Onvergetelijk door 'Toen was geluk heel gewoon', maar wat gaat er gebeuren met de busgarage Sluisjesdijk?

Volgend jaar, op 10 april 2022, bestaat busgarage Sluisjesdijk precies 75 jaar. Op dit moment zit de RET hierin, maar het lijkt er sterk op dat dit binnenkort voorbij is. Wat gaat er dan gebeuren met deze bijzondere plek?

De stalling werd bekend door de film 'Toen was geluk nog heel gewoon'. Een boek over de geschiedenis van dit markante complex is al in de maak, vol foto’s en feiten, verzameld door buschauffeur Carel Schotte. De presentatie van het boek zou zo maar eens kunnen samenvallen met een akkoord over sluiting van de garage. Want de RET wil met de bussen naar een nieuwe stalling in de Beverwaard. Over het hoe en waarom lees je in aflevering zes van de serie over Sluisjesdijk: stilstaan of doorstart?

Oprichter Otto Trienekens vestigde zich zes jaar geleden met de Veldacademie in het voormalige kantoorgebouw van de RET aan de Waalhaven Oostzijde 1. In een kast trof hij vier ordners met processen verbaal aan. Mappen vol verslagen over inbraken, krakers en andere zaken die in het pand hadden plaats gevonden. Het meubilair was kapot geslagen. Al het koper was uit het pand gehaald; waterleidingen waren gesprongen. De schimmel stond op de muren en de systeemplafonds waren ingestort.

Een stuk decor van de film 'Toen was geluk heel gewoon' | Foto: Jelle Gunneweg

Het pand stond al bijna tien jaar leeg, nadat de RET eruit was getrokken. “Wij hebben de RET en het Havenbedrijf Rotterdam gevraagd of we deze plek in gebruik mochten nemen om weer tot leven te brengen,” aldus de directeur. En zo kreeg het platform toegang tot het leegstaande langwerpige glazen gebouw en de kantoortoren op de kop van Sluisjesdijk.

Studenten van onderzoeksbureau Veldacademie | Foto: Rijnmond

De Veldacademie doet samen met studenten van onderwijsinstellingen actiegericht onderzoek naar stedelijke vraagstukken. De onderzoekers doen dit bij voorkeur vanuit een plek in het onderzoeksgebied zelf. Aangezien ze een opdracht van het Havenbedrijf hadden om te onderzoeken hoe de relatie tussen de haven en de wijk Charlois kan worden verbeterd, leek een tijdelijke vestiging precies op de rand van beide gebieden voor de hand liggend.

Trienekens richtte de Stichting Handelscompagnie Sluisjesdijk op voor het beheer en de exploitatie van het complex. De naam van de stichting verwijst naar de fabriek, die de allereerste eigenaar van het gebouw was. “Handelscompagnie Sluisjesdijk was toeleverancier voor de maritieme industrie. De glazen hal was de showroom, daarachter was de fabriekshal en in het hogere gebouw zaten de kantoren,” aldus Trienekens.

Otto Trienekens, Handelscompagnie Sluisjesdijk | Foto: Rijnmond

De stichting heeft (samen met gebruikers als Veldacademie, AIR, Wikibase en SKAR) sinds de komst allerlei activiteiten in en rond het gebouw georganiseerd. Er zijn festivalletjes en concerten voor de wijk gehouden. De bewonersvereniging en ondernemersvereniging kwam hier jaarlijks bijeen. En het pand is opgeknapt door deelnemers aan leer-werktrajecten, waarvoor de ondernemers van Sluisjesdijk het materiaal en de docenten van de opleidingen leverden. “Daardoor ontstond een zekere dynamiek en hielpen we langdurig werklozen aan een baan elders.“

Minimale middelen

Wie nu door het gebouw loopt, ziet op sommige plekken nog steeds het verval van weleer. Het pand is met minimale middelen opgeknapt en ademt aan alle kanten nog de sfeer van vroegere jaren. De studenten en bedrijven die hier werkzaam zijn, zien daar juist de charme van in. Maar Trienekens snapt dat het voor de RET niet meer aan de eisen van de tijd voldoet. Hij maakt zich wel zorgen over het verval, dat zich door de minimale herstelwerkzaamheden doorzet.

“Dit is voor de RET overduidelijk incourant vastgoed. Wij zien juist kansen en zouden graag de leegstaande dienstwoning op de hoek van de Waalhaven Noordzijde en het voormalige RET Tours- gebouw aan de Sluisjesdijk-kant erbij willen betrekken. Maar die plannen worden tegengehouden. Leegstand is makkelijker dan beheer, lijkt het. En er is te weinig direct belang.”

Eugène van Houwelingen, beheerder busgarage Sluisjesdijk | Foto: Rijnmond

Eugène van Houwelingen is locatiebeheerder van busgarage Sluisjesdijk, direct achter het glazen gebouw van de Veldacademie. De RET-medewerker kent de geschiedenis van het hele complex, mede door het archiefwerk van collega Carel Schotte. ‘’Het onderzoek naar dit gebouwencomplex is zijn levenswerk. Carel blijft liever op de achtergrond, maar dankzij zijn inspanningen weet ik inmiddels ook genoeg van deze panden.”

Volgens van Houwelingen bestaat het hele complex uit twee overdekte busstallingen, werkplaatsen, kantoren, dienstwoningen en een ketelhuis. Het is gebouwd op de plek waar vroeger een begraafplaats was. Deze dodenakker is in 1923 geruimd, tegelijkertijd met de afgraving van de Waalhaven. In eerst instantie verscheen er een sportveld, maar vlak voor de Tweede Wereldoorlog startte de bouw van de garage vanwege het toenemend aantal autobussen.

In oktober 1943 werden de kantoren (inclusief schaftlokaal en recreatiezaal), magazijnen, werkplaatsen, dienstwoningen en het ketelhuis opgeleverd. Pas na de oorlog gingen de bouwers verder aan de slag met de overdekte nachtstalling. Deze werd in 1958 in gebruik genomen. “Zo ontstond de grootste en meest moderne busgarage van Nederland; volgens sommigen zelfs van Europa,” aldus Van Houwelingen. “In de hoogtijdagen stonden hier wel tweehonderd bussen.”

Busgarage Sluisjesdijk | Foto: Gemeente Werken Rotterdam

Toch groeide de RET ook hier uit zijn jas, dus toen de buren van de Handelscompagnie de locatie verlieten, greep de vervoersmaatschappij haar kans. En zo werden in 1981 de vrijgekomen werkplaatsen en kantoren van de buren bij het buscomplex betrokken. Van Houwelingen: “Hier kwamen de werkplaats voor schadeherstel, de verfwerkplaats en de stoffeerderij. Later vestigden zich ook andere bedrijven als CVL, RMC en reisinformatie 0900-9292.”

Weinig onderhoud

De bedrijven verdwenen later weer en sindsdien is er overduidelijk weinig onderhoud gepleegd. De verf is al lang aan een nieuwe deklaag toe. Meubilair is verouderd. Instructielokalen staan leeg. Ramen zijn dichtgespijkerd. En de kozijnen van de dienstwoning zijn zelfs met houten platen dichtgetimmerd, nadat krakers brand hadden gesticht.

In de nachtstalling staan de oudste bussen, die door vrijwilligers van Stichting RoMeO liefdevol worden opgeknapt. Sommige klapdeuren kunnen niet meer dicht en worden van binnenuit gebarricadeerd. Op de grond ligt een dode meeuw: gevallen door het gat in het dak dat de krakers hebben geforceerd om toegang te krijgen. “Nee, dit is geen reclame inderdaad. En dit is al jaren zo,” verontschuldigt de beheerder zich.

Oude RET-bus | Foto: Rijnmond

Alleen het materieel wat rondrijdt is up-to-date. Veel oude dieselbussen zijn vorig jaar verkocht en vervangen door hybride en elektrische bussen. Ook de werkplaats voldoet aan de laatste eisen. Er is een hybride service-werkplaats, de bussen worden er onderhouden en gekeurd en kunnen er gewassen worden.

Nieuwe locatie

De komende jaren volgen nog eens 42 extra schone bussen. Voor deze nieuwe lichting elektrische bussen is de hoeveelheid laadpalen straks onvoldoende. En dat is de reden dat de RET op zoek is naar een nieuwe locatie. “De stroomvoorziening is hier te beperkt. Het is ook een te grote investering om hier mogelijk te maken. Nieuwbouw ligt meer voor de hand.”

De directie heeft haar oog laten vallen op de locatie Edo Bergsmaweg 14 in de Beverwaard, naast de tramremise. Hier was tot vorige maand het asielzoekerscentrum gevestigd, maar door de sluiting komt deze locatie beschikbaar. Het terrein is groot genoeg voor in totaal 160 bussen: die van Sluisjesdijk en van de remise in Ridderkerk samen. De twee stallingen kunnen dus worden samengevoegd, en de bestaande locaties kunnen dan sluiten. De stroomvoorziening is in de nieuwe situatie ook makkelijker te regelen, doordat de tram daar ook al gebruik van maakt.

Maar er zijn meer kapers op de kust voor deze plek. Feyenoord City wil hier de P&R uitbreiden, de dierenvoedselbank wil graag een opslagplaats, er zijn plannen ingediend voor een woonzorgvoorziening, en de gemeente wil de kruising met de Groeninx van Zoelenlaan aanpakken. Kortom: het is een gewilde plek en het besluit is nog niet genomen door de eigenaar van de grond: de gemeente Rotterdam.

Niet meer overdekt

Als het aan Van Houwelingen ligt, gaat het RET-plan hoe dan ook door. "Dat weten we in het najaar." Hij heeft zelf aan de concept-schetsen meegewerkt. Die bestaan uit een grote onoverdekte stalling met een uitgebreide laadinfrastructuur voor de elektrische bussen en een kantoor van twee verdiepingen hoog. “De bussen staan straks niet meer overdekt, dat is jammer. Maar dat zien we nergens meer in Nederland.”

Ook Otto Trienekens van de Stichting Sluisjesdijk hoopt dat de plannen door gaan. Hij heeft zijn oog jaren geleden al laten vallen op het complex van de buren aan de Sluisjesdijk. Trienekens: “Wij zitten zelf niet op extra werkruimte te wachten, want we delen het kantoor al met andere bedrijven. Maar het lijkt me mooi als in de hallen een leer-werkbedrijf komt. Jongeren uit de wijk Charlois zouden dan van ondernemers een vak kunnen leren. En het zorgt meteen voor meer levendigheid op deze plek.”

Volgens de onderzoeker is er veel vraag naar zijn initiatief. “Er is veel behoefte aan jonge mensen die de handen uit de mouwen willen steken. En er zijn genoeg mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Misschien ligt daar een collectief belang: opleiding en toeleiding naar werk. Vanuit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid hebben we allerlei mensen op bezoek gehad, die hier onmiddellijk mee aan de slag zouden willen. Alleen ontbreekt het nog aan een locatie. Dat zou de RET-garage kunnen zijn.”

In principe zou dit plan nu al uitgevoerd kunnen worden, aangezien de twee dienstwoningen, instructielokalen, de directiewoning en het voormalige RET Tours-gebouw al leeg staan. “De RET zelf heeft geen geld om het complex op te knappen, maar is ook niet de eigenaar van de panden. Ze hebben een gebruiksovereenkomst en de gemeente Rotterdam is eigenaar.”

Hij ziet het vaker in de stad: dat er zoveel partijen en gemeentelijke afdelingen bij een gebouw zijn betrokken, dat niemand meer echt weet hoe het zit of zijn vingers eraan wil branden. Dat de gebruiks- en eigendomsrechten vaak van eigenaar zijn gewisseld helpt daar ook niet bij. “Waarschijnlijk is dat de onderliggende kwestie waardoor wij niet door de stroperigheid van instituties heen komen. Maar ondertussen gaat het verval hier alsmaar verder door.”

Eugène van Houwelingen hoopt dat het bijzondere, betonnen kunstwerk rondom de entree van het kantoorgebouw en de historische schildering op de eerste verdieping behouden blijven. Anders zal alleen de film 'Toen was geluk heel gewoon' een blijvende herinnering zijn aan deze historische plek.

[image:]