ARCHIEF RIJNMOND 4 juli 2021 - Eduard

Afgelopen week heb ik geprobeerd mijn vrouw te dresseren. Ik heb geprobeerd haar een beetje te sturen in de manier waarop ze tegen me praat.

Dat klinkt als een ongezondere relatie dan ie in werkelijkheid is.
Ik trek het beeld zo wel weer recht.

Het heeft alles te maken met mijn slechter wordende gehoor. Ik ben een beetje dovig. Slechthorend. Ik weet niet of het u iets zegt maar over de hele linie is er bij mij tien decibel af, in het gebied waar spraak zit maakt mijn gehoorcurve een duikvlucht naar de min 30 decibel en zo bij de 8 á 10 kHz valt de lijn van het papier af. Vanaf daar hoor ik zo goed als niks meer.

Het zit in de familie, slechthorendheid, en ook echte doofheid. Het spelen in bandjes vroeger zal ook niet hebben geholpen, net zomin als het luisteren van muziek via de koptelefoon voor mijn radiowerk.

En wat ik kwijt ben aan gehoor komt natuurlijk niet meer terug. Ik eindig straks met twee gehoorapparaten, net als mijn vader, maar daarvoor moet het eerst nog wat erger worden, zo luidde de conclusie na mijn laatste gehoortest bij de audiciën.

In de tussentijd is het een kwestie van: ermee rekening houden.
Niet denken dat je nog een gesprek kunt voeren in een rumoerig café of in een groep van meer dan vier man, en altijd proberen om de mond van je gesprekspartner goed te zien.

En daar gaat het nog weleens mis bij mijn vrouw en mij.

Als wij samen buiten lopen met de hond en een gesprek voeren, praat mijn vrouw heel vaak met haar hoofd afgewend, of althans niet helemaal naar mij toe. En dan mis ik hele zinnen.

Goed articuleren helpt ook enorm voor de verstaanbaarheid.

Van de week heb ik mijn vrouw er nog weer eens op gewezen: praat mijn kant op en articuleer goed. Want ja, dáár is iets aan te doen. Aan die slechthorendheid van mij voorlopig niet.

Het is lastig om eraan te blijven denken, dat realiseer ik me best, maar het voorkomt dat ik na elke zin van mijn vrouw moet vragen of ze het nog een keer kan zeggen. En dat lijkt me ook enigszins gekmakend. Dat je alles twee keer moet zeggen.

Dat je alles twéé kéér moet zeggen.

Ja, en dan is er nog een ander probleem. Een probleem dat weleens te maken kon hebben met de zekere mate van autisme die aan mij kleeft.

Als je samen wandelt, voer je al gauw niet de hele tijd een gesprek. Er vallen gaten. En als mijn vrouw na een stilte weer iets tegen me zegt, mis ik meestal het begin. Het duurt als het ware even voor ik ‘aan sta’. Dan ben ik in gedachten verzonken, of is mijn oog door iets getroffen, en sta ik niet meteen in de luisterstand. Voordat ik mijn aandacht weer bij het luisteren heb, zijn er al een paar woorden voorbijgekomen, en als die cruciaal zijn om te begrijpen wáár het überhaupt over gáát, tast ik volledig in het duister, en mag mijn vrouw het nóg een keer zeggen.

Eigenlijk, zo heb ik weleens geopperd, zou ze ’t moeten aankondigen als ze weer wat gaat zeggen. Dat weet ik dat ik moet opletten. Ze zou als het ware even een introductiegeluid moeten maken. Iets dat de functie heeft van met een belletje rinkelen.

Met een belletje rinkelen.
Een verschijnsel met nogal negatieve associaties.

Kunt u zich Eduard Bomhoff nog herinneren, minister namens de LPF in het Eerste Kabinet Balkenende, dat rare vechtkabinet na de moord op Fortuyn. Bomhoff, een wereldvreemde, nogal autistische figuur die de ergernis van zijn collega’s opwekte door tijdens vergaderingen met zijn particuliere belletje te rinkelen als hij vond dat een onderwerp nu wel lang genoeg was besproken.

Eduard Bomhoff is jarenlang hoogleraar monetaire economie geweest aan de Erasmus Universiteit. Ik kende zijn naam alleen maar van een vriend van me die economie studeerde en die bij de vakgroep van Bomhoff actief was. Op zekere moment kon die vriend wetenschappelijke medewerker worden. Onder Bomhoff. Hij heeft er vriendelijk voor bedankt. Hij wilde niet afhankelijk worden van de grillen van die rare Eduard.

Ik kon dat destijds niet zo goed plaatsen. Wat wist ik nou van die hele man? Totdat Bomhoff als LPF-kopstuk landelijke belangstelling trok en ik hem zag in het publieke debat. Toen snapte ik die vriend met terugwerkende kracht meteen.

Nou ja, mijn vrouw moet natuurlijk geen belletje gaan hanteren om mijn aandacht te krijgen voordat ze echt iets gaat zeggen. Maar haar kennende vindt ze wel iets anders. Als u mijn vrouw binnenkort op straat mij hoort aanroepen met ‘Hé Eduard!’ weet u wat er aan de hand is.

SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

2. Senioren - De Tunes

ROTTERDAMSE LIEDJES
3. Keer ik naar Delfshaven terug - Olav van der Ploeg
4. Plat - Jacques Herb
5. Stormvloedkering - Matteo van der Grijn

6. De poëzie vergeten - Marcel Harmsen & Izak Boom

SONOPRESSE
7. Het loodgieterslied - De Fabeltjeskrant
8. Je proeft weer brood - Willy Ruys (De Dikke Deur)
9. Lonneker vakkleding

10. Azul Pirapora - Marcelo Godoy
11. Ode aan Sjouk en Broertje - Mike Boddé & Marcelo Godoy

Meer over dit onderwerp:
ARCHIEFRIJNMOND RADIO CULTUUR
Deel dit artikel: