ARCHIEF RIJNMOND 13 juni 2021 - Levensfase

Afgelopen week heeft een serietje observaties me weer eens gewezen op mijn leeftijd. Wat ik aan me voorbij zag trekken confronteerde me met de levensfase waarin ik ben aanbeland.

Het gebeurde allemaal buiten.

Met het mooie weer van de afgelopen week en de versoepelde maatregelen is het aantrekkelijker geworden om eropuit te trekken. En dat hebben we gedaan, mijn vrouw en ik.

Op een ochtend vroeg besloten we om op het strandje aan de Kralingse Plas te ontbijten. Eten mee in plastic bakjes, zwemspullen en handdoeken in de tas. Om negen uur zaten we er, met de hond, in een aangenaam ochtendzonnetje. Alsof we op vakantie waren.

Onderweg hadden we, aan de rand van het bos, militairen gezien, bezig aan een oefening. Met zware bepakking stonden ze over een landkaart gebogen. Jonge jongens met kaalgeschoren hoofden. Mariniers of landmacht, ik zag het niet. Maar toen mijn vrouw en ik op het strandje onze ontbijtbakjes zaten leeg te lepelen voelde ik als het ware het gewicht van de volle rugzakken van die lui aan me trekken.

Het zou niks voor mij zijn. Ik heb terugkerende hernia-achtige problemen. Een paar weken geleden is het ook weer in mijn rug geschoten. Ik zou snel bezwijken onder het gewicht van zo’n rugzak.

In gedachten zag ik mezelf in zo’n tv-spotje van de Landmacht. U kent die wel: geschikt of ongeschikt?

Ongeschikt.

En heel duidelijk ook.

Zoals ik mezelf ook weleens zie in de sollicitatieprocedure voor straaljagerpiloot of astronaut. Dat ik dan in de wachtkamer voor een oriënterend gesprek opsta van de bank, en van het opstaan al een beetje duizelig wordt - want dat heb ik al gauw - en dat dát al genoeg is. ‘Meneer Vonk, we hebben het al gezien. Gaat u maar weer naar huis.’

Er schuilt in mij geen tweede Wubbo Ockels of André Kuipers.

Terwijl ik stukje bij beetje de bodem van mijn ochtendkwark in zicht zag komen, en mijn blik over de schittering in de plas liet gaan, herinnerde ik me opeens hoe ik jaren geleden enigszins verbaasd was door wat ik las over de razzia van Rotterdam van eind 1944. Alle jongens en jongemannen van zeventien tot en met veertig moesten zich melden om in Duitsland te werk te worden gesteld. Toen ik dat las was ik net de veertig voorbij en realiseerde ik me met een schok: ze zouden me nu al te oud hebben gevonden. Te oud voor zwaar lichamelijk werk in Duitsland, en te oud om nog gevaarlijk te zijn in het verzet hier. Want dat was ook een reden om jongens en jongemannen af te voeren.

Een idiote gedachte.

In dat het verleden was ik nú al een beetje afgeschreven.

Maar vandaag de dag, nu ik bijna 62 ben, denk ik: ja, nú zou het ook zeer terecht zijn om me maar te laten lopen. Zware lichamelijke arbeid? Deze jongen stort al in onder het gewicht van een beetje rugzak. En in het verzet? Eerder een middagdutje.

Na ons ontbijt en een onderdompeling in de Kralingse Plas reden mijn vrouw en ik terug naar huis. Onderweg passeerden we een vestiging van Humanitas. ‘In theorie zouden we ons hiervoor kunnen inschrijven,’ zei ik enigszins schertsend. ‘Want 55+ zijn we al een tijdje.’ Mijn vrouw kon zich er nog weinig bij voorstellen.

En toen kwamen we te praten over de mensen die we de dag ervoor hadden gezien op het strandje bij natuurgebied De Esch, achter het DWL-terrein, een klein strandje aan de Maas. Ook daar waren we vroeg naartoe gegaan, ontbijt bij ons, plus hond en zwemspullen. Wat ook weer heerlijk was.

Toen we daar arriveerden waren we de enigen. Na een tijdje meldde zich een stel dat écht op leeftijd was. Een man en een vrouw, allebei in korte broek, op de fiets. Ze gingen een stukje verderop zitten op het strandje, trokken hun zwemspullen aan en deden wat wat wij even daarvoor ook hadden gedaan: rustig het water in lopen en een beetje poedelen.

Twee oude mensen die op hun gemak de dag fris beginnen.

De aanblik van bedaagde tevredenheid ontroerde ons wel een beetje.

Even later zagen we in onze ooghoeken hoe ze zittend op hun meegebrachte handdoeken hun zwemgoed uittrokken en zich allebei in grote witte hemden en grote witte onderbroeken hesen. Ook weer ontroerend.

Na die aanblik keken mijn vrouw en ik elkaar aan in de wetenschap dat we hetzelfde dachten. Wij dachten toen wat we nu, in de auto onderweg naar huis, hardop tegen elkaar zeiden: zó ver zijn we dan ook nog niet.

SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

SPEENHOFF
2. ’s Zomers buiten - Paul Collin
3. Het sijsje - Aad Klaris
4. De Amsterdamse schutterij - Maurice Dumas

STERFGEVALLEN
5. Jij bent voor mij een top - The Cocktail Sisters
6. Gestern noch (Yesterday) - Grit van Hoog
7. Klap eens in je handjes - Wim Hogenkamp

CORONA
8. Ajoen, ajoen, ajoen - Hans den Outer
9. Naar de IC (YMCA) - Hans den Outer
10. Je moet de moed toch niet verliezen - Jaap van de Merwe

DE TUIEN VAN DE ZWAAN
11. Op de camping - cast De Tuien van de Zwaan
12. Curacao - De Tuien van de Zwaan/Leslie Vos

Meer over dit onderwerp:
ARCHIEFRIJNMOND CULTUUR RADIO
Deel dit artikel: