwehaven wordt zwaar bewaakt, over land zullen zij het niet kunnen bereiken. Ze gaan over water. Aan de overkant van de rivier ligt Heijplaat. De familie Ketting wordt bereid gevonden om kano’s, wapens en munitie te verbergen.

Koude, donkere nacht

Vanuit het huis van de familie Ketting aan de Mijdrechtstraat op Heijplaat wordt de sabotage-actie uitgevoerd. In de nacht van 22 op 23 december 1944 gaan vier mannen met twee kano’s op pad. Een risicovolle operatie: ze gaan de straat op in spertijd, komen op door Duitsers bewaakt haventerrein en het is zaak dat zij op de rivier niet gezien worden door Duitse patrouilles.

Henk Huisman zit met Cor van Seters in een kano. In de andere kano zitten Jan van der Waal en Wim Swankhuisen. Aan boord hebben ze zogeheten limpetmijnen, kleefmijnen met een tijdmechanisme. Die zijn door de geallieerden gedropt voor deze verzetsdaad.

Het is een donkere, koude nacht en de kano’s maken water. Onverrichter zaken keren de verzetsmannen terug. Huisman en Van Seters moeten het laatste stuk zwemmen, de kano houdt het niet. Huisman onthoudt waar hij de limpetmijnen naar de bodem laat zakken. Het zicht op de kano van Van der Waal en Swankhuizen zijn ze kwijt, ze weten niet of de twee veilig zijn. Huisman en Van Seters vinden de twee uiteindelijk totaal verkleumd terug. Ook zij zijn zwemmend door het ijskoude water veilig aan wal gekomen.

Een dag later gaat Henk Huisman terug om de limpetmijnen boven water te halen. Hij moet opnieuw het koude water in duiken, omdat het betonijzer dat hij bij zich heeft, niet geschikt blijkt om de magnetische kleefmijnen mee op te halen. De mannen van de sabotageploeg nemen grote risico’s met hun illegale activiteiten in het door de Duitsers zwaar bewaakte havengebied van Rotterdam.

Ondertussen blijven vanuit Londen de verzoeken komen om de Westerdam en ook de Borneo te laten zinken. In de Merwehaven ligt naast de Westerdam van de HAL de Borneo van de Rotterdamse Lloyd. Ook dit schip staat op de nominatie om als blokkadeschip door de Duitsers gebruikt te worden.

Nieuwe poging

Een aantal weken na de mislukte poging, gaan vijf mannen opnieuw in de nacht vanaf Heijplaat op pad. Dit keer zal er maar één kano de overtocht van Heijplaat naar de Merwehaven maken. Met vijf limpets voor de Westerdam en vijf voor de Borneo, roeien Jan van der Waal en Gerard van der Meulen in de nacht van 16 op 17 januari 1944 de Maas op.

Het zoeklicht van een Duitse patrouilleboot zorgt voor angst bij de mannen in de kano, maar ze worden niet ontdekt. Ze weten ongezien de Westerdam te bereiken en de kleefmijnen aan te brengen. Een Duitse wacht aan boord, lijkt iets te horen en schijnt met een zaklantaarn over de railing. Van der Waal en Van der Meulen weten zich schuil te houden onder de boeg van het schip.

De kans op ontdekking en het feit dat de kano lek raakt, zorgen ervoor dat de twee besluiten om de Borneo niet te mineren. Het risico wordt te groot geacht. Ze roeien terug naar Heijplaat. Daar worden ze op de kade opgewacht door Henk Huisman, Cor van Seters en Klaas Boender.

Het verslag van de leden van de sabotageploeg van de nacht van 16 op 17 januari 1944 | Foto: archief familie Huisman

Als de vijf die nacht terugkomen bij de familie Ketting, horen ze dat de bok Titan naar de RDM op Heijplaat is gesleept door de Duitse bezetter. De Titan is de grootste bok van Nederland. Duitsers gebruiken hem om groot materieel als tramwagons en machines in rijnaken te laden om ze naar Duitsland te verschepen.

Direct wordt door Huisman een plan gemaakt. De niet gebruikte limpets kunnen worden ingezet om de Titan te laten zinken. Opnieuw gaan de mannen van de sabotageploeg in het donker op weg. Ze weten het bewaakte RDM terrein op te komen en Henk Huisman plaatst de limpets op de Titan.

En dan is het wachten. De tijdcapsules van de limpets die zijn aangebracht op de Westerdam en de Titan moeten nu hun werk doen. Op 17 januari 1945 zijn in de ochtend doffe knallen te horen bij de Titan. De bok zinkt. Daarna klappen de kleefmijnen aan de Westerdam. Het schip zakt naar de bodem van de Merwehaven.

Er komen telegrammen uit Londen. Prins Bernhard stuurt: 'Mijn oprechte gelukwensen voor een mooi stuk werk. Wij zijn trots op u'. Ook de Britse Admiraliteit laat van zich horen via een telegram: 'Namens de admiraliteit feliciteren wij u met het uitstekende werk bij Westerdam en Titan'.

De Westerdam staat op de bodem van de Merwehaven, de Nieuwe Waterweg blijft begaanbaar. De sabotageploeg van de Knokploeg Rotterdam-Zuid heeft met gevaar voor eigen leven een daad van zeer veel waarde verricht.

Na de bevrijding wordt de Westerdam gelicht en in september 1945 start de afbouw van het schip bij Wilton-Fijenoord in Schiedam. Begin juni 1945 maakt het een driedaagse proefvaart, op 24 juni wordt de Westerdam officieel overgedragen van de werf aan de rederij Holland Amerika Lijn.

De Westerdam aan de Wilhelminakade op 24 juni 1946 | Foto: Lex de Herder/Stadsarchief Rotterdam

Vier dagen later begint het aan haar eerste reis over de oceaan. Er volgen vele overtochten van Rotterdam naar New York en terug. Begin 1964 haalt de HAL het gecombineerde vracht- en passagiersschip uit de vaart, waarna het in Spanje wordt gesloopt.

‘Saboteur’ Henk Huisman komt na de oorlog nog in dienst bij de HAL, hij werkt er als directiechauffeur. In 1950 wordt hij onderscheiden voor zijn verzetsdaden. Uit handen van prins Bernhard ontvangt hij de Bronzen Leeuw. Hij praat niet veel over zijn daden als lid van de verzetsgroep, zegt zijn zoon Dick Huisman.

Uit handen van prins Bernhard ontvangt Henk Huisman in 1950 de Bronzen Leeuw | Foto: familie Huisman

“Hij vertelde af en toe wel iets, maar wij waren met een heleboel andere dingen bezig. Je ging door, misschien wel helaas”, blikt de zoon terug. Op de vraag of zijn vader trots was op zijn onderscheiding, antwoordt Huisman: “Ik denk het wel, maar hij liep er niet mee te pronken. Het werd als normaal gezien wat ze hebben gedaan. Sommigen hebben zichzelf daar misschien wel mee tekort gedaan.”

Huisman vindt het een onderbelicht verhaal: “Ik probeer dat postuum nog een beetje recht te breien, voor de mensen die dat voor elkaar hebben gekregen, mijn vader en zijn vrienden.” De mannen van de sabotageploeg zijn de rest van hun leven bevriend gebleven.

Deel dit artikel: